Napels bestrijdt de geïnstitutionaliseerde criminaliteit; Loopjongens van de camorra

Jarenlang hebben lokale politici van Napels in symbiose geleefde met de camorra. Smokkel, handel in drugs en in valse merkartikelen werden gedoogd. Sinds een paar maanden is zelfs het leger ingeroepen om op te treden tegen bendes en stadscriminelen. Intussen probeert het stadsbestuur af te rekenen met de armoede en het opportunisme.

Rosario kijkt even om zich heen. Geen politie te zien. Dan loopt hij naar de man toe. Een handdruk, twee snelle kussen op de wang, wat schouderkloppen. Napolitanen raken elkaar graag en veel aan. Na wat gesmoes in wat een amicale sfeer lijkt, loopt Rosario langzaam weer terug. Op zijn gezicht staat niets te lezen. Hij neemt zijn gast bij de arm en gebaart dat hij door wil lopen, weg van het groepje mannen in zwarte T-shirts op het pleintje.

“Pasquale, een oude kennis”, legt hij uit. Camorra? “Hmm”, is het ontwijkende antwoord. “In deze stad moet je iedereen te vriend houden, de politie zowel als de andere kant, anders overleef je niet. Je moet nergens te dicht tegen aan gaan zitten, anders word je meegesleurd. Napels is een stad waar je moet koorddansen.”

Rosario is een van de duizenden mensen in deze metropool aan de voet van de Vesuvius die iedere ochtend opnieuw geld bijeen moeten scharrelen om 's avonds van te eten. Hij is 38 jaar, getrouwd (“met een van de mooiste vrouwen van Napels”, maar ik krijg haar niet te zien) en heeft een frisse, potige zoon van achttien. Maar geen vast werk. Hij vertelt dat hij af en toe vertegenwoordiger speelt en allerlei kleine handeltjes heeft. Geen smokkelwaar, zegt hij, want dan hel je te veel over naar de ene kant. Misschien de valse merkartikelen die in de kleine fabriekjes in het achterland van Napels worden gemaakt? “Hmm”, antwoordt Rosario.

Duizenden Napolitanen leiden een semi-clandestien leven. De illegaliteit is hier geïnstitutionaliseerd. Ook de illegale parkeerwachters, die ergens een pet vandaan hebben gehaald en je voor plaatsen waar je gratis mag parkeren kaartjes proberen aan te smeren, op straffe van diefstal of een fikse kras, hebben een eigen vereniging opgericht. Het onschuldigst zijn de mensen die je in een file voor een gulden naar huis laten bellen op hun zaktelefoon om te vertellen dat de pasta nog niet in het water moet. Die je in de rij bij de bushalte of op het postkantoor voor twee kwartjes een stoel verhuren voor een kwartier. Die bij de stoplichten staan met grote zeemlappen. Het enige wat deze mensen meestal doen is de belasting ontduiken.

Anderen schurken dichter aan tegen de georganiseerde misdaad. Ze zitten in de smalle straten van het centrum achter een tafeltje waarop een paar pakjes sigaretten liggen, of ze lopen schijnbaar achteloos met een slof onder hun arm langs de boulevard. Bij hen kun je gesmokkelde sigaretten kopen, per pakje zeker een gulden goedkoper dan in de staatswinkels met het zwarte Tabacchi-uithangbord. Of ze verkopen illegaal gekopieerde muziek- of videocassettes, een andere lucratieve activiteit van de camorra. Wie het vertrouwen van de misdaadbendes heeft gewonnen, wordt ingeschakeld bij de illegale lotto en toto die via allerlei bars en winkels is georganiseerd.

Al dergelijke activiteiten gebeurden jarenlang open en bloot. In een vertwijfelde poging de macht van de camorra aan banden te leggen, treedt de politie sinds een paar maanden harder op tegen deze loopjongens van de camorra. “Ze pakken het helemaal verkeerd aan”, zegt Rosario. “Ze pakken de verkeerde mensen. De kleine vissen. Laat de mensen die proberen hun brood te verdienen, hun gang gaan. Iedereen moet toch eten. Hier kun je niet alles op een eerlijke manier doen. Ze zeggen dat ze zo ook iets aan het geweld van de camorra proberen te doen. Maar je ziet aan de moorden op straat dat het niet werkt. We moeten degenen doden die het geweld baren. Als je de mamma doodt, komen er vanzelf geen kinderen meer.”

Culturele renaissance Kijk af en toe eens over uw schouder, staat in het krantje voor toeristen, onder de kop 'Voor een sereen verblijf'. Draag geen dure horloges en juwelen. Neem geen dure camera's mee maar een kleine compact - “daarmee kun je ook heel goede foto's maken”. Ga 's avonds in een groep uit of neem een taxi. En, een advies dat voor Italianen een enorme opoffering moet hebben betekend: “Laat uw elegante kleren thuis en trek gymschoenen en een spijkerbroek aan”.

