Het beroep als gespreksonderwerp

Frans Pot, pas gepensioneerd leraar Duits te Wageningen, bleef er stoïcijns onder. Terwijl de collega's aan de tafel in VARA's Bloed, zweet en tranen de school als instituut en de leerling als individu fors aanpakten, zei hij onverstoorbaar: “De kinderen zijn al veertig jaar hetzelfde. Ik ging fluitend naar school.”

Toch maakte Pot geen overdreven Bordewijkiaanse indruk, hij leek eerder iemand die het als vanzelfsprekend beschouwde dat de wereld zich aan hem aanpaste, en niet andersom. Hij was leraar geworden in overzichtelijke tijden, met vaste normen en waarden, die hij in de microkosmos van zijn klas onverzettelijk had bewaakt.

Intussen zochten zijn jongere collega's moeizaam hun weg in de blackboard-jungle. Hun ervaringen waren vaak op het onthutsende af. “Elke dag is een strijd om de macht”, zei een 28-jarige lerares geschiedenis uit Amsterdam. De leerlingen vroegen haar: “Wat moet jij, wie ben jij?” Ze zaten aan haar spullen. Ze had besloten zich 'mevrouw' te laten noemen. “Ik heb me voorgenomen niet aardig te zijn. Als ze me een takkewijf noemen, is het een compliment.”

“Het is geen mondigheid, maar brutaliteit waaraan fatsoen ontbreekt”, zei een 40-jarige leraar uit Almere. Een lerares merkte boos op dat de ouders de verantwoordelijkheid voor de opvoeding afschuiven op de school.

Bij een leraar uit Utrecht was het na twintig jaar fout gegaan. Plotseling verloor hij de controle over de ene na de andere groep. “Het wolven-effect, noemde een collega dat.” Hij leek een zachtaardige man en hij ging gekleed in een zwierig truitje dat hem aan het einde van de uitzending - met een blik op Pot - de verzuchting ontlokte: “Ik had ook beter een pak kunnen dragen.”

De nietsontziende eerlijkheid waarmee mensen, daartoe uitgedaagd, plotseling over zichzelf en hun beroep kunnen praten, keerde terug in de documentaire bij de TROS van Jindra Markus over actrice Andréa Domburg. “Nog steeds heb ik spijt”, zei Domburg, “dat ik geen diacones ben geworden. Dan was ik heel wat gelukkiger geworden dan in dat klerevak van het theater.”

Het was eerder een lief dan een volledig filmportret. Markus confronteerde haar vanuit een rijdende auto met de resten van haar vroeger zo dierbare Amsterdam. Dat werkte voor de kijker niet altijd, omdat Amsterdam te weinig zichtbaar werd. Maar wat meer hinderde, was de sluier die over haar toneelcarrière bleef hangen. Waarom was het 'een klerevak' voor haar geworden?

Ook rond haar dood bleven onbeantwoorde vragen bestaan. Ze was genezen verklaard (van kanker), vertelde ze ergens, maar opeens was het toch voorbij. De kijker moest maar gissen naar de ontbrekende schakel.

“Ik vind het moeilijk, hoor, leven”, zei Domburg, “het is een verschrikkelijke opgave.” Dat nam niet weg dat ze er blijmoedig en met humor op kon terugkijken. Of ze een mooie tijd met Ko van Dijk als partner had gehad? “Welke vrouw heeft er wél een mooie tijd met Ko van Dijk gehad?”

Candy Dulfer praatte bij Wim T. Schippers, in de eerste aflevering van Zomergasten, met aanzienlijk meer plezier dan Domburg over háár vak: dat van muzikant. Dat waren de beste momenten in deze vier uur durende marathon-uitzending, die wat mij betreft ook een uurtje korter had mogen duren.

Over haar grote voorbeelden - met Charlie Parker voorop - had Dulfer veel aanstekelijks te vertellen, maar aan andere fragmenten wist ze vaak te weinig toe te voegen. Hoe goed gekozen die fragmenten ook waren, zoals die over de oorlog.

Schippers toonde zich serieuzer dan we hem (van tv en radio) kennen. Hij trof meteen de goede toon: laconiek, vriendelijk en nieuwsgierig-verbaasd op de relevante momenten. Hij is geen interviewer die scherp ondervraagt, maar een gesprekspartner die zijn nuchtere tegenwerpingen op terloopse wijze maakt. Prince had geen liedjes die je kon nazingen, Van Kooten en De Bie gingen nogal eens te lang op dezelfde manier door in hun sketches, de door Dulfer bejubelde AT 5-interviewer deugde niet helemaal, en door een film als Verhoevens 'Soldaat van Oranje' kon je best heenpraten.

Na vijf afleveringen van Zomergasten zullen we heel wat meer weten van de smaken van Wim T. Schippers.