Iran verwacht 'toverstaf' van Khatami

Het Iraanse parlement heeft vandaag ex-minister van Cultuur Mohammad Khatami beëdigd als president van Iran, als opvolger van Ali Akbar Hashemi Rafsanjani. De verwachtingen zijn hoog gespannen.

ROTTERDAM, 4 AUG. Hojatoleslam Mohammad Khatami gaat vandaag aan het werk als president van Iran. De verwachtingen van de bevolking zijn hoog gespannen. “De mensen verwachten dat hun wensen tegen volgend jaar zijn vervuld”, schreef gisteren de Engelstalige Iran News in een hoofdartikel. “Maar Mr. Khatami bezit geen toverstaf”, waarschuwde de commentator.

Hojatoleslam (een geestelijke van gemiddelde rang) Khatami (54) is een naar Iraanse begrippen zeer liberale oud-minister van Cultuur, onder wiens bewind (1982-1992) bijvoorbeeld de Iraanse film tot internationale bloei is gekomen - op het laatste filmfestival van Cannes werd de Iraanse filmmaker Makmalbaf nog bekroond. Hij werd 23 mei als president gekozen door een bonte coalitie van vrouwen, jongeren, intellectuelen en linkse oud-revolutionairen, die in de 18 jaar van de Islamitische Revolutie langzaam maar zeker hun geloof in hun regeerders waren kwijtgeraakt. Khatami sprak gisteren zelf van een “dorst naar verandering” - overigens uitdrukkelijk binnen het islamitische systeem - in het land, dat op economisch, sociaal en cultureel gebied vrijwel is vastgelopen.

Maar het conservatieve establishment is weliswaar in de presidentsverkiezingen dik verslagen, maar bepaald niet uitgeschakeld. De belangrijkste troef van de conservatieven is Opperste Leider ayatollah Ali Khamenei, die met name op het gebied van buitenlandse politiek en defensie een vrijwel doorslaggevende invloed heeft. Daarnaast heeft de conservatieve factie een meerderheid in het parlement. En het parlement moet zijn goedkeuring hechten aan de nieuwe ministersploeg, een kabinet dat, zo heeft Khatami herhaaldelijk gezegd, “capabel, creatief, vernieuwend en modernistisch” zal zijn. Khatami deed twee weken geleden in een duidelijke verwijzing naar opdoemende obstakels een beroep op alle Iraniërs de stem te respecteren van de meerderheid van bijna 70 procent die hem het presidentschap toebedeelde.

Enkele dagen later gaf parlementsvoorzitter hojatoleslam Ali Akbar Nateq Nouri - die in 1992 het ontslag van Khatami bewerkstelligde maar bij de presidentsverkiezingen zo vernederend werd verslagen - even sprekend antwoord. Khatami's voorganger, president Rafsanjani, zo zei hij, “benoemde geen ministers in zijn kabinet jegens wie de Opperste Leider van de Islamitische Republiek een zekere gevoeligheid had” - zeg maar afkeurde.

Om elke kans op misverstanden weg te nemen onderstreepte de conservatieve factie de laatste dagen enkele malen dat zij van plan is “gebruik te maken van haar constitutionele rechten”. Khatami zal zijn regering, over de samenstelling waarvan in Teheran druk wordt gespeculeerd (zitten er voor het eerst vrouwen in? wordt hojatoleslam Mohammad Khoeiniha, een van de mannen achter de bezetting van de Amerikaanse ambassade in 1979/'80, inderdaad minister van Veiligheid?), dezer dagen bekendmaken, waarna het parlement binnen een week moet reageren.