Een paar jaar geleden reageerden Napolitanen boos op het besluit van een Oostenrijkse verzekeringsmaatschappij om een in Napels gestolen auto niet te vergoeden. Wie zijn auto 's nachts in Napels buiten laat staan, weet wat hem te wachten staat, was het argument. Maar de adviezen in het krantje komen van eigen bodem. De vingervlugge tasjesdieven zijn allang geen folklore meer. Ze komen langs op een roestige, opgevoerde scooter en trekken je mee over straat als je je handtas of camera niet los wil laten. Wie zelf op een nieuwe brommer rijdt, loopt het risico een pistool onder zijn neus te krijgen en zijn brommer te moeten afstaan. Nog niet zo lang geleden is iemand doodgeschoten “omdat hij mij uitdagend in de ogen keek”, zoals de dader de politie uitlegde. Een priester die achtduizend gulden moest ophalen van de bank en het geld voor de zekerheid had verstopt in zijn onderbroek, is op straat uitgekleed, letterlijk.

Ook dat is Napels. De afgelopen drie jaar heeft de stad onder leiding van burgemeester Antonino Bassolino een culturele renaissance doorgemaakt. Met grote en kleine daden is hij erin geslaagd Napels als een belangrijke kunststad op de toeristische agenda te zetten. Musea gingen weer open, het koninklijk paleis is gerestaureerd, prachtige pleinen werden omgevormd in voetgangersgebied. De fonteinen spoten weer, renovaties die jarenlang stil hadden gelegen, zijn voltooid, er zijn nieuwe bussen gekomen en de boulevard is schoongemaakt. Bassolino, leider van een links gemeentebestuur, is met zijn succesvolle strijd tegen het non-si-puo-tismo - het idee dat je toch niets kunt veranderen - de populairste burgemeester van Italië geworden. Hij heeft Napels iets gegeven wat het lang heeft gemist: zelfvertrouwen.

Maar de erfenis van het verleden raak je niet zo snel kwijt. Jarenlang hebben lokale politici in Napels in symbiose geleefd met de camorra. Sommigen speelden onder één hoedje en verdeelden de winst op de contracten voor openbare werken. Anderen lieten simpelweg de camorra haar vrijheid, om geen stemmen kwijt te raken. Die banden tussen misdaad en politiek lijken in Napels zelf nu grotendeels te zijn verdwenen. De camorra is haar beschermheren op het stadhuis kwijtgeraakt. Ook de rechtse oppositie, die wordt gedomineerd door de Nationale Alliantie, erfgenaam van de neofascisten.

Maar ook zonder politieke bescherming is de camorra nog steeds oppermachtig. In de smoezelige, levendige volkswijken in het centrum, in de grauwe voorsteden hebben de verschillende camorrabendes ieder hun eigen territorium afgebakend. En dat wordt met geweld verdedigd. Het gaat niet om een handvol peetvaders die hun soldaten in toom kunnen houden, maar om enkele tientallen bendes die elkaar de winsten van de drugshandel, de sigarettensmokkel en alle andere illegale activiteiten proberen af te pakken. Het is een oorlog van allen tegen allen geworden.

Ook onschuldige voorbijgangers worden daarvan het slachtoffer. Op 11 juni begonnen twee mannen iets na één uur 's middags in de betere wijk de Vomero vanaf een motor ineens op een auto te schieten. Volgens de politie moeten de mannen op de motor vooraf behoorlijk wat cocaïne hebben gesnoven, want ze schoten in het wilde weg, als dolle duivels. Een van die verdwaalde kogels trof de 39-jarige Silvia Ruotolo, die net haar zoontje van zes van school had gehaald en terugliep naar huis. Voor de ogen van haar zoontje bloedde ze dood. “Ze schieten niet meer op elkaar, ze schieten op ons”, zei de schrijver Erri De Luca verslagen.

Binnen een paar dagen nam het kabinet het besluit om vijfhonderd soldaten naar Napels te sturen. Die zouden de plaats van de politie en carabinieri moeten innemen bij de bewaking van een aantal belangrijke gebouwen, zodat de politie meer mensen beschikbaar had voor de strijd tegen de camorra. Burgemeester Bassolino had daar zelf om gevraagd. De komst van het leger overschaduwt wel zijn Napolitaanse renaissance, maar hij neemt in ieder geval de rechtse oppositie wind uit de zeilen. Die kan in de lokale verkiezingsstrijd komend najaar niet roepen dat de burgemeester niets doet aan de strijd tegen de misdaad.

Op de begrafenis van Silvia Ruotolo bezwoer Bassolino dat de schuldigen gepakt zouden worden. De politie heeft dat waar kunnen maken. Tien dagen geleden werd een van de daders opgepakt in een badplaats in Calabrië, verder naar het zuiden. De man was ondergedoken, maar had zijn vakantie niet willen opgeven en werd gearresteerd terwijl hij rond middernacht deelnam aan de pantoffelparade op het plein van het stadje.

