'Paria' Soedan wil zijn deel van Nijlwater

Ook in het Nijlbekken groeit de spanning over de verdeling van water. Soedan irrigeert steeds meer landbouwgrond, waardoor de stroom naar Egypte afneemt. Het derde deel van een serie over water.

KHARTOUM, 5 AUG. De suikerrietvelden van Kenana, driehonderd kilometer ten zuiden van de Soedanese hoofdstad Khartoum, strekken zich uit zover het oog kan zien. Omdat het in dit woestijngebied zelden regent, worden de velden geïrrigeerd met water uit de Nijl. Gemalen pompen het water in de slootjes die rondom de akkers liggen. In de verte is de fabriek te zien waar het riet wordt verwerkt tot suiker. Uit de schoorstenen komt witte rook.

Kenana is met 33.000 hectare een van de grootste irrigatieprojecten in Soedan. Jarenlang kampte het met financiële problemen. Het project was grotendeels staatseigendom, maar door de nog steeds voortdurende burgeroorlog in Zuid-Soedan was er niet voldoende geld voor de noodzakelijke moderniseringen. Sinds buitenlandse investeerders uit voornamelijk Koeweit en Saoedie-Arabië enkele jaren geleden partner werden in het project zijn die problemen echter opgelost.

“Kanalen die waren dichtgeslibd zijn nu eindelijk schoongemaakt”, zegt Abderahim Ahmed, een Soedanees met een grote snor die als irrigatie-deskundige op Kenana werkt. “De oogst nam daardoor toe.” De suikerfabriek op het complex boekte het afgelopen seizoen een recordopbrengst van 333.000 ton. Voor het komende seizoen wordt een nog hogere opbrengst verwacht.

Kenana is niet het enige Soedanese irrigatieproject dat na jarenlange stagnatie weer beter draait. Ook in Gezira, een ander groot project langs de Nijl waar vooral tarwe wordt verbouwd, nam de hoeveelheid geïrrigeerde landbouwgrond toe. De successen hebben echter ook een keerzijde. Nijlwater is namelijk schaars. Nu Soedan meer van dat water gebruikt voor irrigatie, ziet het stroomafwaarts gelegen buurland Egypte zich geconfronteerd met mogelijke tekorten. De spanningen tussen de twee landen zouden daardoor toe kunnen nemen. Meer nog dan Soedan, dat slechts voor de helft uit woestijn bestaat en waar ook regenafhankelijke landbouw mogelijk is, is Egypte vrijwel geheel aangewezen op irrigatie. Bijna al het Nijlwater dat het land binnenstroomt wordt daarvoor gebruikt. Om van een minimale hoeveelheid water verzekerd te zijn, sloot het land in 1959 een akkoord met Soedan. Daarin legden de twee landen vast dat van de gemiddeld 84 miljard kubieke meter Nijlwater die jaarlijks via de Witte en de Blauwe Nijl Soedan binnenstroomt, 55,5 miljard kubieke meter is gereserveerd voor Egypte, tegen 18,5 miljard kubieke meter voor Soedan. De overige 10 miljard gaat verloren door verdamping.

Soedan heeft echter nooit meer dan 14 miljard kubieke meter Nijlwater gebruikt, waardoor Egypte gebruik kon maken van het overschot. Nu het er naar uitziet dat Soedan over een aantal jaar wel de aan zijn toebedeelde hoeveelheid zal gebruiken, is Egypte mogelijk genoodzaakt verschillende nieuwe irrigatieprojecten te staken. Het zou een forse aanslag betekenen op de Egyptische economie, omdat het land in dit geval meer voedsel zal moeten importeren.

Daarbij komt dat ook Ethiopië, waar 86 procent van al het Nijlwater vandaan komt, plannen heeft om meer landbouwgrond te irrigeren. Probleem is echter dat Ethiopië niet betrokken is bij het Nijl-akkoord uit 1959, omdat het land in die periode nauwelijks water aan de Nijl onttrok. Begin dit jaar, op de jaarlijkse conferentie van de landen uit het Nijlbekken, eiste Ethiopië dan ook dat het akkoord wordt herzien.

