De zoete dromen van een voetbalclub in verval

Er was enige moed voor nodig de open dag van Haarlem bij te wonen. De voetbalclub eindigde vorig seizoen immers als laatste in de eerste divisie. De eerste serieuze test tegen Racing Santander werd dan ook met 4-1 werd verloren.

HAARLEM, 4 AUG. Ze behoren tot de meest beklagenswaardige onder het gilde der voetbalsupporters; de schaarse aanhangers van HFC Haarlem. Al jarenlang teren ze noodgedwongen op nostalgie, bladeren ze weemoedig door vergeelde plakboeken met daarin de heldendaden van Kick Smit of meer recent Ruud Gullit en prevelen ze dat de rood-blauwe leeuwen toch ooit door Europa hebben getoerd.

Slechts een handjevol diehards kon het opbrengen de open dag van een kwijnende club te aanschouwen. Wie durft zich immers te spiegelen aan het optimisme van een nieuw bestuur in de wetenschap dat de in het betaalde voetbal debuterende coach Karel Bonsink een aap moet leren dansen?

Eén sprankje hoop rechtvaardigde een bezoek aan de graftombe aan de Jan Gijzenkade: slechter dan vorig seizoen kan de nummer achttien van de eerste divisie niet presteren. Alsof hij niet het meest smakeloze product uit de betaalde sector moet presenteren, durft bestuurslid John Drieskens echter te verkondigen dat Haarlem aan het begin staat van een nieuwe bloeiperiode.

“We hebben plannen voor de bouw van een kleine Arena in Haarlem-Zuid of de Haarlemmermeer met een toeschouwerscapaciteit van twaalf tot vijftienduizend toeschouwers. Uit het bedrijfsonderzoek van de KNVB is namelijk gebleken dat Haarlem wel degelijk bestaansrecht heeft.” En dus werden potentiële sponsors gisteravond uitgenodigd voor een bezoek aan de oefenwedstrijd van Haarlem tegen Racing Santander, een middenmoter uit de Spaanse Primera Division.

De twee directeuren van schoonmaakbedrijf Arnhemia keken eerst schichtig om zich heen. Voelden ze zich op heterdaad betrapt in een obscure gelegenheid, overwegen ze serieus hun relaties voortaan een parodie op betaald voetbal te laten aanschouwen in een vip-lounge, variërend van 2.500 tot zesduizend gulden?

“Euh, we begrijpen het cynisme in de vraagstelling”, klonk het voorzichtig. De heren wensten niet voor niets anoniem te blijven. “We zijn afwachtend, maar niet op voorhand negatief.” En met een vleugje ironie: “Onze klanten worden hier tenminste niet met rottigheid geconfronteerd. Er komt immers niemand kijken naar Haarlem. Ach, we begrijpen het wel. Deze club kan elke gulden goed gebruiken.”

John Drieskens zal het niet ontkennen. “We hebben de laatste plaats in de eerste divisie zelf in de hand gewerkt door een strict bezuinigingsbeleid te voeren,” erkent de pr-man van Haarlem. “De club was vorig seizoen technisch failliet. Nu is Haarlem schuldenvrij. We hebben zelfs kunnen investeren in een nieuwe spelersgroep. Binnen drie jaar moeten we weer een volwaardige eerste divisieclub zijn.”

Wat zal Karel Bonsink daar op zeggen? De voormalige assistent van Wim Rijsbergen bij NAC staat als hoofdcoach voor het eerst op eigen benen en zijn jargon verraadt in elk geval gevoel voor realiteit. “Haarlem had vorig seizoen 25 punten minder dan de nummer twaalf. Maar als ik nu verklaar dat ik twaalfde wil worden, verklaart iedereen me voor gek. Terwijl dat een ambitieuze doelstelling is.”

Ongeveer 1.500 toeschouwers zagen hun gedoemde club gisteravond met 4-1 verliezen van Racing Santander dat voor de 'vriendenprijs' van 12.500 gulden twee elftallen liet oefenen. De schade viel dus nog mee en wie een karig menu is gewend, klapt zijn handen al stuk voor een geslaagde doelpoging. “Het publiek vond het niet erg, Karel,” luiden de troostende woorden van bestuurslid Drieskens.

De coach ook niet. “We zijn een beetje overmoedig geweest in onze planning”, zei Bonsink. De oud-voetballer van FC Amsterdam is gek op driehoekjes en met 'leuk voetbal' moet Haarlem de achterban weer aan zich binden. Maar had Barry Hughes al niet een bus door Schalkwijk laten rijden om potentiële supporters desnoods te arresteren?

Nog steeds denken Haarlem en buurman Telstar zelfstandig te kunnen overleven, al geeft een potsierlijke ruzie tussen de twee noodlijdende verenigingen exact de verhoudingen weer. Commercieel manager Martin Hamburg verhuisde dit seizoen van Velsen naar Haarlem-Noord en nam stiekem een sponsor mee. Heibel in de tent, een boze brief van Telstar naar Haarlem, touwtrekken om een dubbeltje.

“Natuurlijk behoort één club in Kennemerland tot de mogelijkheden”, verklaart Drieskens. “Maar voorlopig is dat niet aan de orde. De supporters van Telstar en Haarlem kunnen een fusie emotioneel niet accepteren.” Al zijn het er nog zo weinig. Geniet Jan Oosterhuis werkelijk van het armzalige decor, waarin hij in de herfst van zijn carrière moet optreden?

De 33-jarige aanvoerder had in elk geval veel uit te leggen aan zijn naaste omgeving, toen hij De Graafschap voor Haarlem verruilde. Leedvermaak, ongeloof, vingers wijzend naar het voorhoofd; Oosterhuis is er aan gewend geraakt. “Laat ik het zo zeggen: Haarlem stond niet bovenaan mijn verlanglijst”, biecht de gelouterde spelmaker op.

“Graafschap-trainer Fritz Korbach beschouwde mij echter als de ideale twaalfde man. De Vijverberg mag dan nog zo'n leuk stadion zijn, de dug-out is ook daar een verschrikkelijke plek. Wie nu beweert dat ik bij Haarlem ben gekomen om af te bouwen, krijgt ruzie met me. Afbouwen doe ik bij een amateurclub.”

Is Haarlem meer dan een veredelde amateurclub? Oosterhuis, lachend: “Na enkele geslaagde oefenwedstrijden ontstond hier al enige euforie. Hoorde ik mensen al fluisteren over een periodetitel. Wat een waanzin! Na de nederlaag tegen Santander beseft iedereen dat we nog steeds de nummer laatst van de eerste divisie zijn.”

    • Robèrt Misset