Turkse homoseksueel is geen zoon meer

Een extravagante boottocht door de grachten was zaterdag het hoogtepunt van de driedaagse manifestatie Amsterdam Pride 1997. Aan boord van een boot met Turkse homo's: “Ik dacht dat ik de enige Turkse homoseksueel was.”

AMSTERDAM, 4 AUG. Met zijn duivelsvork prikt Cem Ariklar (27) in een bootje met een travestiet en een opblaaspop. Hij slaakt een hoge kreet, zwiert met zijn cape en voelt of het kapje met hoorntjes nog stevig op zijn hoofd zit. Eigenlijk houdt Cem zich zelden op in de Amsterdamse gay-scene, want een Turkse homo zien ze daar al snel als “een exotisch lustobject”, zegt hij. Maar zaterdag tijdens de extravagante homomanifestatie door de grachten van Amsterdam wilde hij iets duidelijk maken: 'Wij bestaan ook'. Wij - dat zijn de Turkse homoseksuelen in Nederland, verenigd in het Ipoth (International platform of Turkish homosexuals).

In het water van het Westerdok in Amsterdam cruisen een aantal praalboten aftastend over het water. Over een uur zal het hoogtepunt van Amsterdam Pride beginnen: de Canal Pride. De Turkse jongens Enver en Gurkan zijn er speciaal voor uit Keulen gekomen. De salonboot waarmee het Ipoth zal varen ligt nog vast aan de wal. Nog snel worden roze ballonnen opgeblazen en rode T-shirts met de Turkse vlag uitgedeeld. Uit de cassetterecorder klinkt de zanger Tarkan. Maar het Turkse levenslied wordt weggeblazen door de countrysongs op een sleper vol mannen verkleed als cowboys en een Weense wals op een schuit waar twee bruidjes in het wit met elkaar in het huwelijk treden.

In een stad waar de Stichting Gay Business Amsterdam als voornaamste doel het promoten van de stad heeft en de organisatie als belangrijkste kopzorg het voorkomen van seks op de boten, lijkt een emancipatoir evenement wat overbodig. Maar de Turkse homo's zijn er nog lang niet klaar mee, weet Cem. “Ik dacht lange tijd dat ik de enige Turkse homoseksueel was”, had hij in een eerder gesprek gezegd. Maar sinds de oprichting van de Nederlandse tak van het Ipoth tweeëneenhalf jaar geleden, zijn er volgens hem al meer dan tweehonderd Turkse homoseksuelen “uitgekomen”.

Het is voor een aantal niet gemakkelijk om in Amsterdam hun coming-out te beleven, weet Cem. De Turkse migrantengemeenschap heeft de waarden en normen van het Turkse platteland meegenomen naar de stad. Afgeschrikt door de vrije moraal in Nederland verschuilen ze zich hier achter tradities en laten hun oren volledig hangen naar de imam in de moskee.

Voor homoliefde heeft die meestal geen goed woord over. 'Ik heb geen zoon meer', zeggen deze Turkse vaders als hun zoon homoseksueel blijkt te zijn. “Terwijl in Turkije zelf homoseksualiteit goed bespreekbaar is”, zegt Cem.

Pagina 3: 'Ik wil geaccepteerd worden als Duitse Turkse jood die homo is'

Ook al is Cem naar eigen zeggen gemarteld door de Turkse politie om zijn geaardheid en staat hij in zijn geboorteland bekend als “terrorist” wegens deelname aan een homo-organisatie, hij kan het niet vaak genoeg zeggen: niet alle Turken zijn homofoob. Toen hij op zijn dertiende aan zijn moeder vertelde dat hij homoseksueel was, kocht ze de volgende dag een boek over coming-out voor hem. “En in Istanbul zijn meer gay-bars dan in heel Nederland samen”, zegt hij. Het verschil met de Amsterdamse gay-scene is wel dat homo's in Turkije minder promiscue gedrag vertonen. In de Turkse gay-scene wordt volgens Cem “gedanst, gebabbeld en gezoend, zonder het meteen te seksualiseren”. Hij heeft nu twee jaar een relatie met de Nederlandse Jan-Peter. Ze willen twee Turkse kinderen adopteren.

Op het Westerdok intussen vaart de dekschuit van cafe de Cockring voorbij. Aan boord danst een man met een zwarten veren tooi op zijn hoofd. Een ander draagt een leren broek zonder kruis en een zwarte leren slip met spikes. Een derde heeft alleen een leren tuigje aan dat de bilnaad bloot laat. Alle drie maken ze bewegingen alsof ze een stoomlocomotief zijn. De salonboot van het Ipoth is inmiddels ook los. “Ik wil geaccepteerd worden als Duitse Turkse jood die homo is”, zegt Gokmen uit Keulen en zwaait naar een jongen in matrozenpak.

Dan gebeurt het. Eerst heerst onder de Turken aan boord nog ongeloof. Cem maakt zeker een grap. Ze gapen elkaar aan. Dan merken ze het zelf ook: de boot vaart niet meer. “Een electrische storing in de motor”, zegt de kapitein. “Die krijg ik vandaag niet meer aan de praat.” Wat nu? “Probeer op een andere boot aan boord te komen”, oppert de kapitein. “Maar wij kennen geen andere boot”, roept Cem wanhopig uit. Zijn duivelscape heeft hij inmiddels afgedaan.

Vijf minuten later staan ze op de wal. Ze geven niet op. Beladen met ballonnen, vlaggen en zakken chips, rennen ze over de straten van het Amsterdamse Bickerseiland. Er moet toch ergens nog een boot voor hen liggen. Gejoel. Bij jachthaven het Realeneiland liggen zeker nog tien aluminium boten. Maar de eigenaar wil ze niet verhuren voor de Gay Pride. Ze zijn niet verzekerd voor manifestaties, zegt hij. “Volgend jaar”, belooft Cem. Dan zullen ze Amsterdam laten zien dat Turkse homoseksuelen ook bestaan.

Die middag tijdens de Canal Pride 1997 laten dansende lijven op ruim honderd praalboten zich strelen door de blikken van duizenden toeschouwers. De Turkse homo's zijn dan al in de massa opgegaan.

    • Monique Snoeijen