Nummerborden

Ik heb gewandeld van Doboj naar Orahovica - in twee dagen, 40 kilometer - en heb overal blaren en overal pijn. Kennelijk was de voorbereiding in het vlakke Nederland - wekelijks een NS-wandeltocht - niet afdoende voor wat mij in de Bosnische bergen te wachten stond.

Daartegenover staat dat ik niet op een mijn getrapt heb, dat de mensen mij vriendelijk bejegend hebben en dat ik een wandeltocht heb gemaakt waar menig reisbureau zijn vingers bij af zou likken, zou men die in het assortiment hebben. Kroatië is rijker dan Bosnië omdat het de Dalmatische kust bezit, befaamde toeristische trekpleister. Maar Bosnië heeft bergen. Als de situatie er weer naar is, moet Bosnië met enig beleid - iedere 20 kilometer een hotel of hut - jaarlijks toch duizenden en duizenden wandelaars kunnen binnenhalen.

Maar voorlopig is de situatie er niet naar. Toch voorspelt de jonge ober in Hotel Afrodite in Gracanica mij dat Bosnië “binnen tien jaar een welvarend, Westers land zal zijn, binnen tien jaar”. Want het Bosnische volk, zo zegt hij, houdt ook ervan te werken.

Dat de jonge ober in ieder geval zelf ambitieus is, blijkt uit het Engelse leerboek dat hij achter de bar heeft liggen en telkens weer oppakt als hij even vrij is. Hij ziet er, met zijn brilletje, uit als een student. “Zal Bosnië over tien jaar dan nog bestaan?” vraag ik hem.

“Mora”, zegt hij fel, vastbesloten. “Dat moet.” En hij begint te praten over Amerika, dat Amerika het zo wil, en dat het daarom ook zo zal zijn. Het respect voor Amerika is groot.

Het zou mij lief zijn als de jonge ober gelijk kreeg, de mijnen geruimd werden, de wandelaars binnenstroomden - maar het ziet er, althans nu, niet naar uit. Want het land Bosnië is drie landen. In België spreken de Belgen Frans en ze spreken Vlaams - maar ze betalen allen met de Belgische franc. In Bosnië spreekt iedereen wél dezelfde taal, maar de Bosnische Kroaten noemen het Kroatisch en de Bosnische Serviërs Servisch - en de Bosnische moslims, zoals de jonge ober, noemen het Bosnisch. De Bosnische Kroaten hebben hun eigen munt - de Kroatische Kuna - en de Bosnische Serviërs hebben hun eigen munt - de Servischer dinar. Alleen de moslims betalen met de Bosnische dinar. Geen enkele groep accepteert de munt van de andere groep - daarentegen kun je wel weer overal met Duitse marken betalen. En ook de nummerborden op de auto's verschillen: in een en dezelfde stad kun je nummerborden met het Kroatische wapen (schaakbord) en met het Bosnische wapen (Franse lelies) zien, en in de Servische Republiek prijken vier s'en (het Servische wapen) op de nummerborden, en zijn die nummerborden ook nog in het cyrillisch. Mij dunkt dat het duidelijk is wat de Kroaten en de Serviërs in Bosnië willen. Alleen de moslims, zeg ik, willen Bosnië bijeenhouden.

De ober knikt, hij heeft geduldig geluisterd, hij weet het. “Binnen een jaar”, zegt hij, met aplomb, “hebben wij hier één president, één munteenheid, één nummerbord.” Nu heeft het land nog een driekoppig presidentschap. De jonge ober is een temperamentvolle jongen.

Ik ben hem nog niet vergeten als ik, weer terug in Doboj, de spullen ophaal die ik bij kennissen heb achtergelaten. Ik heb gewandeld voornamelijk in de Moslim-Kroatische Federatie - maar Doboj is de Servische Republiek. Hier wonen Serviërs.

Ik vertel de 50-jarige Slavko, garagehouder annex boer, die ik heb leren kennen als een redelijk man, en die ik graag mag, over mijn ervaringen in de bergen. Ook dat mij voorspeld is dat Bosnië binnen een jaar één president en één munt zal hebben. “Dat nooit”, zegt Slavko. “Dan wordt het weer oorlog.”

Schoonzoon Mile zit erbij. Hij vraagt mij - wat vijandig nu - waarom ik alleen maar in het moslimdeel van Bosnië wandel en niet in het Servische deel, dan hoor ik ook eens wat anders.

“Ik ben nu toch in het Servische deel”, zeg ik glimlachend.

“Kees...” Slavko legt mij de zaken geduldig uit. De helft van de Bosniërs is moslim. Maar ze krijgen veel kinderen, aldus Slavko, en binnen twintig jaar zullen zij een grote meerderheid vormen. “En Serviërs willen niet door moslims geregeerd worden.”

“Ook in Frankrijk”, vervolgt Slavko, “hebben ze ernstige problemen met de moslims, in Duitsland leeft een grote minderheid, in Nederland zijn ze aanwezig... Over dertig jaar”, voorspelt hij, “jij zal dat nog meemaken, is de islam de grootste godsdienst in Europa.”