DIE ZEIT

Bij oppervlakkige waarneming zou men bijna medelijden met de Zwitsers krijgen nu zij uit de hele wereld hatelijkheden, verontwaardiging en onbegrip over zich uitgestort krijgen wegens de wijze waarop hun banken zijn omgesprongen met de nalatenschappen van joden die in de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen, schrijft Karl-Heinz Janssen in Die Zeit.

Maar bij nadere beschouwing roept de onverkwikkelijke kwestie volgens hem zó veel vragen op en zijn de discrepanties tussen vroegere rapportages en recente onthullingen en bekendmakingen zó groot, dat argwaan en wantrouwen alleszins op hun plaats zijn. De vorige week vrijgegeven lijst met de namen van 1.872 spoorloos verdwenen rekeninghouders is naar alle waarschijnlijkheid nog maar het begin. Een veeg teken is volgens Janssen dat de totale tegoeden op deze rekeningen nu zijn opgelopen tot 60 miljoen Zwitserse frank, terwijl ze nog geen anderhalf jaar geleden, na zogenaamd diepgaand onderzoek, op 38,7 miljoen frank werden becijferd. Vijftig jaar na dato zal het werkelijke bedrag volgens hem wel nooit meer te achterhalen zijn.