De Poolse hoer

EEN ONDERNEMENDE VROUW uit Polen heeft aan de Associatieverdragen die de Europese Unie met Oost-Europese landen heeft gesloten, een opmerkelijke invulling gegeven. Deze verdragen werden begin jaren negentig getekend, na de democratische omwentelingen in Oost-Europa en met het oog op een toekomstig lidmaatschap van de Europese Unie.

Eén van de artikelen uit de Associatieverdragen heeft betrekking op het vestigingsrecht van zelfstandige ondernemers uit Oost-Europese landen voor economische activiteiten in de lidstaten van de Europese Unie. Hierbij is een regeling vastgelegd zoals die ook geldt voor ingezetenen van EU-landen wat betreft de vestiging in een andere lidstaat. Een kwestie van gelijke behandeling.

Raamprostitutie op de Wallen van Amsterdam is een vorm van zelfstandige beroepsuitoefening. Prostitutie is weliswaar officieel een verboden activiteit in Nederland, maar wordt alom gedoogd.

En jawel, daar verschijnt een Poolse vrouw van vijfentwintig die de afwijzing van haar verblijfsvergunning met als doel “het verrichten van arbeid als zelfstandig prostituee” aanvecht bij de rechter. Met succes: de Haagse rechtbank oordeelde vorige week dat haar - op grond van het Associatieverdrag van de EU met Polen en gezien de acceptatie in Nederland van prostitutie als een vorm van reguliere arbeid - een verblijfsvergunning moet worden toegewezen. In 1988 werd een Italiaanse prostituee ook al een verblijfsvergunning verstrekt en in de behandeling van onderdanen van EU-lidstaten en van associatielanden mag geen onderscheid worden gemaakt. In totaal kregen twintig Poolse raamprostituees nu een vergunning.

SEKSUELE DIENSTVERLENING als grond voor toelating tot Nederland - dat klinkt op zijn zachtst gezegd opmerkelijk. Maar het is een logisch uitvloeisel van het nationale gedoogbeleid van prostitutie, het Europese interne-marktbeleid met vrij verkeer van personen en de Europese wens tot uitbreiding in Oost-Europese richting. Dit blijkt onverwachte consequenties te hebben voor het vreemdelingenbeleid dat in de Europese Unie een nationale aangelegenheid is, zoals de recente top in Amsterdam nog eens heeft onderstreept. In ieder geval heeft het er alle schijn van dat de onderhandelaars in Brussel bij de juridische uitwerking van de Associatieverdragen niet hebben gedacht aan de praktische gevolgen ervan op de Amsterdamse Wallen.

Ook al maakt de rechter duidelijk dat van automatische toekenning van een verblijfsstatus geen sprake is, de uitspraak roept veel vragen op. Kunnen mensen uit alle Associatielanden (behalve Polen ook Hongarije, Tsjechië, Slowakije, Roemenië, Bulgarije, de Baltische landen) zich als zelfstandige ondernemers in de seksuele dienstverlening vestigen? Staat Nederland, met andere woorden, een golf van zelfstandig werkzame meisjes (en jongens) uit Oost-Europa te wachten? En waarom wel als raamprostituee, maar niet als werknemer in een seksclub? Geldt dit vestigingsrecht alleen in Nederland, omdat prostitutie hier gedoogd (en binnenkort gelegaliseerd) wordt, of ook in andere landen waar prostitutie (formeel) verboden blijft? En geldt dit vestigingsrecht voor alle vormen van zelfstandige beroepsuitoefening? Bijvoorbeeld ook voor Poolse aspergestekers in Limburg? Of is prostitutie een van de weinige economische activiteiten waarvoor geen minimumeisen, een middenstandsdiploma of de verplichting van een succesvol afgeronde beroepsopleiding bestaan? Zijn de gemeentelijke gedoogregels voor raamprostitutie trouwens wel aangemeld in Brussel in het kader van het Securitel-arrest?

MET HAAR EIS van een verblijfsvergunning heeft de vrouw uit Polen aangetoond dat Europese en nationale regelgeving op gespannen voet met elkaar kunnen staan, zeker waar dit het gevoelige onderwerp van vreemdelingenbeleid betreft. Haar casus toont ook aan dat een Nederlands gedoogbeleid tot uitzonderlijke gevolgen kan leiden als dit niet in overeenstemming is gebracht met dat van andere lidstaten. Maar bovenal heeft haar juridische strijd om recht op een raam op de Wallen de Nederlandse overheid een voorproefje gegeven van de Europese werkelijkheid van de toekomst. Want de Associatieverdragen met Oost-Europa zijn bedoeld als opstap naar een volwaardig lidmaatschap van de EU. Vorige maand besloten de EU-landen om de formele onderhandelingen hierover te beginnen, tot ieders politieke tevredenheid.