Notorious

Het Nederlands Filmmuseum vertoont deze zomer bijna alle films van Alfred Hitchcock. In de spionagethriller Notorious (1946) spelen Ingrid Bergman, Claude Rains en Cary Grant eenzame, door schuldgevoel verteerde mensen op zoek naar verlossing.

Hitchcock mocht altijd graag uitweiden over zijn fascinatie voor blonde vrouwen,die door de aanraking van een mannenhand in een erotische vulkaan veranderden. Een dame tijdens een receptie, een hoer in de slaapkamer. Wie Notorious ziet, het meesterwerk dat hij in 1946 maakte, begrijpt meteen dat Ingrid Bergman de echte Hitchcock-vrouw is. Angst en verlangen, wanhoop en hulpeloosheid, ze vinden allemaal hun uitdrukking in haar even mooie als onregelmatige gezicht. De man die haar van alles aandoet, Cary Grant, blijft de hele film lang een aantrekkelijke houten klaas; zijn verscheurdheid tussen plicht en hartstocht - hij is verliefd geraakt op Bergman, maar zijn werkgevers gebieden hem haar als een hoerige Mata Hari aan een oude nazi toe te spelen - is overtuigend genoeg, maar Hitchcock houdt hem op een afstand.

Haar personage begint als een type: de zondige vrouw die boete doet. Ze is een Duitse in Amerika en haar vader wordt veroordeeld omdat hij een nazi-spion is geweest; later pleegt hij zelfmoord in de gevangenis. Bergman torst zijn schuld. Aanvankelijk vlucht ze in alcoholisch cynisme, maar de onverbiddelijke mannelijkheid van Cary Grant brengt haar wanhoop aan het licht, die hij vervolgens handig uitbuit. Om het verraad van haar vader goed te maken, zal ze voor de Verenigde Staten moeten spioneren.

Het spannende thriller-verhaal maskeert een emotioneel drama. Bergman, dat wist Grant eerst zelf ook niet, wordt geacht het huwelijksbed te delen met Rains om achter zijn geheimen te komen. Bergman aanvaardt de opdracht uit liefde voor Grant, die haar keuze onverdraaglijk vindt - en haar vervolgens zijn eigen wreedheid en cynisme begint in te peperen. De derde speler in het spel voltooit een onmogelijke driehoek: Claude Rains speelt een kwetsbare man van vlees en bloed, die gedomineerd wordt door zijn koudbloedige nazi-vrienden en zijn moeder, een kettingrokende Duitse dragonder. Zijn liefde voor Bergman is ontroerend oprecht.

Alledrie de personages verschuilen zich achter emotionele façades, die stuk voor stuk door Hitchcock gesloopt worden. Daarachter heerst paniek en verlatenheid, onhanteerbare gevoelens die zich uiten in wreedheid en verraad. Een beroemd en veel geanalyseerd shot maakt precies dàt duidelijk: de camera neemt van bovenaf een officiële ontvangst van Rains en Bergman in ogenschouw en boort zich dan overstoorbaar een weg naar hun ware emoties, gesymboliseerd door de close-up van de samengeknepen hand van Bergman, waarin zij de sleutel van de wijnkelder verbergt, die zij van Rains gestolen heeft.

Die langzame afdaling vat misschien wel een heel oeuvre samen. Het technische vernuft van de Hitchcock, zijn gevoel voor vorm, versmelt hier met zijn intieme kunstenaarschap.

Bergman, Rains, zelfs Grant zijn mensen die zich groot houden. De camera dringt hun binnenwereld binnen en wat blijkt, ze zijn eenzaam en wanhopig, vervuld van schuldgevoel, op zoek naar verlossing. Die verlossing zoeken ze bij een ander - wat tragisch is, omdat die ander zich weer aan hen probeert vast te klampen.

Schrijnend is hun onvermogen. Al zie je Notorious honderd keer, het doet steeds weer pijn.

De voorstelling voor vanavond in het Filmmuseum is uitverkocht. Er is nog een vertoning op 11 aug.