Doden en sterven

HET HOOGGERECHTSHOF van de Verenigde Staten heeft - zoals algemeen verwacht - onlangs iedere hulp van artsen bij zelfdoding door ongeneeslijk zieke patiënten afgewezen. Verschillende leden van het Hof gaven overigens te kennen dat het laatste woord over euthanasie in Amerika daarmee niet is gezegd.

Eén ding stond in de jongste testcase echter niet ter discussie, namelijk het recht van ieder mens, ongeacht zijn fysieke toestand, mits compos mentis, medische behandeling te weigeren - zelfs indien deze het leven kan redden. Dat is geen euthanasie, vond het Hof unaniem.

De vrijheid iedere medische behandeling te weigeren heeft een diepere rechtsgrond dan het belang verschoond te blijven van “ongewenste medische technologie, ingrepen of geneesmiddelen”, tekende een van de leden van het Hooggerechtshof aan. Dit recht valt te herleiden tot “het hart van de persoonlijke vrijheid om de kern van het eigen bestaan te definiëren, van het universum, en van het mysterie van het menselijk leven”. Dit nog afgezien van het recht zelf te bepalen welke herinneringen men wil achterlaten. Het afwijzen van ongewenste behandeling is dan ook “méér dan het uitvloeisel van abstracte opvattingen over individuele autonomie”.

Het verschil tussen 'doden' en 'laten sterven', dat zo'n grote rol speelt in de uitspraak van een van de gezaghebbende gerechtshoven ter wereld, ligt ook ten grondslag aan de methode van 'versterving' die in Nederland wordt toegepast om terminale patiënten een menswaardig einde te bezorgen. In veel gevallen kondigt dit einde zich aan door het afwijzen van eten en drinken. Het onthouden van sondevoeding - een medische ingreep - is daarvan een passende uitdrukking, ja zelfs een rechtsplicht.

DEZE METHODE is in opspraak geraakt door klachten over het psychogeriatrische verzorghuis 't Blauwbörgje in Groningen. Het probleem hier is dat het demente bejaarden betreft, zodat het element van de vrije wilsbepaling is uitgeschakeld. Op zichzelf is daarmee de methode van versterving niet gediskwalificeerd. Ook een versluierde geest kan aangeven dat het tijd is de natuur zijn loop te laten. Wel is extra oplettendheid geboden.

Bij psychogeriatrische patiënten gaat het nalaten van ongewenste behandeling over het afzien van onwenselijke behandeling. Het oordeel over welk medisch handelen zinloos is, is vaak moeilijk te scheiden van een oordeel over de kwaliteit of de zin van het leven van de patiënt. Toch komt dát oordeel de arts niet toe. Maar ook de familie heeft niet te beslissen over de zinloosheid van behandeling, waarschuwt de Amsterdamse emeritus hoogleraar Leenen in zijn bekende handboek gezondheidsrecht. Een behoorlijke informatie van verwanten is van het grootste belang, maar de doorslag geeft uiteindelijk de medisch-professionele toetsing.

DAAR MOGEN bepaalde eisen aan worden gesteld, maar het helpt in elk geval weinig om versterving op één lijn te stellen met daadwerkelijke euthanasie, zoals CDA-fractieleider De Hoop Scheffer vorige week heeft bepleit. Het behoort juist tot het wezen van versterven dat het géén euthanasie is, met de hele strafrechtelijke nasleep van dien. Dat moet men er dan ook niet via een zijdeurtje van proberen te maken. Alle betrokkenen, en de samenleving als geheel, zijn er het best mee gediend wanneer in het openbaar debat het verschil tussen 'doden' en 'laten sterven' niet uit het oog wordt verloren.