Lijden aan ME geen reden voor een uitkering

ROTTERDAM, 5 AUG. Lijden aan het chronische-vermoeidheidssyndroom, ook bekend als myalgische encefalomyelitis (ME), is geen reden om in aanmerking te komen voor een uitkering volgens de Ziektewet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOW) zolang geen objectieve somatische of psychische afwijkingen zijn vastgesteld.

Dit heeft de Centrale Raad van Beroep op 4 juni bepaald in een zaak die een secretaresse uit Venlo had aangespannen tegen het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) dat het verstrekken van de uitkeringen coördineert. De Centrale Raad is het hoogste rechtscollege in sociale-verzekeringszaken.

Volgens het Lisv zou de vrouw, die van 1991 tot november 1994 een uitkering kreeg omdat zij voor 80 tot 100 procent arbeidsongeschikt werd bevonden, weer kunnen werken. Dit werd vastgesteld toen bij herkeuring bleek dat er geen afwijkingen konden worden gevonden.

De vrouw had zich in maart 1991 ziekgemeld, eerst met griep-, spier- en hoofdpijnklachten, later gevolgd door vermoeidheidsklachten. Hiervoor bleken geen lichamelijke afwijkingen te kunnen worden vastgesteld.

Een psychiatrische behandeling werd na een jaar beëindigd toen vrouw en psychiater het erover eens waren dat de doelstelling van de behandeling was gerealiseerd.

Volgens de Centrale Raad van Beroep heeft het Lisv (dat eerder al in het gelijk werd gesteld door de rechter in Roermond) correct gehandeld. Dat deed het ook, zo sprak de Raad uit, toen het vond dat de vrouw weer kon werken toen zij was genezen van de malaria-infectie die zij in 1995 in Malawi had opgelopen.

De Raad meent dat er alleen sprake is van 'ongeschiktheid tot werken' als arbeid op “medische gronden naar objectieve maatstaven gemeten” niet kan worden verricht. Hij constateert dat deze gegevens in dit geval ontbreken.

ME is “een van de meest omstreden problemen in de hedendaagse geneeskunde”, zo constateert de internist prof.dr. J.W.M. van der Meer in het vrijdag verschenen nummer van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde.

De standpunten over het chronische-vermoeidheidssyndroom variëren tussen 'modeziekte', een 'psychiatrisch ziektebeeld' tot een 'puur lichamelijke aandoening'. Voor dit laatste zijn tot dusver nog geen aanwijzingen gevonden.

Er zijn naar schatting in Nederland ten minste zo'n 17.000 mensen die volgens de behandelende artsen aan het 'chronische-vermoeidheidssyndroom' lijden. Van hen is de verhouding vrouw-man 5:1.

Volgens Van der Meer baseren de verzekeringsgeneeskunde en de rechterlijke macht zich ten onrechte niet op de diagnose van de arts en wordt er om ander bewijs gevraagd: “Vergeten wordt dat veel 'objectieve' gegevens bij andere ziekten ook buitengewoon subjectief van aard zijn.”.

De Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid vreest dat door de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep ME-patiënten in de bijstand terechtkomen als zij geen aanspraak meer kunnen maken op een AOW-uitkering.