La Baignade van Seurat enige onderwerp van tentoonstelling in National Gallery; Het licht is de beitel en het donker is de steen

Tentoonstelling: Seurat and the Bathers, in The National Gallery, Trafalgar Square, Londen. T/m 28 september, ma t/m za 10-17.30u, wo tot 19.30u, zo 12-17.30u. De catalogus kost £14.95.

Georges Seurat voltooide beide schilderijen in 1884 en ze werden ongeveer even beroemd, wellicht geholpen door de jeugd van de schilder (Seurat was 24 toen hij de doeken maakte) en de romantiek van zijn ontijdige dood in 1891. Het ene schilderij, Dimanche d'été à la Grande Jatte, is misschien net iets bekender; het werk dat daaraan vooraf ging is misschien iets mooier: La baignade (Asnières). Nog niet wordt het opgejaagd door het dwangmatige gestip met ongemengde kleuren van Seurats theoretische pointillisme. Hij werkt al wel met kleine rukjes, maar de stippen zijn nog vegen en vlekken van zorgvuldig gemengde kleuren en ze schitteren van licht en lucht.

Hoe mooi La baignade is, hoe sterk, valt deze maanden uitvoerig vast te stellen in The National Gallery in Londen, waar John Leighton en Richard Thomson een tentoonstelling hebben ingericht die alleen maar dit ene schilderij tot onderwerp heeft. Zes zalen lang is de bezoeker met niets anders in de weer. Hij komt veel, bijna alles, te weten over het schilderij. Het mysterie wordt doorbroken om, zoals dat hoort bij een goed mysterie, te worden vervangen door een ander: hoe is het mogelijk dat Seurats La baignade zo aangrijpend blijft, hoe lang je er naar kijkt en hoe veel je er ook van af weet?

Twee zalen ben je ver als je het eindelijk mag zien. Het is groot, twee bij drie meter, en het ontbeert vrijwel elke actie, of het moet die van de zon zijn, die zijn stralen laat gutsen op water, mens en plant. Alles is traag, zelfs de jongen met het rode hoedje in het water die uit zijn handen drinkt, of in zijn handen staat te toeteren, dat weet ik niet. Het is een wonderbaarlijk doek, sereen van sfeer, ongrijpbaar van inhoud en daarom een bron van verschillende emoties, die steeds vervagen ten gunste van een verlangen naar geluk. Er is rust, veel rust, maar ook hangt er vage spanning om de voor zich uit starende mannen en de lome jongens. Een Engelse criticus constateerde dat er geen vrouwen op La baignade staan afgebeeld (hij zag voorbij aan de dame in de veerboot onder haar parasol) en dacht een groep cruisende homoseksuele mannen te herkennen. Hij trekt een conclusie die slechts in zijn fantasie wordt gestaafd. Licht en kleur suggereren warmte en zomer, geen vrije seks en het nadrukkelijk gebrek aan fysiek vertoon van de jongens en de mannen doet de rest. Ze hebben vooral hun vermoeide rug en schouders gemeen. De fabriekspijpen op de achtergrond zijn ver weg maar kunnen doen vermoeden dat dit een groep arbeiders is die in de late middag verkoeling zoeken na een dag hard werken. Alleen het gealarmeerde hondje op de voorgrond is in voor activiteit. Hij is de enige die zijn blik ergens op richt, de enige die iets doet (kwispelen), de enige met een wens (speelt er iemand met mij?).

La baignade was Seurats eerste grote doek. Het moest hem vestigen als kunstenaar en het toeval was niet welkom. Alle voorstudies verzamelde The National Gallery voor deze expositie en men maakte een keuze uit het werk van de tijdgenoten bij wie hij hulp en inspiratie zocht. Uit het geheel doemt obsessieve volharding op. Dit was een doek met een doel: het moest, voor zijn collega's en het publiek, Seurats talent en professionaliteit vaststellen. De verbetenheid waarmee hij zocht en studeerde, verraadt tevens dat het ook hemzelf van de macht van zijn schilderschap moest overtuigen.

De vele krijt- en olieverfschetsen laten zien dat Seurat te werk ging als een cineast. Hij koos een locatie aan de Seine, in de buurt van het Eiland van de Grande Jatte: de rivieroevers bij Asnières, met een klein zandstrandje tussen het gras en de fabriek in de verte. Seurat begon het decor te onderzoeken. In kleine olieverfschetsen schilderde hij het leeg, maar ook vol met druk volk en verlaten, met een drinkend paard in het water. Hij schilderde het precieus en snel en van verschillende kanten, tot hij het uit en te na kende. Intussen oriënteerde hij zich ook op zijn personages. Allerlei contékrijtschetsen zijn er, waar we de modellen als acteurs hun rollen zien zoeken. Niet ter plekke aan de Seine bij Asnières, maar in Seurats studio. De jongen met de bolle rug en de lange pony zit - naakt nog, de rode broek kreeg hij later aangemeten - op een bankje met een doek onder zijn billen. De jongen met de opgetrokken benen was altijd al gekleed, maar het joch met de handen aan de mond leren we ook naakt kennen. Het hoedje draagt hij al wel, alleen had Seurat hem aanvankelijk iets meer van ons afgewend in gedachten, of ook, naar blijkt uit een andere schets, met meer puppy-vet en iets verder verwijderd.

Met hun rollen zet Seurat ze in zijn studio in het licht. Het licht hakt de voorstelling uit, het licht is de beitel, het donker de steen. Hij zal er mee doorgaan tot hij tenslotte van al het donker af is en er alleen licht over is gebleven. Ook hierbij gaat hij te werk als een filmer: alles wat je ziet bestaat bij gratie van het licht, ook de donkere hoeken van het verbeelde.

Dan, een stadium later, zien we de acteurs langzamerhand hun plaatsen in het decor innemen. De man met de bolhoed arriveert het eerst, op een kleine olieverfschets op hout van 16 bij 25 centimeter van het rivierlandschap. Hij is nog aangekleed en zit nog rechtop, maar al wel op zijn plek.

Tegelijk, op krijtschetsen in de studio, zoekt Seurat naarstig de juiste houding. Hij laat het model liggen en steunen op een elleboog, maar de hoek van zijn heup en de keuze voor een meer of minder afgewend oor onder de hoed, dat was zoeken, net als het probleem met het saaie lichte vlak van de brede rug. De hond komt erbij, en tot mijn verrassing blijken bij nadere beschouwing beiden, niet alleen de hond maar ook de man, naar hetzelfde teken van leven te kijken, ergens buiten het schilderij. De andere personages volgen en krijgen hun plaats na als het ware gerepeteerd te hebben in de studio.

En dan is de scène naar de zin van Seurat. Actie! het shot kon worden gedraaid: Seurat schilderde La baignade. De compositie is bijna geometrisch te volgen, alle lijnen in het landschap kloppen met de houdingen en de richtingen van lichamen en ledematen. En toch ziet het eruit als een ogenblik dat voor zichzelf spreekt en verder niet, een moment zoals er zovele zijn. Een eigen, volmaakt overtuigend blokje tijd dat Seurat toevoegde aan de werkelijkheid. Het mooiste wat er is: een schilderij over niets in het bijzonder. Over gedachtenloos. Over zwoel en sloom en prettig moe.