Een belangrijke bondgenoot van Khatami, de pragmatische burgemeester van Teheran Gholamhossein Karbaschi, beschuldigde de conservatieven er zaterdag van ook “vuile methoden” niet te schuwen om het nieuwe bewind te ondermijnen. Karbaschi, die de Iraanse hoofdstad heeft schoongemaakt en opgefrist en de strateeg was van Khatami's verkiezingscampagne, wees daarbij op de arrestatie van zeven belangrijke gemeenteambtenaren in de afgelopen dagen op beschuldiging van corruptie. “Het gemeentehuis werd bestormd door gewapende veiligheidsfunctionarissen die voorzover wij weten niet eens voorzien waren van arrestatiebevelen. Dit is het werk van de factie die bij de verkiezingen verloor en nu probeert wraak te nemen.” De toon is gezet.

Voor Khatami heeft de binnenlandse situatie prioriteit: zijn 20 miljoen kiezers hebben duidelijk gemaakt in de allereerste plaats werk en grotere vrijheid te willen. Daarmee krijgt hij het al moeilijk genoeg (zie boven); de buitenlandse politiek heeft nog wat extra weerhaken.

Daaronder zijn de rechten die Opperste Leider Khamenei op dit gebied doet gelden. Khamenei sprak zich gisteren nog eens uit tegen elke opening naar de Verenigde Staten toe en deed zijn best eventuele hoop in het buitenland op verandering onder Khatami de bodem in te slaan. “Veel landen en vooral de media gaan uit van verkeerde uitgangspunten en nemen voor waar aan wat zij in hun hart hopen”, aldus Khamenei.

In dit verband valt op dat de Verenigde Staten, die een zeer kille houding innemen ten aanzien van Iran (sponsor van internationaal terrorisme), vorige week juist besloten geen bezwaar te maken tegen de bouw van een gaspijpleiding van Turkmenistan naar Turkije over Iraans grondgebied - een deal die ingaat tegen de geest van de Amerikaanse wet die investeringen in Iran verbiedt. Minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright waarschuwde wel niet te veel te lezen in dit besluit, maar wees er zelf op dat “iedereen geïntrigeerd is door de verkiezing van Khatami”.

De Europese Unie op haar beurt had gehoopt de ambtsaanvaarding van Khatami te gebruiken om weer wat verbetering te brengen in de onderlinge relaties, die zwaar hebben geleden onder de uitspraak van een Duitse rechtbank dat het Iraanse leiderschap achter de moord op vier Iraanse Koerden in Berlijn in 1992 zat. Ook Iran, dat in afwezigheid van (economische) betrekkingen met de VS op Europa is aangewezen, wil de kwestie oplossen, zo is wel duidelijk.

Het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken had bedacht alle ambassadeurs uit te nodigen voor de plechtigheid van gisteren bij Khamenei - ook de Europese, die al maanden thuis zitten uit solidariteit met de Duitse gezant die niet terugmocht. Vrees voor gezichtsverlies verhinderde echter een regeling. De Duitse ambassadeur mocht nu wel komen, maar Teheran eiste dat hij een dag of tien later dan de rest zou terugkeren. Het EU-idee dat de Duitser dan met de rest zou meekomen maar als laatste uit het vliegtuig zou stappen, vond geen genade, hoewel de Iraniërs uiteindelijk tot een vertraging van één dag wilden gaan.

Dan te bedenken dat deze kwestie niets voorstelt in vergelijking met die van de Britse schrijver Rushdie, wiens terdoodveroordeling door wijlen imam Khomeiny de verhouding blijft vergiftigen. Maar die zaak zal ook door Khatami niet worden opgelost.

TEHERAN, 4 AUG. De autoriteiten in Iran hebben toestemming gegeven voor een film over de Mykonos-affaire, aldus de Iraanse pers. De affaire, die in 1992 in Berlijn begon met de moord op vier oppositionele Koerden, heeft tot grote diplomatieke spanningen geleid tussen de Europese Unie en Iran, nadat een rechtbank in Duitsland in april tot de conclusie kwam dat 'de hoogste politieke leiding' in Iran betrokken was bij de moordpartij. Onduidelijk is of er opnamen in Duitsland zullen worden gemaakt. (AFP)