In Gori wordt Stalin nog steeds vereerd

In Gori, zijn geboorteplaats, wordt Stalin vereerd als de man die de Sovjet-Unie groot heeft gemaakt. Men wil er nu zijn lijk opbaren: in Moskou is het zelfs in de Kremlinmuur niet veilig.

GORI, 4 AUG. Het lijk van Jozef Stalin verdient een derde, allerlaatste rustplaats, die bestand is tegen de schokken van de geschiedenis. Het dorp Gori in Georgië, waar Josif Dzjoegasjvili in 1879 als zoon van een schoenlapper werd geboren, heeft al een schrijn voor hem gebouwd: een cilindervormige, raamloze kamer met een boog van zuilen.

In dit heilige der heilige van het Stalinmuseum ligt nu nog het dodenmasker van de Grote Leider, dat volgens Zjoezjoena Gintsjikasjvili zes uur na zijn verscheiden - op 5 maart 1953 om 21.50 uur - is gemaakt. Als wetenschappelijk secretaris van het Centrum voor Onderzoek naar het Fenomeen Stalin wacht zij met spanning op de dag dat haar studieobject de plek van het afgietsel komt innemen.

Dat moment is niet ver meer, als het tenminste aan het Internationale Stalingenootschap ligt. In een open brief vraagt deze duizend leden tellende vereniging de hulp van de Russische en Georgische presidenten om het lichaam van Stalin naar Gori over te brengen. “De kosten van het transport nemen wij geheel voor onze rekening”, stond er in de oproep die eind juni in de Georgische kranten verscheen.

“Nu de kapitalisten het Kremlin hebben bezet, zijn de graven van de Sovjethelden op het Rode Plein niet langer onschendbaar', zegt Grigol Oniani, de stichter van het Stalingenootschap. Het 'infame plan' om de gebalsemde Lenin uit zijn mausoleum te halen en naast zijn moeder in St. Petersburg te begraven, is volgens hem een teken aan de wand.

President Jeltsin wil een referendum uitschrijven over de vraag wat te doen met de mummie van Lenin. Er ligt tevens een voorstel om het gebeente van de door Lenin vermoorde laatste tsaar, Nikolaas II, bij te zetten in de Christus de Verlosser-kerk in Moskou, die door Stalin was gesloopt maar nu herbouwd wordt. Een onbekend commando van communisten heeft vorige maand explosieven gelegd aan de voet van een torenhoog Peter de Grote-standbeeld, uit protest tegen het gesol met Lenin. De explosieven werden tijdig onschadelijk gemaakt, maar de dreiging blijft. De Russische groten zijn vogelvrij, en in die omstandigheden wil het Stalingenootschap het zekere voor het onzekere nemen.

Het geprepareerde lijk van de wreedste van alle Sovjetleiders lag acht jaar naast Lenin tentoongesteld, totdat Chroesjtsjov hem in 1961 inhet kader van de de-Stalinisatie onder de zilversparren bij de Kremlinmuur liet begraven. Oniani en de zijnen willen hem opgraven en naar de Georgische hoofdstad Tbilisi vliegen. Vandaar zullen zij de baar te voet over een afstand van negentig kilometer naar Gori dragen, als in een processie.

Leila Genadze, het 25-jarige pr-meisje van de Stalinclub, heeft geen enkel probleem met de religieuze parallel, zoals ze ook geen enkel probleem heeft om uit te leggen dat Stalin diepgelovig was. Zelf bewaart ze thuis een ikoon van Jezus en Maria, en een beeldje van de man die ze bewondert “om zijn werken en zijn discipline”. Toen Leila vijf jaar geleden op de journalistenschool in Tbilisi hoorde dat Stalin in 1943 de Russische orthodoxe kerk had geholpen - om het moreel in de strijd tegen Hitler te verhogen - wilde ze ineens alles over hem weten. Nu tovert ze een boekje tevoorschijn met als titel “Stalins wegen tot God”. Had de kleine Jozef niet in Gori op de school-met-de-bijbel gezeten, en had hij later niet aan het seminarie van Tbilisi gestudeerd? Het atheïsme, zegt Leila, was een idee van Marx en Lenin “waar Stalin het diep in zijn hart helemaal niet mee eens was”.

Leila weet alles wat krom is recht te praten. Neem de door Stalin bevolen uitroeiing van de koelakken die uitliep op de grote hongersnood van de jaren dertig. “Mijn overgrootouders waren koelakken”, zegt ze gedecideerd. “Ze verbouwden kool, tarwe, vlas, ze hadden een koe, maakten hun eigen kaas, maar ze droegen niets bij aan de samenleving. Dat was egoïstisch. Alsof ze geen belasting betaalden. Misschien was het pijnlijk dat ze onteigend werden, maar voor de maatschappij was het een zegen.”

