Vrolijke glazen in oude latrines

Tentoonstelling: Het Drinkglas; Internationale Glasmanifestatie 1997. Leerdam: Nationaal Glasmuseum, De Houtloods, Het Oude Raadhuis en Het Kunststation. Acquoi: Fort Asperen. T/m 14 sept. Dagelijks, behalve ma, 10-18u. Publicatie Het Drinkglas ƒ 65,- (na 1 oktober ƒ 85,-).

Een van de locaties waar zich op dit moment een internationale manifestatie rondom het drinkglas afspeelt, is het fort Asperen in Acquoi. Dit sombere vestingwerk-buiten-dienst, onderdeel van de Nieuwe Hollandsche Waterlinie, heeft cultuur-historisch gezien niet veel affiniteit met weinig militaire gebruiksvoorwerpen als wijnglazen. In de soldatenverblijven en de gemeenschappelijke latrines, waar het naar ijzer en vocht ruikt, verwacht je aan drinkgerei hoogstens een verroeste mok of een gebutste veldfles, maar niet de ijle vitrine met 'vrolijke glazen voor vrolijke mensen' van Ivana Houserová. Zij is een van de kunstenaars die ter ere van de expositie samen met de Leerdamse glasfabriek een nieuwe visie op functioneel glas ontwikkelden.

De Tsjechische ontwerpster ziet in de steel of stam van een glas meer dan enkel een rechte stut, die letterlijk en figuurlijk ondergeschikt is aan de kelk. Bij haar servies omarmen grote, felkleurige kromme stelen liefdevol de kelk. Haar collega Piet Stockmans wilde om een veel praktischer reden de steel accentueren. Zijn prototype is bedoeld voor de kieskeurige wijnliefhebber die de kelk liever niet vastpakt, omdat de warmte van zijn hand de kwaliteit van de inhoud nadelig beïnvloedt. Stockmans' drinkglazen bezitten dus tussen kelk en voet een opmerkelijke bolvormige stam, een stevig houvast waardoor de wijn op de door de keldermeester voorgeschreven temperatuur blijft.

In de ruimtes van het fort is ook een paar boeiende installaties geplaatst, die in meer of minder mate verband houden met het thema drinkglas. Slordig gestapelde strobalen met daartussen volle glazen schuimend bier geven de indruk dat oogstende landarbeiders er op het heetst van de dag even bij zijn gaan zitten om hun stoffige kelen te spoelen. Door het open raam zijn struiken te zien, zoemt een vlieg naar binnen en dwarrelt een blad op de grond. Die natuurijke omgeving verhevigt het landelijke karakter van de installatie van Maria Roosen. Dat het bier nep is, maakt niets uit. De associatie van het stro met graan en gerstenat is voldoende.

De installatie van Dinie Besems springt al even vindingrijk om met het begrip drinkglas. Als er niets anders bij de hand is, voldoet de holte in de hoed van een vliegenzwam, overigens berucht giftig, eventueel ook om een slok uit te nemen. Veertig glazen zwammen staan losjes in een cirkel opgesteld. Een enkel exemplaar is omgevallen, zoals dat ook in het bos gebeurt. Deze broze, rose-rode heksenkring, in zekere zin ook een verdedigingswerk tegen indringers, neemt het met succes op tegen de barse architectuur van de omgeving.

In Leerdam, de thuishaven van het Nederlandse gebruiksglas, staan 'alle glazen op een rij'. Het Nationaal Glasmuseum geeft een overzicht, in chronologisch omgekeerde volgorde, van karaffen, drinkserviezen en glazen vanaf de Romeinse tijd tot onze jaren negentig. Na de glasvitrines met bekende namen als Valkema, Meydam, Thomassen, Sipek en natuurlijk Copier, belanden de bezoekers bij het in de vorige eeuw industrieel vervaardigde persglas, dat zo zijn best deed op het veel duurdere geslepen kristal te lijken en daarin zo slecht slaagde. Via bont beschilderd Biedermeier glaswerk, simpele Engelse wijnglazen van loodglas, versierd met een ingesloten 'traan' en uiterst bewerkelijke Venetiaanse vleugelglazen uit de zestiende eeuw arriveren de bezoekers in de Middeleeuwen. Vooral de exemplaren van het groenige Waldglas uit de periode na omstreeks 1250 vallen door hun vormgeving op. Van alle in die tijd gangbare modellen - de napvormige maigeleins, de glazen met een noppendecoratie en de hoge knotsbekers - zijn schitterende voorbeelden bijeengezocht.

De parade in Leerdam eindigt met een Romeins kannetje. Hieraan is alles volmaakt: de handgreep die iets naar boven oploopt (dat schenkt handiger), de precies goede verhouding tussen mond, hals en buik en de parelmoerglans die het voorwerp door een eeuwenlang verblijf in de bodem heeft gekregen.

Ter gelegenheid van deze grootscheepse glasmanifestatie verscheen bij uitgeverij Waanders in Zwolle de publicatie Het drinkglas. In geleerde essays ('De drinkbeker als ritueel en poëtisch archetype') en in soepeler artikelen over ontwerper Adolf Loos of de rol van het drinkglas in films worden de essentiële betekenissen en de productie-technische aspecten van het thema uitgebreid behandeld. Het mooi geïllustreerde boek van 400 bladzijden bevat bovendien een glossarium met lemma's over fabrieken, ontwerpers, stijlen en technieken. Het onderwerp drinkglas lijkt beperkt en het spreekt misschien niet tot ieders verbeelding. Maar het bleek voldoende boeiend voor een gevarieerde tentoonstelling en een uitstekend boek.