Mozaïek

Napels is verdeeld over de komst van het leger. “We hebben die soldaten helemaal niet nodig”, schreeuwt een verkoper op de markt van de volkswijk Montesanto, tussen de kisten tomaten en de kratten met vis. “En het zal ook niets uithalen. Denkt u dat de camorra één man minder vermoordt omdat ze bang is voor de militairen?” Hij krijgt luidruchtig steun van omstanders. “Er is overal in de wereld geweld, niet alleen in Napels”, zegt een vrouw. “Het is de schuld van de regering. Die moet de Napolitanen helpen. Hier is te veel werkloosheid. Als er wat meer voor de jeugd zou worden gedaan, zou dit allemaal niet nodig zijn.” Een kleine man valt haar bij. “Wij Napolitanen hebben een hart, we helpen elkaar, die moorden betekenen niets. Ik ben getrouwd en heb negen kinderen, allemaal werkloos. Ik verkoop borden om te kunnen leven, maar de jeugd wordt niet geholpen en daarom begaat ze vergissingen.”

Wat verderop, tussen de mensen die winkelend langs de vitrines van de Via Roma lopen, heerst een andere stemming. “Er gebeurt tenminste iets”, zegt een jonge vrouw. “Het is een begin”, antwoordt een ander. Bijna iedereen vindt dat de militairen meer zouden moeten doen dan bewaken. Toen de mafia in 1992 de rechters Giovanni Falcone en Paolo Borsellino had vermoord, werden er vijfduizend soldaten naar Sicilië gestuurd, die overal op het eiland patrouilleerden en ook verdachten mochten aanhouden. In Napels staan ze alleen maar voor een aantal consulaten en gerechtsgebouwen. “Waarschijnlijk vond de regering Napels te gevaarlijk om dienstplichtige militairen over straat te laten gaan”, zegt een man sarcastisch.

Ondanks de komst van het leger blijft het nieuws uit Napels en omgeving het karakter houden van berichten van het front. Een recent weekeinde. Vrijdagavond, een plein in Napels. Twee mannen in een auto openen het vuur op twee jongens die op hun vriendinnen wachten. Doelwit is een jongen van achttien met een strafblad. Hij wordt niet getroffen, zijn vriend wel, een jongen die nooit in aanraking met de politie is geweest en die alleen zo graag een ritje achterop de grote motor van zijn vriend wilde maken. Hij overlijdt in het ziekenhuis.

Zaterdag, Casal di Principe, een voorstad van Napels. Een 49-jarige man, met strafblad, wordt midden in een drukke winkelstraat doodgeschoten. De daders ontkomen, de politie constateert machteloos dat niemand het goed heeft kunnen zien.

Zondagmorgen, zelfde stad, zelfde straat, zelfde drukte. Een man van 28 jaar, een camorrista, wordt met twee schoten in zijn nek doodgeschoten. De dader ontkomt weer.

“Wij hebben geen toverstok die deze spiraal van moorden kan stoppen”, zegt minister van Binnenlandse Zaken Giorgio Napolitano. “We moeten de camorra vastberaden tegenspel bieden. Daarom hebben we het leger gestuurd. Maar dat is niet meer dan een steen in een groter mozaïek.”

Werk is een belangrijk element in dat grotere plaatje. Volgens een ruwe schatting leeft één op de vier gezinnen in Napels onder de armoedegrens. De werkloosheidscijfers liggen rond de twintig, dertig procent, al zijn die onbetrouwbaar wegens de duizenden zwartwerkers. De camorra biedt veel mensen een boterham.

Werk is belangrijk, maar het gaat om veel meer, waarschuwt burgemeester Bassolino, die als socialist niet aarzelt om linkse dogma's te doorbreken. Hij wijst erop dat jongeren voor de camorra kiezen omdat ze dat als de beste manier zien om snel rijk te worden. De burgemeester pleit voor hardere gevangenisstraffen, ook voor de kleine criminelen als zakkenrollers en tasjesdieven. Vaak is dat een leerschool voor de camorra, een manier voor jongeren om te laten zien uit wat voor hout ze zijn gesneden.

“Gebrek aan werk kan een alibi worden”, zegt officier van justitie Renato Golia. Hij wijst op de duizenden 'koorddansers' die op de een of andere manier voordeel hebben van de camorra en daarom een amorfe, indirecte vorm van samenwerking hebben ontwikkeld. Voor het gezinshoofd dat om te overleven gesmokkelde sigaretten verkoopt, wil hij nog wel begrip opbrengen. Maar waarom moet de middenklasse die sigaretten kopen en daarmee de misdaad steunen? Waarom roepen veel Napolitanen dat de staat iets moet doen, de regering, de politie, in ieder geval anderen? “We moeten zelf in beweging komen”, zegt Golia. “Wij Napolitanen moeten zelf een bijdrage leveren. Allemaal.”

De schrijver Raffaele La Capria wijst erop dat de camorra niet alleen een criminele organisatie is, maar ook een sociaal fenomeen is geworden. “Alleen in Napels en in het zuiden weet je niet goed waar de lijn loopt die de civiele van de criminele samenleving scheidt.”

    • Marc Leijendekker