Nieuwe president-directeur moet oppassen voor 'te impulsieve besluiten'; Ruim krediet Van Wijk bij KLM'ers

Het lijkt de KLM voor de wind te gaan, maar er staan de nieuwe topman L.M. van Wijk uitdagingen te wachten: een laag rendement en een enorme onbenutte kasreserve.

ROTTERDAM, 4 AUG. Nu drs. L.M. (Leo) van Wijk morgen tijdens de aandeelhoudersvergadering drs. P. (Pieter) Bouw opvolgt als president-directeur van de KLM zijn de verwachtingen in het bedrijf redelijk hoog gespannen. De 50-jarige Van Wijk, van huis uit econometrist en sinds 1977 werkzaam bij de maatschappij, neemt het roer over op een moment dat het de KLM op veel terreinen voor de wind lijkt te gaan.

De kerosineprijzen, die een half jaar geleden nog recordhoogten bereikten, zijn weer naar normale niveaus teruggekeerd, wat op jaarbasis al gauw enkele tientallen miljoenen oplevert. De koers van de Amerikaanse dollar is het laatste halfjaar juist spectaculair gestegen - met bijna een kwart tot 2,10 gulden - wat inhoudt dat KLM's dollarinkomsten ook meer waard werden. De op bestuurlijk niveau getroebleerde relatie met partner Northwest Airlines is vorige week hersteld, wat een verdere verdieping van de al uitstekende operationale samenwerking mogelijk maakt. De algemene economische situatie blijft gunstig en ook dat pakt voordelig uit voor KLM. “Als je de ontwikkelingen over de laatste vijftien jaar analyseert, zie je dat de luchtvaart twee keer zo snel pleegt te groeien als het bruto nationale product (BNP)”, aldus de scheidende topman Bouw vorige week in een interview. “Omdat in een groot aantal landen dat BNP blijft stijgen, denk ik dat wij voorlopig stevig doorgroeien.” Dat heeft er, volgens Bouw, toe geleid dat de strategisch zo belangrijke yield (opbrengst per stoel) voor het eerst sinds lang niet meer daalt maar stijgt. Hoewel hij daaraan toevoegde dat dit waarschijnlijk een tijdelijke uitzondering vormt op een regel van structurele yield-daling. Wat niet weg neemt dat KLM's volgende kwartaalcijfers, naar Bouws inschatting, fraai zullen zijn. Maar wie uit dit alles concludeert dat Van Wijk in een goed gespreid bed belandt, zit er lelijk naast. Zeker op de wat langere termijn en rekening houdend met het cyclische karakter van de luchtvaart - die nu op de top van de hausse zit - wachten de nieuwe president-directeur forse uitdagingen. Van Wijk somde die vorig jaar februari zelf op in een interview met het bedrijfsblad De Wolkenridder.

Van Wijk zei daar: “De KLM is nu één van de best gekapitaliseerde maatschappijen in onze bedrijfstak (...) Maar ons doel om een rendement te behalen dat gemiddeld - dus de optelsom van slechte en goede jaren - 14 procent van het eigen vermogen bedraagt, hebben we nog niet bereikt.” Achteraf bekeken is dat een fors 'understatement'. Zo kwam het rendement over het laatste boekjaar 1995/96 - een haussejaar in de luchtvaart - notabene uit op een magere 6 procent. De uitdaging is duidelijk.

Topman Van Wijk zei in hetzelfde interview: “Met onze gezamenlijke inzet hebben we de kosten in de laatste jaren drastisch weten te verlagen. Desondanks hebben we nog niet op alle gebieden een kostenconcurrerend niveau ten opzichte van de concurrentie bereikt (...) Aandacht voor kostenverlaging op alle gebieden blijft dus nodig.”

Sinds deze uitspraak is de urgentie alleen maar gegroeid. Vandaar dat eind vorig jaar het door Van Wijk zelf ontworpen efficiencyprogramma Focus 2000 werd gelanceerd. Bij ongewijzigd beleid, aldus de drijfveer achter dit programma, zou de KLM in 2000 uitkomen op een resultaat van minus 800 miljoen gulden terwijl voor het halen van 14 procent rendement plus 800 miljoen nodig is. Vandaar dat Focus 2000 mikt op een kostenvermindering van 1 miljard gulden en een inkomensvergroting van 0,5 miljard.

