Sanders (2)

Ik ken de gewoontes op recepties in Hongkong niet. De gewone burger Kooistra uit Amsterdam (Z 19/7) schijnt echter niet te kunnen begrijpen dat de 'Haegsche' diplomatieke cocktails voor directe zakelijke contacten doodgewoon werk zijn, het zij toegegeven: in een wat afwijkende vorm.

Een zeer duidelijk voorbeeld uit eigen ondervinding dateert al van dertig jaar geleden, hoe men vrijuit en rechtstreeks kan praten. Ik nodigde de briljante en kunstminnende toenmalige Amerikaanse ambassadeur Tyler voor een kleine cocktail thuis uit, samen met uitsluitend mensen uit de museumwereld. De bijeenkomst viel samen met de eerste bezetting van het Rijksmuseum door zich kunstenaars noemende lieden en mij viel sterk op hoezeer de toenmalige hoofddirecteur van dit Amsterdamse museum baat erbij had rechtstreeks, informatief en vertrouwelijk met zijn toenmalige minister Klompé de toestand op mijn receptie te kunnen bespreken.

Deze situaties zijn nu niet anders. Een bekende bankier die ik op de garden-party ter gelegenheid van de 221ste Amerikaanse Onafhankelijksdag begroette, spoedde zich gauw verder met de opmerking: “Ik heb hier nog veel werk te doen.” Kritiek moet niet door onkunde vertroebeld zijn.