Forse celstraffen in affaire-Vos bv mogelijk

Hoogleraar economisch strafrecht M. Wladimiroff meent dat in de zaak van de levering van ondeugdelijke glycerine aan Haïti door de firma Vos bv sprake kan zijn geweest van 'voorwaardelije opzet'. Dat kan mogelijk tot forse gevangenisstraffen leiden.

ROTTERDAM, 5 AUG. Wanneer het Openbaar Ministerie overgaat tot strafvervolging tegen het Alphense bedrijf Vos bv in de glycerine-affaire, hangen de directeur en mogelijk andere medewerkers wellicht forse gevangenisstraffen boven het hoofd. De levering door Vos bv van onzuivere glycerine aan het Haïtiaanse farmaceutische bedrijf Pharval had, na verwerking van de grondstof in een koortswerende paracetamolsiroop, vorig jaar de dood tot gevolg van minstens zestig kinderen in Haïti.

“Bij zoveel doden valt al snel te denken aan een gevangenisstraf van meer dan tien jaar,” zegt mr. M. Wladimiroff. De Haagse strafpleiter doceert als hoogleraar in Utrecht economisch strafrecht en geldt als specialist op dit gebied.

Naar nu is gebleken liet Vos bv de glycerine vóór levering aan Haïti in een laboratorium onderzoeken. Het Alphense bedrijf zweeg over het resultaat van het onderzoek. Dit wees uit dat de glycerine lang niet de vereiste zuiverheid had. De glycerine werd desondanks door Vos bv als geschikt voor farmaceutische aanwending verkocht. De directie van Vos verklaarde aan de Nederlandse Inspectie Gezondheidszorg en de Amerikaanse Food and Drugs Administration (FDA) dat zij de glycerine niet in een laboratorium had laten testen en dat zij daarom niet had geweten dat de uit China afkomstige glycerine onzuiver was.

Voor het OM, dat zich op verzoek van minister Borst (Volksgezondheid) over de zaak buigt, liggen de juridische aanknopingspunten in de artikelen 174 en 175 van het Wetboek van Strafrecht. Hierin is sprake de levering van “waren schadelijk voor het leven of de gezondheid”. De strafmaat varieert indien er doden zijn te betreuren, afhankelijk of er sprake is van verwijtbaarheid, schuld dan wel boze opzet, van maximaal zes maanden tot twintig jaar of in het ergste geval levenslang. Ook kunnen geldboetes worden opgelegd.

“De belangrijkste onderscheiding is die tussen een schulddelict en opzet”, zegt Wladimiroff. Bij opzet geldt zogenoemde “voorwaardelijke opzet” als de ondergrens. Volgens Wladimiroff lijkt het erop dat in het geval van Vos bv sprake is geweest van voorwaardelijke opzet. Hij spreekt in dit verband ook van “kansbewustzijn” bij degene die de schadelijke waren in omloop brengt.

Wladimiroff: “Als je je ervan bewust bent dat bepaalde gevolgen zouden kunnen intreden en je neemt het risico, dan heb je opzettelijk gehandeld. Daar doet deze zaak aan denken.”

Bij “kansbewustzijn” gaat het erom of degene die de grondstoffen levert zich bewust is geweest, waarvoor deze door de ontvanger zouden kunnen worden aangewend. Dit weegt volgens de Haagse strafpleiter des te zwaarder wanneer het gaat om een leverancier die ervaring heeft in de branche en van wie dus een dosis deskundigheid mag worden verwacht. Ook de hoeveelheid schadelijke grondstof die is geleverd speelt een rol, want met de hoeveelheid groeit het aantal producten dat ervan kan worden gemaakt en daarmee dus ook het risico. In het geval van Vos bv ging het om een aanzienlijke hoeveelheid van 72 vaten glycerine van elk 250 kilogram netto.

Bij de beoordeling kan ook meetellen dat al eerder soortgelijke ongelukken zijn gebeurd. Zo kwamen in 1990 in Nigeria honderd kinderen om na gebruik van een paracetamolsiroop. Even werd zelfs een Nederlands bedrijf verdacht, naar later bleek ten onrechte. Net als in Haïti was de gebruikte grondstof vergiftigd met het antivries diethyleen-glycol. In 1992 stierven in Bangladesh op soortgelijke wijze enkele tientallen kinderen. De dodelijke incidenten waren voor de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) aanleiding opnieuw aan te dringen op verscherpte controleregels voor farmaceutische grondstoffen.

Strafpleiter Wladimiroff wijst erop dat Vos bv een rechtspersoon is en dat de rechter daarom moet nagaan welke rol specifieke medewerkers van het bedrijf, inclusief de directie, precies hebben gespeeld. Aan de hand daarvan kan dan een strafmaat worden bepaald.

Naast een mogelijke strafzaak, kan er ook een civiele zaak komen. In dit geval moet Vos bv met geld over de brug komen. Inmiddels treedt het Duitse moederbedrijf Helm AG als vertegenwoordiger van Vos bv op. Het Haïtiaanse bedrijf Pharval, dat op last van de lokale overheid moest sluiten en medewerkers ontslaan, heeft de schade voorlopig begroot op 5 miljoen dollar. Pharval heeft aan een veertigtal ouders van overleden kinderen inmiddels een voorlopige betaling gedaan. Met de ouders is overeengekomen dat de Nederlandse advocaat E. van der Wolf nu niet meer alleen namens Pharval maar ook namens de ouders een claim zal neerleggen bij Vos bv en Helm AG.

Over een immateriële schadevergoeding voor de ouders buigt Van der Wolf zich nog met een Duitse collega. Vorige maand had de Duitse advocaat P. Henseler een eerste geprek met Helm AG in Hamburg. Als het niet tot een bevredigende schikking komt, volgt alsnog de stap naar de rechter. De advocaten overwegen dan de rechter te vragen de Haïtiaanse code civil toe te passen, die bij immateriële schadevergoedingen verder gaat dan Nederlandse en Duitse wetten. Volgens Wladimiroff is het volgens het internationaal privaatrecht heel goed mogelijk de wet toe te passen in het land waar de schade is opgetreden.