Het lijkt hoog tijd dat Van Wijk met nieuw elan zijn schouders onder Focus zet omdat het wordt bedreigd door vertraging en een afnemende focus. Zo wordt vanuit KLM-bonden de indruk gewekt dat bezuinigingen mede door de huidige 'wind mee' niet meer zo urgent zijn en dat met beter management en slimmer opereren de Focus 2000-doelstellingen evengoed haalbaar zijn. Wie weet ligt de waarheid ergens in het midden. Zo becijferde Deloitte & Touche vorige week nog op verzoek van de ondernemingsraad dat geen 1,5 miljard gulden (zoals in Focus 2000 staat), maar 1,3 miljard per jaar extra nodig is, wil de KLM in 2000 gezond zijn. Hoe dan ook, als je de leider van de grootste bond hoort zeggen dat voor tweederde van het KLM-personeel Focus 2000 eigenlijk al is overgewaaid, wekt dat de indruk dat het programma onder de nieuwe leidsman een stimulans kan gebruiken.

Van Wijk: “In de voortdurend veranderende markt moeten we om te kunnen rekenen op de klantenvoorkeur ook continu onze producten vernieuwen en aanpassen. Dat betekent onder meer een betere afstemming van het product op de verschillende marktsegmenten.” Dat is volstrekt juist. Maar het betekent bijvoorbeeld ook dat er veel meer afstemming moet komen in de bediening van al die verschillende marktsegmenten door de 'dure' KLM en haar 'goedkope' dochters Martinair en Transavia die nu nog vaak langs elkaar heen werken of elkaar zelfs beconcurreren. Ook houden alle drie er nog eigen cateringbedrijven op na. “Te gek voor woorden”, zegt José Smeets van de FNV.

Verder is de herkenbaarheid van het KLM-product voor verbetering vatbaar. Wie bijvoorbeeld een KLM-ticket Neurenberg-Washington koopt, vliegt eerst met Eurowings naar Amsterdam en vandaar met een bejaarde DC-10 van Northwest naar Washington; om daar te horen: “Thank you for flying KLM.”

Leo van Wijk in de Wolkenridder: “In de KLM-organisatie tenslotte moeten we de gedecentraliseerde onderneming van bovenaf beter aansturen.” Dat er binnen de KLM-organisatie na het tijdperk Bouw met z'n vooruitstrevende concepten en hoge ambities behoefte bestaat aan een wat strakker management en een helderder beleidsuitvoering is wel duidelijk. “Leo van Wijk is een echte manager”, vertelt voorzitter Gerda Oskam van de vereniging van cabinepersoneel VNC. “Iemand die besluiten kan nemen en zorgt voor voldoende communicatie en draagvlak. De communicatie was bij Bouw wat problematisch.”

Zegsman Benno Baksteen van de KLM-vliegers analyseert: “Bouw is de intellectueel, Van Wijk meer een Amsterdamse straatvechter. Van Wijk is ook een typische marketingman, emotioneler, die ergens snel overheen dendert. Bouw heeft meer oog voor de menselijke component maar is trager (...) Een combinatie van beiden was het beste geweest.”

José Smeets van de FNV-bond voor grondpersoneel zegt: “De afgelopen periode hadden we vooral iemand nodig die met grote stelligheid, gezag en overtuiging zegt wat er moet gebeuren en op welke terreinen dat moet gebeuren. En die daaraan vast houdt. Dat was bij Bouw in mindere mate aanwezig. Bij Van Wijk zie ik zeker meer managementcapaciteiten. Al zal hij, denk ik, tegelijk moeten oppassen voor te impulsieve besluiten.”

Hoe dan ook, president-directeur Leo van Wijk krijgt van de KLM-ers ruim krediet. Dat zal hij morgen in de Amsterdamse RAI vrijwel zeker ook krijgen van de aandeelhouders. Al heeft hij waarschijnlijk wel iets uit te leggen over KLM's voornaamste luxe-probleem, namelijk de grote maar weinig renderende kasreserve.

Die bedroeg eind vorig jaar nog 2,5 miljard gulden maar kon toen met een miljard worden teruggebracht door het staatsbelang in KLM te verkleinen van 38,2 naar 25 procent. Maar met de vorige week beklonken verkoop van het 19-procentsbelang in Northwest zal die kasreserve weldra weer groeien en de 3 miljard gulden ruim overtreffen. Dat die berg geld tegen 3 procent rente op deposito ligt te wachten op nog onbekende plannen, is aan beleggers lastig uit te leggen. Komen die plannen niet snel, dan houden die aandeelhouders mogelijk de hand op bij de KLM om zelf op zoek te gaan naar ondernemers die het geld wèl renderend weten te investeren.