Rechtbank wijst claims af; Ex-bestuurders CTSV krijgen niet méér geld

ROTTERDAM, 4 AUG. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hoeft de vorig jaar ontslagen bestuursleden van het CTSV, D. van Leeuwen-Schut en G.J. van Otterloo, geen extra salaris uit te betalen.

Dat heeft de meervoudige kamer van de rechtbank in Den Haag afdeling bestuursrecht vorige week bepaald, zo heeft de rechtbank vanmiddag desgevraagd bevestigd.

Van Leeuwen en Van Otterloo claimden respectievelijk 1,2 en 1 miljoen gulden van het ministerie. Ze meenden recht te hebben op doorbetaling van hun salaris over hun tweede ambtstermijn bij het CTSV, een termijn waar ze overigens nooit aan zijn begonnen. De twee moesten namelijk halverwege hun eerste termijn, vorig jaar 1996, het veld ruimen, samen met hun medebestuurslid M. van Rooyen. Ze kregen wel hun eerste termijn uitbetaald: Van Leeuwen 300.000 gulden per jaar tot eind dit jaar, Van Otterloo 250.000 gulden tot eind vorig jaar. Op het moment van ontslag zat Van Rooyen al in zijn tweede ambtstermijn. Hij heeft dan ook geen claim ingediend.

De meervoudige kamer van de rechtbank stelt dat de rechtspositionele regelingen voor Van Leeuwen en Van Otterloo niet voorzien in doorbetaling voor een tweede termijn, en dat betrokkenen op de hoogte waren van die regelingen.

De meervoudige kamer stelt bovendien dat de staatssecretaris van Sociale Zaken de twee bestuursleden nooit toezeggingen heeft gedaan, zo liet de rechtbank vanochtend weten.

Het CTSV (College van Toezicht Sociale Verzekeringen) houdt toezicht op zo'n 90 miljard gulden aan sociale uitkeringen. Het bestuur onder leiding van mevrouw Van Leeuwen kwam al vrij kort na zijn aantreden op 1 januari 1995 in aanvaring met zowel de eigen directeuren en de ondernemingsraad als met organisaties in het veld waar het bestuur toezicht op moest houden. In maart 1996 stapte het bestuur op nadat eerder al een aantal directeuren was vertrokken.

Voor Van Otterloo had de meervoudige kamer afgelopen week nog een tweede tegenvaller in petto. Van Otterloo had het CTSV voor de rechter gedaagd omdat hij meende recht te hebben op meer wachtgeld dan hem was toegekend nadat zijn eerste CTSV-termijn eind vorig jaar erop zat. De rechter heeft nu bepaald dat Van Otterloo voor deze wachtgeldkwestie niet bij het CTSV moet zijn maar bij de staatssecretaris van Sociale Zaken, aldus de rechtbank vanochtend.