Topambtenaar bepleit eenduidiger adviezen over infrastructuur; 'De voorbereiding moet helder zijn'

Het wil niet vlotten met de besluitvorming over grote infrastructurele projecten als de Tweede Maasvlakte of een tweede nationale luchthaven. De ambtelijke top in Den Haag wijt dat onder meer aan de uiteenlopende adviezen van economen.

DEN HAAG, 2 AUG. Ze waren er allemaal: het Centraal Planbureau (CPB) concurrent NYFER van Eduard Bomhoff, het Nederlands Economisch Instituut (NEI) en het Onderzoekscentrum Financieel Economische Beleid (OCFEB). De vier belangrijkste onderzoeksinstituten op het gebied van infrastructuur kwamen onlangs op uitnodiging van Verkeer en Waterstaat en Economische Zaken twee dagen bij elkaar om te bekijken of ze voortaan hun adviezen beter op elkaar kunnen afstemmen.

Het zit de ambtelijke top dwars dat de besluitvorming over het aanzien van Nederland in de 21ste eeuw onnodige vertraging oploopt. Het kabinet-Kok kondigde in 1996 een ambitieus plan aan dat de komende tientallen jaren voorziet in een investering van meer dan honderd miljard gulden in de 'ruimtelijk-economische structuur' van Nederland. Zo zouden er tientallen miljarden beschikbaar komen om het probleem van de snel groeiende luchtvaart op te lossen - bouw van een nieuwe luchthaven, bijvoorbeeld in zee - en de Rotterdamse haven weer lucht te geven door uitbreiding van de Maasvlakte.

Tot nu toe verloopt de besluitvorming traag. Vlak voor het zomerreces besloot het kabinet dat de Rotterdamse haven weliswaar mag uitbreiden, maar dat een definitief besluit over de bouw van een Tweede Maasvlakte wordt uitgesteld tot een volgend kabinet. Deze herfst wil het kabinet-Kok een eenduidig besluit nemen over de vraag of de luchtvaart in Nederland mag groeien, maar in politiek en ambtelijk Den Haag betwijfelen velen of dat zal lukken.

De eerste bijeenkomst op 3 juli werd voorgezeten door L.A. Geelhoed, de ambtelijke rechterhand van minister-president Kok en erkend pleitbezorger van investeringen in grote infrastructurele projecten. In een ambtelijke notitie waarin het doel van de bijeenkomst uiteen wordt gezet wordt de vertraging in de besluitvorming mede toegeschreven aan “verwarring” in de adviezen van economische deskundigen. “Niet alleen omdat de adviezen elkaar deels tegenspraken, maar ook omdat zij gebaseerd waren op verschillende methoden en uitgangspunten”, zo staat in de Notitie ten behoeve van de workshop over economische effecten van infrastructuur. “De variatie aan adviezen leidt tot onnodige onzekerheid en discussie, vertraagt de besluitvorming en schaadt de geloofwaardigheid van het gekozen beleid.”

“We zeggen dat politici veel ruzie maken, maar onder wetenschappers is het niet anders”, zegt secretaris-generaal A.B.M. van der Plas van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. “Je moet constateren dat in een aantal gevallen adviseurs het soms niet met elkaar eens zijn. Bijvoorbeeld bij de Maasvlakte.” Waar het Nyenrode Institute For Economic Research (NYFER) tot de conclusie kwam dat de spoedige bouw van een Tweede Maasvlakte hard nodig was, concludeerde het CPB enkele maanden geleden dat het kabinet nog zo'n jaar of tien kan wachten voordat een eventueel besluit tot uitbreiding genomen kan worden.

Ook over de de omvang van de uitbreiding verschillen de deskundigen sterk van mening. De schattingen van de totale kosten om de ruimteproblematiek in de Rotterdamse haven op te lossen, variëren daardoor van anderhalf miljard tot tien miljard gulden. Een nog grotere onzekerheidsfactor geven de deskundigen voor oplossingen voor Schiphol, dat de komende jaren tegen de door de politiek vastgestelde milieugrenzen aanloopt. Het kabinet kan op basis van dergelijke onzekerheden moeilijk alvast miljarden gaan reserveren.

Het is volgens Van der Plas vooral belangrijk dat de economen onderling beter afstemmen welke uitgangspunten zij hanteren. Soms worden de grote verschillen in de adviezen veroorzaakt door een fundamenteel andere visie op de werking van de economie.

Daarnaast zijn er nog duidelijke lacunes in de beschikbare kennis. Zo wordt er nog maar relatief kort fundamenteel onderzoek naar de economische effecten van infrastructuur verricht. Van der Plas: “De taak van de wetenschap is om duidelijkheid te scheppen. Wij hebben als Verkeer en Waterstaat gezegd: er is een noodzaak om de voorbereiding van de besluitvorming te verbeteren. We moeten helder zijn in de uitgangspunten en weten welke zekerheden en onzekerheden in de uitkomst verscholen zitten. Hoe beter de kwaliteit van het onderzoek is, met des te meer overtuiging kun je de uitkomst voorleggen aan de politiek.”

Maar ook als economen hun uitgangspunten beter afstemmen, blijft er onzekerheid over voorspellingen, zo erkent Van der Plas. Het is de verantwoordelijkheid van de politiek om knopen door te hakken. “Een forse dosis publiek ondernemerschap blijft noodzakelijk. Die onzekerheid moet worden ingevuld door een strategische visie van het politieke bestuur. De ingang tot de havens van Rotterdam en Amsterdam was in de vorige eeuw vanaf het oosten. Tot er mensen zeiden: dat is allemaal veel te ingewikkeld. Zo werden het Noordzeekanaal en de Nieuwe Waterweg aangelegd.”

“Deze investeringen waren het gevolg van visies op de toekomst, zonder dat daar wetenschappelijk onderzoek aan vooraf was gegaan. Wij zijn natuurlijk inmiddels een stuk verder gekomen als het gaat om het begrenzen van de risico's van het publiek entrepreneurschap. Maar dat kan nog beter. Belangrijk is dat de vier economische instituten meer zullen samenwerken om de kwaliteit van de economische onderbouwing van nieuwe grote projecten te verbeteren.”