Grigol Oniani, die van beroep belastinginspecteur is, heeft met instemming geluisterd. Samenvattend zegt hij: “Stalin heeft een boerensamenleving omgesmeed tot een atoommacht.” Aan de muur achter hem kijkt de geschilderde Vozjd (Leider) streng toe, met zijn ogen tot spleetjes geknepen en zijn kin omhoog. Het tafereel maakt duidelijk wat de steeds groter wordende groep Sovjetnostalgici in hem bewondert: zijn grenzeloze macht. In Gori had de conservatrice van het Stalinmuseum het telkens over het Fenomeen Stalin als ze Stalin bedoelde. “Sommige vrouwen die hier werken houden meer van Stalin dan van hun eigen man”, beweerde ze. Net als de Russische despoten voor hem, zoals Ivan de Verschrikkelijke, had Stalin de plaats van God ingenomen. Zijn onderdanen noemden hem Vader.

De destalinisatie die veel Stalinbeelden van hun voetstuk deed vallen en die de stad Stalingrad weer in Wolgograd veranderde, was geheel aan Gori voorbijgegaan. Uitgerekend op het moment dat Chroesjtsjov in 1956 de terreur van zijn voorganger veroordeelde, werd in Gori begonnen met de sloop van tientallen huizen die moesten wijken voor het Stalinmuseum, een Intoerist-hotel en een park met een honderd meter lange, kunstmatige beek.

Het geboortehuisje van Seso, zoals zijn moeder hem noemde, was al in 1937 op Stalins eigen gezag in een bedevaartplek getransformeerd: het naamloze straatje van steenslag kreeg een marmeren plaveisel en de nederige woning werd ingekapseld in een Sovjettempel - in navolging van de geboortekerk in Bethlehem die over de stal met de kribbe was gebouwd. Een halve eeuw lang kwam hier een onafzienbare stoet officieren, apparatsjiks en pioniertjes op schoolreisje, totdat het museum en het huis in 1988 voor het publiek gesloten werden.

Gorbatsjovs glasnost had stukje bij beetje de schaal van Stalins misdaden aan het licht gebracht: alleen al in een enkele grafheuvel bij Minsk bleken honderdduizenden 'vijanden-van-het-volk' te liggen.

De USSR stortte in, maar in Gori bleef Stalin onwrikbaar op zijn voetstuk staan, al moet hij het centrale plein nu delen met een billboard van Coca-Cola. Van de fruithandelaren op de markt tot de telefonistes in het postkantoor, de lokale bevolking draagt haar zoon op handen. “Chroesjtsjov was schizofreen, Brezjnev debiel, die vrat twintig jaar niets uit, en Gorbatsjov was een speculant die de Sovjetunie verkwanselde', zegt een bejaarde vrouw die in een verwilderd park twee koeien hoedt. “Maar Stalin was sterk. Denk niet dat er in zijn tijd businessmen waren. Niet een. Hij schoot ze gewoon dood. Er waren geen rijken, iedereen was gelijk.”

Na afloop van de Georgische burgeroorlog in 1993 gingen er stemmen op om Stalins persoonlijke eigendommen per opbod te verkopen, om de economie te helpen, maar in plaats daarvan gingen de museumdeuren weer gewoon open. De val van de Sovjetunie, oorlogen in de Kaukasus, couppogingen in Moskou - de vaste Stalincollectie had het allemaal overleefd.

Langzaam keren ook de bezoekers terug. Vijfduizend waren het er in 1996. Zij slenteren langs de schooldiploma's van de kleine Jozef, en luisteren naar de gids die zegt dat hij een tien had voor grammatica. Ze bestuderen zijn gedicht 'De Morgen', dat ouderen onder hen kennen uit hun schooltijd, toen het als een hoogtepunt van de Sovjetliteratuur gold. In een vitrine met buitenlandse geschenken liggen twee beschilderde klompjes met de tekst: 'kam. J. Stalin - 70 jaar! CPN/ De Waarheid. Afd. Houtigehage-Boelenslaan'.

Alle wanden zijn behangen met foto's van Stalin en zijn tijdgenoten. Met wat er hangt is niets mis, maar het ontbrekende is beangstigend. Net als in Stalins leven heeft er een grote zuivering plaatsgevonden. Zijn aartsrivaal Trotski, die hij in 1940 in Mexico heeft laten vermoorden, komt in het verhaal niet voor. Nadjezda Alliloejevna, Stalins tweede vrouw, heeft getuige haar foto wel bestaan maar is volgens dit museum niet door zelfmoord aan haar eind gekomen. En Hitlers minister Joachim vonRibbentrop, met wie Stalins minister Molotov in 1939 een duivelspact sloot, die heeft hij, als we deze lezing van de geschiedenis moeten geloven, kennelijk nooit ontmoet.

Wat kan Zjoezjoena Gintsjikasjvili hier als wetenschappelijk secretaris van zeggen? Heel eenvoudig dit: “Ik ken jullie Westerlingen. Altijd kritisch, altijd op zoek naar misstappen. Onderga liever de grootsheid van iemand die Hitler heeft verslagen!” Precies daarvoor is de cilindervormige zaal ontworpen.

Eenmaal binnen duurt het even voor je wat ziet, zo schaars is het licht, en omdat je voetstappen in dik tapijt worden gesmoord, heerst er devote stilte. Precies in het midden ligt het dodenmasker, nietig en gerimpeld. Dan fluistert de gids in je oor: “Stel dat Stalin hier zelf zou liggen.”