Verdachte Turk mag worden uitgeleverd

ROTTERDAM, 2 AUG. De van omvangrijke handel in heroïne verdachte Turk Hüseyin Baybasin mag aan Turkije worden uitgeleverd. Dat heeft het ministerie van Justitie gisteren beslist. Met deze beslissing gaat de minister in tegen het advies van de Hoge Raad. De Amsterdamse advocaat van Baybasin, L. Mannheims, heeft aangekondigd een kort geding tegen de staat aan te zullen spannen.

Baybasin werd in december 1995 in Nederland aangehouden op verzoek van Turkije. Volgens de Turkse regering was hij betrokken bij een heroïnetransport in 1991 met het schip 'Lucky S.'.

Eind vorig jaar heeft de Hoge Raad de minister geadviseerd geen gehoor te geven aan het verzoek van Turkije. Baybasin zou, aldus de Hoge Raad, gevaar lopen te worden gefolterd, “en zelfs zou hij hebben te vrezen voor zijn leven”. Na het advies van de Hoge Raad kwam Baybasin op vrije voeten. Begin 1996 begon hij een asielprocedure. Volgens Justitie heeft de Turkse regering echter nu de garantie gegeven dat het leven van Baybasin geen gevaar zal lopen wanneer hij wordt uitgeleverd. Baybasin ontkent dat hij was betrokken bij het heroïnetransport met de Lucky S.

Baybasin, die zich omschrijft als een 'Koerdisch-Turkse zakenman', heeft in de Turkse media de afgelopen jaren herhaaldelijk beweerd dat hoge officieren, hooggeplaatste politiefunctionarissen en leden van de geheime diensten leiding geven aan de internationale heroïnehandel. Met de inkomsten van de heroïnehandel werden volgens Baybasin de activiteiten bekostigd van de zogeheten Özal Harp Diresi (OHD), Turks voor de geheime NAVO-organisatie 'Gladio' die begin jaren zestig werd opgericht.

Pagina 3: Verwevenheid met heroïne

Gladio moest in actie komen bij een eventuele Sovjet-Russische bezetting van NAVO-landen. Leden van Gladio werden geschoold in sabotage-acties en terroristische aanslagen. Ook infiltreerden zij volgens Baybasin politieke partijen, verstoorden ze politieke demonstraties en vermoordden ze politici en journalisten.

Baybasin zegt dat diplomaten, directeuren van Turkse scholen en NAVO-officieren deel uitmaakten van ÖHD-netwerken. Zij allen zouden betrokken zijn geweest bij de handel in heroïne ten bate van de ÖHD. Voor deze heroïnetransporten zouden onder meer Turkse schepen zijn ingezet die voeren onder NAVO-vlag. Volgens Baybasin is zelfs familie van de Turkse president Suleyman Demirel betrokken bij de internationale heroïnehandel van de ÖHD. Via de door een neef van Suleyman Demirel, Yahya Demirel, opgerichte bank 'Kibris Yatirim Bankasi' zou jarenlang geld uit de drugshandel zijn witgewassen, beweert Baybasin. Ook de echtgenoot van de voormalige premier Tansu Çiller zou volgens Baybasin banden hebben met de ÖHD.

Baybasin zegt dat hij in de jaren tachtig, samen met de Nederlandse reclasseringsambtenaar van Turkse komaf, Erdal N., voor de ÖHD bezig is geweest met het opzetten van een netwerk van heroïnesmokkelaars in Wenen, Londen en Den Haag. Baybasin werd eind mei 1984 onder de naam 'Nejdet Yilmaz' in Engeland gearresteerd op verdenking van betrokkenheid bij de invoer van zes kilo heroïne. Tot 1989 zat hij voor deze zaak gevangen in Groot-Brittannië.

Erdal N., die volgens Baybasin ook deel uitmaakte van de ÖHD, werd eind 1986 in Nederland veroordeeld voor betrokkenheid bij een andere heroïne-zaak. Volgens Baybasin werd N. begin jaren zeventig door de ÖHD naar Nederland gestuurd. Later werkte hij bij de reclassering in Rotterdam. Daar schreef hij reclasseringsrapporten. Sinds 1991 staat hij niet meer ingeschreven in het bevolkingsregister van Den Haag.

    • Hans Moll