Kunstuitleen te levendig verfilmd

Wonen in een tekening. Woensdag 6 augustus, Ned.1, 10.00u.

Het is een oude, veelgehoorde klacht: er is te weinig kunst op televisie. De Tros heeft “Kunst... omdat het moet” en de AVRO “Tussen kunst en kitsch” maar daarvan zeggen de omineuze titels voldoende over de belangstelling van de makers. De VPRO en de NPS willen nog wel eens aandacht aan de kunsten besteden, maar dan is het meestal opera, film of literatuur, maar zelden beeldende kunst - “te statisch” zeggen programmamakers en daar valt wat voor te zeggen. Maar als beeldende kunst te statisch is moet je het dus in beweging brengen, en het was dan ook een slim idee van regisseur Ditteke Mensink om voor de documentaire Wonen in een tekening de weg van een kunstwerk uit de kunstuitleen langs verschillende leners te volgen. Dat biedt beweging en daardoor afwisseling, je kunt zien wat voor mensen er kunst lenen, waar ze wonen en waarom ze nu juist voor dit kunstwerk kiezen - genoeg invalshoeken voor een aardige reportage.

Als centraal kunstwerk werd de tekening De lappententoonstelling van Paul Klemann uitgekozen - ook al een goed idee. Klemann, die in 1993 de Prix de Rome won, tekent op een enigszins surrealistische manier - voorstellingen die mogelijk zijn, maar niet voor de hand liggen. In De lappententoonsteling zien we een kamer waarin een groot aantal lappen en doeken tegen de muur zijn gedrapeerd. Sommige lappen en doeken zijn aan elkaar geknoopt, hangen los of zijn ingekleurd. Aan de rechterkant van de tekening staat een mannetje dat een van de doeken optilt om te kijken of er wat achter zit - voldoende interpretatiemogelijkheden dus.

Het is dan ook jammer dat Mensink blijft steken in haar goede uitgangspunten, want Wonen in een tekening is geen documentaire die de vraag naar beeldende kunst op televisie snel zal doen toenemen. Het probleem is vooral dat Mensink te veel wil. In het halve uur dat de documentaire duurt zien we Klemann het werk naar de Kunstuitleen in Amsterdam brengen en vervolgens langs maar liefst zeven leners trekken, variërend van een pianolerares, een Poolse emigrante en een zakenman tot een dertienjarig meisje dat een kunstwerk voor haar kamer zoekt. Van al deze mensen probeert Mensink niet alleen hun keuze voor juist dit werk te doorgronden, maar ook wil ze van allemaal een klein portretje schetsen, waarvoor dan meestal een zin of drie de ruimte is. Zo horen we dat de pianolerares geen kinderen hoeft omdat ze er al zoveel op les heeft, en moet een man die kanker in een terminale fase heeft, zijn leed in die paar zinnen samenvatten - daar heeft hij het duidelijk moeilijk mee en dan wordt Wonen in een tekening even een gênante film.

Bovendien speelt Mensink te vaak vals. Om de film te verlevendigen heeft ze bedacht dat we als toeschouwer soms door de ogen van de tekening naar de leners moeten kijken. Soms leveren die commentaar, soms hangt het werk ook aan de muur en bekijkt het de leners in hun dagelijkse bezigheden. Het schilderij als vlieg aan de muur, het blijkt een flauwiteit die niets toevoegt. Ik betrapte mezelf er op dat ik, telkens als het werk in beeld kwam, ging zoeken naar een camera achter het papier, die er natuurlijk niet was - waarschijnlijk heeft Mensink haar hoofdpersonen stevig aan het acteren gezet.

Het aardigste aan Wonen in een tekening is dan ook dat opnieuw glashelder wordt dat mensen in kunst alleen zien wat ze willen - de pianolerares ziet in De lappententoonstelling een circus, de kledinghandelaar ziet er de stof in voor een maatpak. Voor Klemann moet het dan ook een hele geruststelling zijn dat aan het einde de Poolse emigrante definitief met het werk naar huis vertrekt. Want hoewel Mensink haar ook maar wat liet dobberen sprak zij met zoveel hartstocht over de tekening dat je het haar van harte gunde.