Beat-schrijver William Burroughs (83) overleden

We hebben het over een gentleman en zijn demonen. Maar weinig schrijvers hebben zoveel aanslagen op lichaam en ziel over zich afgeroepen om hun demonen van gevaarlijk dichtbij te kunnen bestuderen; en ze vervolgens schrijvenderwijs aan stukken te snijden, als William S. Burroughs. Alles in dienst van het ideaal werkelijk onafhankelijk te leven, meedogenloos vrijuit te kunnen spreken en schrijven en flink te kunnen lachen onderwijl.

Zaterdagavond overleed Burroughs in een ziekenhuis in Lawrence, Kansas, 24 uur nadat hij was getroffen door een hartaanval. Hij werd 83 jaar.

Geboren op 5 februari 1914 als kleinzoon van de Yankee-uitvinder van de Burroughs rekenmachine en winkelkassa en een invloedrijke, hel en verdoemenis-prekende dominee uit het Zuiden, groeide hij op in upper middle class Saint Louis. In bijna alle opzichten kon een mens niet Amerikaanser beginnen dan hij. Hij behoorde tot het geprivilegieerde, fanatiek-deugdzame deel van een trotse jonge natie. Hijzelf ervoer zijn bestaan in dat milieu hoe langer hoe meer als een regelrechte nachtmerrie. Hij was een altijd bleke, schriele jongen, wiens voorkomen en interesses van jongsaf ongezond werden gevonden. De combinatie van geslotenheid, intellectuele nieuwsgierigheid en vroeg vaststaande homoseksualiteit maakten hem tot een klassieke misfit.

Hij studeerde af aan Harvard in 1936 en reisde van Parijs, via Wenen en Salzburg naar Boedapest. Een paar jaar studeerde hij psychologie aan de Columbia universiteit in New York en ging in psycho-analyse. Hij worstelde met zijn onmogelijke liefdes en wanhopige depressies. In zijn onderhoud voorzag hij met baantjes als copy-writer en ongedierte-bestrijder.

Meer en meer raakte hij gefascineerd door de keerzijde van het Amerika waarin hij zich opgesloten en geterroriseerd voelde. Hij begaf zich in de onderwereld, bevolkt door kleine criminelen, seksuele paria's, dealers en verslaafden, hoeren en schandknapen. Burroughs gedroeg zich altijd gereserveerd, op het koele af en kleedde zich opzettelijk zo onopvallend mogelijk: een pak, das, een hoed, een grijze regenjas. Zo kon hij moeiteloos pendelen tussen de uptown-wereld rond Columbia University en de wereld van de straat, rond Times Square, waar hij kennis maakte met morfine en heroïne.

In 1943 leerde hij Allan Ginsberg kennen, een veel jongere, enthousiaste aspirant-dichter. Voor hem, en de zich bij hen voegende Jack Kerouac, was Burroughs aanvankelijk een leraar, een man van de wereld, voor wiens droge, inktzwarte humor ze ontzag hadden. Hij gaf hun leeslijsten op met Kafka en Cocteau, wijdde hen in in de gedachtenwereld van de psycho-analyse, maar was ook hun gids in de schaduwkant van New York. Het driemanschap, dat als de motor van de Beat Generation bekend zou komen te staan, was gevormd.

Pagina 9: Vervolg van pagina

Een moedige en grappige schrijver

Terwijl Kerouac en Ginsberg hun wilde escapades en drugsgebruik leken te beschouwen als ervaringen, nodig voor het schrijven van de door hen gedroomde literatuur, zag Burroughs voor zichzelf geen toekomst als schrijver weggelegd. Hij verliet New York om boer te worden, eerst in Texas, later in Louisiana. Hij was er van overtuigd dat hij zo snel rijk kon worden. Hij leefde met louche kennissen uit de stad en een vrouw, Joan, verslaafd aan amfetamine, bij wie hij een kind verwekte, op een afgelegen boerderij. Hij spoot zijn morfine in, schoot met zijn geweren en schreef brieven aan Ginsberg en Kerouac. Het boeren werd een fiasco. Zelfs marihuana verbouwen hielp niet. In 1949 brak hij op en vestigde zich in Mexico Stad. Daar begon hij aan het schrijven van zijn eerste boek, Junky, een nog altijd duizelingwekkend helder en koel verslag van zijn kennismaking met opiaten, dealers, agenten van de narcoticabrigades en zijn eindeloze reeks pogingen af te kicken. Het manuscript zou er jaren over doen om in 1952 gepubliceerd te worden, onder een schuilnaam en in dezelfde band met de memoires van een politieman, een drugsbestrijder.