Bij toekomstige onderhandelingen over een nieuwe verdeling van het Nijlwater bevindt vooral Soedan zich in een zwakke positie. De islamitisch-fundamentalistische regering van dat land staat al een aantal jaar op gespannen voet met zowel Ethiopië als Egypte, doordat het steun verleent aan radicale oppositiegroepen in die landen. Ook wordt de Soedanese regering verdacht van betrokkenheid bij de mislukte moordaanslag op de Egyptische president Mubarak. Wegens de vermeende steun van Soedan aan het internationaal terrorisme kan het land ook in de rest van de wereld op weinig sympathie rekenen.

“Bij nieuwe onderhandelingen zal de paria-status van Soedan in zijn nadeel werken”, zegt dr. Tayyib Zayn al-Abdin, een Soedanese politicoloog die verbonden is aan de Universiteit van Khartoum. “Soedan zou daardoor wel eens gedwongen kunnen worden om met minder water genoegen te nemen dan het nu gebruikt.” Khartoum is gebouwd rondom de plaats waar de Witte en de Blauwe Nijl bij elkaar komen. Het kantoor van al-Abdin is slechts een paar kilometer van die plek verwijderd. De airconditioner draait er op volle toeren. Terwijl het buiten veertig graden Celsius is, is de temperatuur binnen hooguit de helft.

Al-Abdin wijdt breed uit over de problemen rond het Nijlwater en benadrukt dat de Egyptenaren met oorlog kunnen dreigen als Soedan weigert tegemoet te komen aan hu eisen. “Als er echt oorlog komt, kan Soedan weinig uitrichten. Egypte is militair vele malen sterker. Soedan zal binnen een paar dagen onder de voet worden gelopen.”

De onderhandelingspositie van Soedan wordt verder verzwakt doordat het land een aantal verplichtingen uit het verleden niet is nagekomen. Zo spraken Egypte en Soedan aan het eind van de jaren zeventig af om gezamenlijk de aanleg van het 360 kilometer lange Jonglei-kanaal in Zuid-Soedan te financieren. Van nature loopt het water uit de Witte Nijl in Zuid-Soedan door het Sudd-moeras, waar het voor een groot deel verdampt. Het kanaal kan dat verdampingsverlies beperken met vier miljard kubieke meter. Maar het Jonglei-kanaal is slechts voor tweederde af. De werkzaamheden zijn 1984 gestaakt wegens het oplaaien van de burgeroorlog in Zuid-Soedan. “Egypte houdt de Soedanese regering verantwoordelijk voor het mislukken van het project”, aldus al-Abdin. “Het geld dat de Egyptenaren in het kanaal staken, hebben ze nooit teruggezien. In principe kunnen ze daarvoor nog steeds compensatie eisen.”

De toekomst zal uitwijzen of Egypte, Ethiopië en Soedan in staat zijn hun problemen vreedzaam op te lossen. Een voordeel is dat het de afgelopen jaren veel heeft geregend in Ethiopië en het grote merengebied, de plaatsen waar de verschillende takken van de Nijl ontspringen. Daardoor stroomt er nu jaarlijks meer water Soedan binnen dan het gemiddelde van 84 miljard kubieke meter. Pas als er zoals in de jaren zeventig en tachtig een aantal droogteperiodes optreden, zullen de spanningen echt toenemen.

Voorlopig gaan de landen in het Nijlbekken daarom gewoon door met de ontwikkeling van nieuwe irrigatie-projecten. Zo heeft Soedan plannen om het Kenana-suikerproject verder uit te breiden. Ondanks de toegenomen produktie bestaat er in Soedan nog steeds een suikertekort, omdat het land veel suiker exporteert om deviezen binnen te krijgen.

Over de mogelijke spanningen met Egypte die het gevolg kunnen zijn van die uitbreidingen doet de Soedanese regering luchtig. Verschillende regeringsvertegenwoordigers hebben laten weten dat Soedan zich niet onder alle omstandigheden gebonden acht aan de akkoorden over de verdeling van het Nijlwater en desnoods meer water zal gebruiken dan waar het recht op heeft. Ook als het daarmee een oorlog riskeert. “Het is de bekende grote mond van de Soedanese leiders”, zegt Hayder Ibrahim, een prominente politicus uit de Soedanese oppositie. Hoofdschuddend neemt hij een slok thee. “Ze denken dat de aanval de beste verdediging is.” Die houding voorspelt weinig goeds voor de toekomst.