Talig

Ondanks het grote aantal uren muziek is de radio een talig medium. Radioprogramma's die willen communiceren moeten het van taal hebben. Aan taal is geen einde. Je hoeft het apparaat maar in te schakelen en je hoort uitdrukkingen en uitspraken die zich onmiddellijk in je hoofd vasthaken.

“Ik zat in de wind en toen kwam ik er niet 'an”, zei Jeroen Blijlevens toen hij de zoveelste sprint van het peloton niet had gewonnen. Ingewikkelder klonk Jaap van Wesel over het Amerikaanse voorstel om grote Derde-Wereldlanden op drie continenten een permanente zetel in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties te geven: “Voor het zover is zal er nog heel wat water door een paar heel grote rivieren stromen. En daarbij valt dan met name te denken aan de Nijl, de Ganges en de Amazone.” Beeldsprakelijk maakte hij zo duidelijk dat Egypte, India en Brazilië de belangrijkste kandidaten zijn voor een dergelijke zetel. Elke dag zijn er zulke fraaie en minder fraaie stijlbloempjes te plukken.

Aan het verschijnsel taal besteedt de radio terecht veel aandacht. De bekendste taalrubriek is wellicht die van Frank Jansen, al jaren in het zaterdagse programma Tros-Nieuwsshow op Radio 1. Even na half tien behandelt Jansen, met een stem of hij altijd een beetje achter adem is, wetenswaardigheden als de herkomst van de namen van de continenten, de eigenaardigheden van de Vlaamse jongerentaal of de ontwikkeling van de wijze waarop mensen zich in de loop van de tijd aan de telefoon melden. “Hallo” is toch logischer en minder onbeleefd dan men zou verwachten. Weetjes zoals je die ook op de wijdverbreide Taalkalender kunt vinden.

Deze zomer besteedt de NPS speciale aandacht aan de ontwikkeling van het Nederlands door de eeuwen heen. Henny Stoel bespreekt op Radio 5 elke donderdagmorgen om half elf met de Leuvense taalhistoricus Joop van der Horst de manier waarop het Nederlands is ontstaan en zich heeft ontwikkeld. Als presentator slaagt ze erin op de stoel van de gemiddelde luisteraar te gaan zitten, die op dit terrein hooguit nog wat vage middelbareschoolkennis bezit. Daardoor ontspint zich een logische dialoog tussen 'leraar' en 'leerling', die tenminste niet de indruk geeft dat vragen en antwoorden allemaal vantevoren uitgedacht zijn.

De uitzendingen, die een half uur duren, zijn een wandelingen door de tijd. Zo vertelde Van der Horst dat, hoewel het eerste Nederlands al omstreeks het jaar 700 werd gesproken, het nog eeuwen duurde voordat er sprake was van op ruime schaal geschreven volkstaal. Lange tijd werden officiële teksten in het Latijn geschreven, een gewoonte die in de academische wereld nog tot in de vorige eeuw werd aangehouden. Krachtige impulsen aan de taalontwikkeling en aanzetten tot een verdergaande codificatie van de taal vormden de groei van de steden, waardoor de behoefte aan in de volkstaal geschreven teksten toenam, de uitvinding van de boekdrukkunst, waardoor de verspreiding van het geschreven woord werd vergemakkelijkt, en de Reformatie, die de gelovigen stimuleerde zelf de bijbel te gaan lezen.

Het programma is opgetuigd met kleine reportages van uit taalkundig oogpunt belangwekkende locaties en lezingen van teksten door al dan niet bekende Nederlanders. Helaas gaat dat voorlezen vaak te snel, waardoor vooral de oudere en daardoor toch al niet steeds toegankelijke teksten vaak niet goed te volgen zijn.

Dat voorlezen ook anders kan was onlangs te horen in het vrijdagse cultuurprogramma van de NCRV Schuim en as. Daarin werden vertaalde gedichten voorgelezen van een Amerikaanse auteur, waarbij tussen de regels extreem lange pauzes werden genomen, zodat men ruim de tijd kreeg de inhoud ervan tot zich door te laten dringen. En het klonk niet eens onnatuurlijk. Het nadeel van het gesproken boven het gedrukte woord blijft dat men het niet even kan teruglezen om de inhoud helemaal tot zich door te laten dringen. Radio is een talig medium, maar je moet soms woorden de tijd geven om te laten bezinken.