Op 6 september 1951, tijdens een dronken feest, zette Burroughs een waterglas op Joans hoofd om het er bij wijze van grap met zijn pistool vanaf te schieten. Iedereen lachte, niemand nam de Wilhelm Tell-stunt serieus. Maar Burroughs schoot. Het glas viel ongeschonden op het tapijt. Joan was dood. In ruil voor wat smeergeld en de verzekering dat Burroughs en zijn entourage het land onmiddellijk zouden verlaten, was de politie bereid het voorval te beschouwen als een bizar ongeluk.

Na omzwervingen door de Columbiaans jungle, op zoek naar de ultieme hallucinogene drug yage, belandde hij in 1954 in Tanger, de stad op de rand van Afrika. Een hybride stad met een internationale zone, waar Engelse, Franse, Spaanse, Marokkaanse en Amerikaanse invloeden zich vermengden. Daar haalden zijn demonen hem in. Zijn onmogelijke liefdes, de vergeefse pogingen af te kicken, de dood van Joan, zijn gefrustreerde verhouding tot het schrijven, de ongelukkige verhoudingen met Arabische jongens, zijn eenzaamheid, ver van zijn vrienden; het was meer dan genoeg om een veertigjarige man te doen instorten onder het gevoel van mislukking. Maar Burroughs bond de strijd aan met zijn demonen. Hij schreef, niet alleen lange brieven aan Ginsberg en Kerouac, maar ook wat hij routines noemde. Daarin gaf hij letterlijk stem aan alles wat hem stoorde, kwelde, bang maakte en deed walgen. Het zijn aaneenschakelingen van verhalen, fantasieën, tirades, dagboeknotities, parodieën en satirische kolder. De toon is steeds ijzingwekkend laconiek, de stijl overrompelend en wild, maar vlijmscherp. Nadat Burroughs in 1956 in Londen met behulp van de controversiële apomorfine-kuur van Dr. Dent succesvol was afgekickt, begon hij uit de steeds uitdijende verzameling routines een boek te maken. Zo ontstond Naked Lunch, dat in 1959 verscheen bij de avant-garde/porno uitgeverij Olympia Press in Parijs. Het boek sloeg in als een bom en bleef tot 1966 in de Verenigde Staten officieel een verboden boek, vanwege zijn obscene en pornografische inhoud.

Het boek speelt in Interzone, een stad die een samentrekking is van New York, Mexico Stad en Tanger. Hoofdpersoon is Agent Bill Lee, een junkie-schrijver, die zich te weer moet stellen tegen verschillende benden van krankzinnige en monsterlijke slechteriken die Interzone door middel van terreur, marteling, telepathische hersenspoelingen en drugs aan zich willen onderwerpen. Ook al is Interzone een beeld van de moderne wereld als dystopie, slechtste aller werelden, het lezen erover in Naked Lunch is een feest. De ene groteske satire buitelt over de andere heen. Het is zwarte humor op zijn best, helemaal in de stijl van een van Burroughs voorbeelden, Jonathan Swift. Machtswellust, seksueel geweld, verslaving, en conditionerende ideologieën, alles wat de mensengeschiedenis een hel maakt, wordt hier even hilarisch als vlijmscherp opgevoerd. Het taalgebruik is een burleske mengeling van alle mogelijke sub-literaire tekstsoorten: filmscripts, science fiction, misdaadverhalen, (radio/televisie)-journalistiek, strips en porno. Een groot deel is geschreven in de taal van de straat, stijf van het idioom van oplichters, pooiers, dieven en junkies.

