Heimweehandel op Surinaams feest

Het jaarlijkse 'Kwakoe'-festival van de Surinaame gemeenschap in Nederland werd dit jaar voor de 22ste keer gehouden in de Amsterdamse Bijlmermeer. Er was ditmaal een hoge gast bij. Daarnaast bleek heimwee naar Suriname behalve een sentiment vooral een lucratieve markt te zijn.

AMSTERDAM, 4 AUG. Vlak voor de komst van de Surinaamse president Jules Wijdenbosch in de Kwakoe-tent, blijkt de organisatie zijn podium te zijn vergeten. Paniek. Waar staat dat ding? Te laat, hij komt eraan. De spreker geeft er een draai aan: “Onze president praat nooit vanaf grote hoogte tot zijn volk. Hij staat op de grond, tussen hen.”

Door de microfoon onderstreept ook Kwakoe-directeur W. Kout de relatie van Wijdenbosch met de aanwezigen: “Vandaag is het Kwakoe-terrein even Surinaamse grond. Wij hebben voor onze president dit stuk land geannexeerd. Wil de pers alstublieft afstand nemen? De president wil zich begeven onder zijn eigen gemeenschap.” Hij heft het Surinaamse volkslied aan, iemand roept: 'Leve de president van de republiek!'. Wijdenbosch lacht vriendelijk en zwijgt.

Op de laatste zondag van het jaarlijkse festival Kwakoe (een jongensnaam in Sranantongo, verbonden aan woensdag 1 juli 1863 - de officiële afschaffing van de slavernij in Suriname) bereikte het Surinaamse verlangen naar Suriname een hoogtepunt. Zoals elk jaar zijn er tientallen Kawina-muziekgroepen, tentjes met roti en bloedworst, karren met schaaf-ijs, traditionele kleding, vuurtjes in de open lucht en Parbo-bier. Maar voor het eerst in Kwakoes 22-jarige bestaan, bezoekt dit jaar een staatshoofd het feest. Wijdenbosch, partijgenoot van ex-legerleider Desi Bouterse, komt langs. Hij geeft geen toespraken, maar wel handen.

Zijn bezoek is onderdeel van een 'privébezoek' aan Nederland, waarbij hij geen regeringsfunctionarissen ontmoet. Behalve met Kwakoe, heeft hij alleen een afspraak gehad met Nederlandse ondernemers. Vandaag vertrekt hij naar Brussel, waar hij wél met politici wil praten.

Voor het eerst is er dit jaar ook een beurs op Kwakoe: bedrijven kunnen zich voor 6.000 gulden presenteren tijdens de zes weekeinden die Kwakoe telt. “Er bleek grote behoefte onder Surinaamse ondernemers om naamsbekendheid te krijgen”, vertelt organisator Albert Pleisner. Waar beter dan hier, waar zes weekeinden lang gemiddeld 60.000 Surinamers komen. 'Laat uw huis bouwen in Suriname!', 'Bel voordelig naar uw familie', schreeuwen de folders. 'Regel uw begrafenis in Suriname', 'Spaar voor uw oude dag in Suriname' - ze spreken boekdelen. Surinaamse ondernemers hebben de heimweemarkt ontdekt.

Die markt is groot. Neem Iwan Nectar (44), die achter een klein standje staat met boeken over winti. Veel oudere Surinamers willen terug, zegt hij, ook hijzelf. Momenteel onderzoekt Nectar of hij aanspraak kan maken op een stuk land van elf vierkante kilometer langs de Commewijne Rivier. “Een oude plantage die ik zou hebben geërfd. Ik hoop het. Dan kan ik daar een huis laten bouwen, voor mijn oude dag”, vertelt Nectar. Die oude dag is niet eens zo ver weg: nog negen jaar werken in het AMC en dan kan hij met pensioen, want hij heeft tropenjaren die dubbel tellen. Zijn zoon van achttien? “Wie weet zijn er voor hem ook mogelijkheden daar.”

