Vele plannen voor kwijnend lijntje

Almelo-Mariënberg is de minst rendabele van alle NS-lijnen. Er worden allerlei alternatieven ontwikkeld, onder andere door concurrent Lovers Rail. Vooralsnog is de trein zo goed als leeg.

ALMELO, 4 AUG. Roestbruin wuift het maïs. Aan de eenzame reiziger in de trein van Almelo naar Mariënberg trekt het Twentse land in rust en landelijke schoonheid voorbij. Er zijn grasland en koeien, kassen en dorpjes als Geerdijk en Daarlerveen. De twee jongens, ingestapt in Almelo, praten zo plat dat ze het landschap waarschijnlijk wel kunnen dromen. Ze praten over voetbal en over “de vier man die ik kan passeren als ik een goede dag heb.”

De treinreis Almelo-Mariënberg voert langs vier dorpen en neemt vijfentwintig minuten in beslag. De verbinding is veruit de minst rendabele van alle Nederlandse spoorlijnen. Ze was de eerste in de rij van dertig lijnen die de Nederlandse Spoorwegen wilden opheffen, zo liet de NS medio vorig jaar de betrokken minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) desgevraagd weten. En terwijl de bewindsvrouwe voor de overige 29 lijnen nog een bedrag van 155 miljoen gulden subsidie ter beschikking stelde, kon ook zij, vertelde ze later in de Tweede Kamer, er niet onderuit dat Almelo-Mariënberg helaas moest worden geschrapt. Het had geen zin nog langer op jaarbasis een bedrag van 3,8 miljoen gulden in de verbinding te steken. Er kon nog wel een miljoen gulden beschikbaar worden gesteld voor een busverbinding tussen de beide gemeenten.

Nu, een jaar later, lijken de kansen evenwel gekeerd. Vanaf het moment dat Jorritsma het slechte nieuws bekendmaakte, hebben de regio Twente en de provincie Overijssel geijverd voor het voortbestaan van de lijn, waarvan vooral door scholieren en forenzen gebruikt wordt gemaakt. De minister ontving een klein stortvloedje aan brieven, waarin telkens werd gehamerd op het belang van de lijn. Zo schreef de regio Twente eind juni in een “uiterste reddingspoging” een brief die per koerier naar Jorritsma werd gestuurd, pal voordat de Tweede Kamer zich over de lijn zou uitspreken. De brief bevatte een concreet voorstel, uitgewerkt in samenwerking met de gemeenten Enschede, Hengelo en Almelo, en de regionale vervoersmaatschappijen Oostnet en OAD Streekvervoer. Geef ons 1,8 miljoen gulden, en wij zorgen voor een duurzame exploitatie van de lijn en van het totale streekvervoer in Twente, lieten de betrokkenen weten.

De brief deed zijn werk. Jorritsma liet in de Tweede Kamer weten bereid te zijn “na te denken over het voorstel van de Regio”. In een intentieverklaring hebben de betrokken partijen in de regio vastgelegd dat ze gezamenlijk het openbaar vervoer in Twente zullen verbeteren. Hoe dat moet gebeuren is nog niet duidelijk. Er is een onderzoek ingesteld dat moet uitmonden in een meerjarige concessie voor het openbaar vervoer in streek en stad per 1 januari volgend jaar. Centraal in het onderzoek staat een betere afstemming van bus- en treindiensten, en een betere afstemming van het aantal diensten op de wensen van de klant.

Het is niet zeker of de NS die nieuwe lijndiensten zal exploiteren. In de brief aan Jorritsma kondigde de Regio al aan dat de treindiensten mogelijk regionaal worden aanbesteed. Een woordvoerder van de NS laat weten dat er intern verschillende alternatieven worden doorberekend voor de spoorlijn Almelo-Mariënberg, maar kan daar nog niets over zeggen. Wat dat betreft is de kersverse concurrent Lovers Rail verder. In een schrijven aan de Regio liet Lovers onlangs weten 'zeer geïnteresseerd' te zijn in exploitatie van het lijntje. We zijn ervan overtuigd dat we een beter en goedkoper treinproduct kunnen leveren dan het huidige, zo meldt de brief. Dat moet onder ander gebeuren door een fiets-leaseplan, een betere dienstregeling en de mogelijkheid van gereserveerde plaatsen. Lovers zal binnenkort een presentatie verzorgen voor de Regio.

De twee jongens-met-voetbalcapaciteiten zeggen zich niet druk te maken over de toekomst van de spoorlijn. De trein blijft echt wel rijden, zeggen ze. Ook M. Oudebreuil, deze middag de machinist op de trein, is optimistisch - al spreekt hij, op het perron in Mariënberg, over een “echt onrendabele lijn”. “Het moet om te beginnen beter bij de wens van de reiziger passen. Als hij in Vroomshoop een half uur op de bus moet wachten, dan neemt hij de volgende keer natuurlijk de auto.” Om de kosten te drukken, zegt hij, zal de NS volgend jaar waarschijnlijk wel beginnen met éénmans-ritten: alleen een machinist, die dan tevens conducteur speelt. “Maar dat is een druppel op de gloeiende plaat.”