Polen stemmen niet anders na watercrisis

WARSCHAU, 5 AUG. Veel Polen zijn ontevreden over de manier waarop hun regering is opgetreden tijdens de watersnood van vorige maand; maar slechts weinigen zijn voornemens om die reden volgende maand bij de parlementsverkiezingen op de oppositie te stemmen.

Uit opiniepeilingen die de afgelopen week in Polen zijn gehouden blijkt dat 43 procent van de Polen die niet direct door de watersnood zijn getroffen van mening is dat de regering de crisis slecht of zeer slecht heeft aangepakt; 25 procent vindt het optreden van de regering noch goed, noch slecht, en 26 procent vindt dat de regering adequaat of goed heeft gehandeld.

Maar tot een verschuiving in het stemgedrag in vergelijking met de situatie vóór de overstromingen van juli komt het volgens de peilingen niet. De belangrijkste van de twee regeringspartijen, de ex-communistische SLD, kan zich net als in juni verheugen in de steun van 24 procent van de ondervraagden. De door de vakbond Solidariteit geleide oppositiebeweging ASW zou, als vandaag verkiezingen zouden worden gehouden, 23 procent van de stemmen krijgen. Dat betekent dat sinds juni niets aan het voorgenomen stemgedrag is veranderd.

Volgens het blad Gazeta Wyborcza vindt de meerderheid van de Polen dat de zware regenval en de slechte staat van de dijken in eerste instantie debet zijn geweest aan de watersnood. Een minderheid noemde factoren als een gebrek aan voorbereiding, gebrek aan materiaal bij de bestrijding van de watersnood en een slechte organisatie. In dat verband gaf die minderheid bovendien niet uitsluitend de centrale overheid in Warschau de schuld: zeventien procent van de ondervraagden deed dat, maar elf procent vond dat de plaatselijke autoriteiten in gebreke waren gebleven. (Reuter, AP)