Naar analogie met de pop-art van Rauschenberg en Warhol, die ook hun materiaal uit de populaire cultuur haalden en tot een nieuw hybride en onbeschaafd beeld assembleerden, kun je Burroughs de schepper van de pop-roman noemen. Het grote verschil is de ondertoon van nihilistische opstandigheid die bij Burroughs meespeelt. Burroughs benutte het succes-de-scandale van Naked Lunch niet om een gevestigde figuur in de Amerikaanse letteren te worden. Hij hield zich afzijdig, bleef mediaschuw en volhardde in zijn literair extremisme. Jarenlang publiceerde hij boeken, die het resultaat waren van zijn beruchte cut-up of fold-in techniek, die neerkwam op het verknippen en toevallig anders samenvoegen van eigen en andermans teksten, zoals Soft Machine, The Ticket that Exploded en Nova Express. Het best geslaagde voorbeeld ervan is het door Jules Deelder vertaalde Last Words of Dutch Schultz. Hij wees er graag op dat de literatuur op dit punt tientallen jaren achterliep bij de beeldende kunst, de film en de muziek, waar zulke technieken wel gebruikt worden.

Burroughs zag alle orde, of die nu sociaal, ideologisch, biologisch of cultureel was als een conditionerend en verslavend systeem, waartegen verzet geboden was. Zelfs de menselijke taal zag hij als onderdeel van het Menselijk Virus. Een vergiftigende, dodelijke ziekte. Burroughs radicale ideeën, met hun vreemde mengeling van occulte en technologische verwijzingen, hebben altijd veel weerklank gevonden in de culturele underground. Burroughs kon eind jaren zeventig uitgroeien tot een godfather van de Amerikaanse punkcultuur. Zijn lezingen, gedragen door zijn licht vertraagde, krakende mid-western stem, waren een succes. Er verschenen video's en cd's van zijn optredens. Ook de technocultuur, die in de loop van de jaren tachtig opkwam, vond in hem een held. Jonge schrijvers als Kathy Acker, William T. Vollmann. Mark Leyner en de schrijvers die onder de naam cyperpunk de science fiction een literaire impuls gaven, zoals William Gibson en Bruce Sterling, zijn hem schatplichtig. Aan weinig schrijvers van zijn generatie zijn zoveel en zo levendige sites op het World Wide Web gewijd als aan Burroughs.

In de jaren tachtig verscheen een ongepubiceerd manuscript uit de jaren vijftig, Queer, een in de koele stijl van Junky geschreven, maar juist daardoor aangrijpend verslag van een wreed ongelukkige liefde tussen de verteller en een reisgenoot op een tocht door de Columbiaanse jungle. Verder publiceerde Burroughs drie romans (Cities of the Red Night, The place where dead roads meet en Western Lands) waarin hij terugviel op conventionelere verteltechnieken en populaire avonturenboeken (piraten, revolverhelden in het wilde westen) als inspiratie nam. Zeer de moeite waard is de twee jaar terug verschenen verzameling brieven die Burroughs tussen 1945 en 1959 aan Ginsberg en anderen schreef.

William Burroughs trok zich na een Parijse, een Londense en een New-Yorkse periode zo'n zeventien jaar geleden in het provinciestadje Lawrence, Kansas terug, met een stel katten en zijn verzameling vuurwapens. Terug in de Mid West waar hij vandaan kwam. Daar is hij overleden op de gezegende leeftijd van 83 jaar. Hij had veel weg van de typisch Amerikaanse crank, de griezelig eigenzinnige mafkees, die in bizarre samenzweringen en wondermiddelen gelooft. Maar vooral was hij een moedige en ontzettend grappige schrijver, wiens guerilla-aanslagen op de literatuur nog altijd niet ten volle zijn benut. Een schrijver wiens demonen het nog altijd de moeite loont om zeep geholpen te zien worden door zijn verontrustend snelle proza en virtuoze zwarte humor. In Burroughs werk wemelt het van de wetteloze zones, mutanten, sadisten, terroristen, virussen, malafide dokters, informatie-manipulatie, gesjoemel met de menselijke voortplanting, godsdienstwaanzinnigen, barbaarse red necks en duivelse bureaucraten. Deze gentleman had zijn demonen goed gekozen, het zijn de onze, die van de toekomst.