Remigratiecijfers over Surinamers zijn er nauwelijks. De Surinaamse ambassade, noch het Nederlands Migratie Instituut beschikken erover. Het Centraal Bureau voor de Statistiek houdt bij wie zich uit- of inschrijft bij het bevolkingsregister. Die gegevens tonen, dat de remigratie gemiddeld 1.500 mensen per jaar betreft. Volgens die cijfers vestigen zich jaarlijks nog steeds meer Surinamers in Nederland dan omgekeerd. Maar die aantallen zijn bedrieglijk, omdat de meeste Surinamers zich niet laten in- of uitschrijven, vertelt Jos Steeman, die al twintig jaar inboedels en pakketten verscheept tussen Suriname en Nederland.

Het afgelopen jaar verhuisde hij tien maal zo veel mensen van Nederland naar Suriname als voorheen: wekelijks tien huishoudens. “Het zijn vooral mensen van boven de vijftig die hun oude dag in Suriname willen slijten”, vertelt Steeman. Zijn verklaring: “Het gaat voor het eerst in jaren economisch beter met Suriname en dat geeft de mensen hoop. Bovendien zijn ze Nederland zat. Het is er koud, gestresst en minder mooi dan Suriname. Velen krijgen hier eczeem van de kou.”

Ook de Surinaamse ondernemer Ricardo Zending (26) stelt vast dat steeds meer ouderen hunkeren naar Suriname. In een klein kantoor in Amsterdam-Oost adviseert hij Surinamers over verzekeringen die “bij hun levensstijl passen”. De meesten hebben onnodige polissen, vertelt hij, anderen missen weer een verzekering die hun begrafenis in Suriname regelt of een bedrag ineens uitkeert als ze willen verhuizen naar hun vaderland.

Vanwaar die heimwee-hausse? Zending knikt naar buiten, waar een handjevol oudere dealers cocaïne verhandelt voor de metrohalte Wibautstraat. “De eerste generatie is teleurgesteld over Nederland. Velen zijn werkloos of hebben nooit echt carrière kunnen maken”, zegt hij. “Ze denken ook dat het beter gaat in Suriname. En de latent aanwezige heimwee laait dan weer op. In Suriname is het altijd mooi weer en het leven is relaxed. In Nederland moet je elk jaar met vakantie, want anders word je gek. In Suriname hoef je nooit met vakantie, want elke middag ga je na je werk een beetje in je tuin werken of op de veranda zitten. Het leven is daar gewoon mooier.”

Zending waarschuwt voor organisaties die Surinamers met een WAO- of bijstandsuitkering een lening aanbieden om een huis te kopen. De rente is zes procent over bijvoorbeeld anderhalve ton, na belasting komt dat neer op maandelijks 450 gulden, rekent hij voor. “Iemand met een uitkering kan dat nooit betalen. Na een jaar proberen - en zich in de schulden steken - kan hij het niet meer opbrengen. De organisatie neemt zijn huis in beslag, weg geld.”

Hij noemt de geschiedenissen van Surinamers die vanuit Nederland percelen kochten in Suriname. Eenmaal aangekomen, bleek hun grond in een moeras te liggen. Het wemelt ook van de zwarte aanbiedingen, zegt Zending. Piramidefondsen doen grootse beloften: maandelijks tien procent rente. “Totdat ze niet genoeg inleg-geld meer krijgen, verliezen lijden en het fonds instort.”

Ook de Surinamer J. van Ams, die namens het migratie-instituut Surinamers adviseert over terugkeer naar Suriname, waarschuwt tegen roekeloze investeringen. “Doodgegooid word ik met die folders”, verzucht hij. “Maar ik zou mijn geld nooit steken in zo'n spaarregeling of huis. Je weet nooit wat er met je geld gebeurt.” Van Ams zou evenmin in zee gaan met een nieuw bedrijf dat aanbiedt je inboedel te verschepen. “Dan moet je onverwachts 'inklaringskosten' betalen op het vliegveld.” Volgens hem moet iedereen zich een of twee jaar voorbereiden op zijn terugkeer. “Anders raakt hij teleurgesteld en belandt hij weer hier.”