Kas 'nieuw' Unilever nu nog voller

Unilever koopt en verkoopt tientallen bedrijven per jaar. Het concern is de laatste jaren sterk vernieuwd, met als resultaat een sterk verbeterde winst. Met nog meer miljarden in kas, is het wachten op de nieuwe acquisities in de voeding, zeep en cosmetica.

ROTTERDAM, 2 AUG. Op 8 juli stroomden de miljarden binnen van de verkoop van de chemie-divisie. De kas van Unilever bevat sindsdien, volgens de Engelse accountantsregels, 9 miljard gulden. Daar zijn de langlopende schulden inmiddels van afgetrokken.

Het Nederlands-Britse concern maakte gisterochtend bovendien winstcijfers bekend over het tweede kwartaal van 1997 (45 procent groei van de netto winst) die hoger waren dan de verwachtingen van financiële analisten. Unilever, producent van Magnum-ijsjes en Omo-waspoeder, profiteert steeds meer van de herstructureringen die de afgelopen jaren zijn doorgevoerd. De productie wordt geconcentreerd, slecht renderende onderdelen worden afgestoten. De winstmarges gingen omhoog, vooral in Europa. Alleen de groei van de omzet bleef beperkt.

Met die binnengekomen miljarden kan Unilever kopen wat het wil, volgens oud-topman F. Maljers zelfs tot een bedrag van 30 miljard gulden. Wordt een grote klapper, of een constante stroom van kleinere overnames?

Unilever koopt of verkoopt ongeveer een bedrijf per week. Begin jaren tachtig was het nog een ouderwets conglomeraat met een eigen verpakkingsbedrijf, een transportbedrijf en een reclamebureau. Die vreemde vogels zijn afgestoten nadat Unilever besloot zich te richten op vier kern-activiteiten. Door de verkoop van 'speciale chemische producten', voor 8 miljard dollar aan het Britse ICI, zijn daar nog drie van over.

Ten eerste voedingsmiddelen zoals ijs, margarine, thee, sauzen en dressings. Ten tweede was- en schoonmaakmiddelen als Omo en Jif. En ten derde 'persoonlijke verzorging' zoals shampoo en cosmetica. De herschikking van de portfolio gaat nog steeds door. De Engelse co-voorzitter N. FitzGerald zei bij zijn aantreden dat 20 procent van het concern niet goed genoeg presteerde.

Vorig jaar zijn 27 bedrijven verkocht, dit jaar al elf: het Britse John West (vis in blik) en het Duitse Nordsee (vishandel en restaurants), maar ook bier, textiel en grondverzetmachines in Afrika. De belangrijkste acquisities in 1996 (in totaal 29 bedrijven) waren Diversey (industriële reiniging) en Helene Curtis (cosmetica). Dit jaar zijn acht kleinere bedrijven (ijs, waspoeder en thee) aangeschaft, allemaal in de kerncategorieën. Geplande uitgaven zijn margarine-fabrieken in Rusland (500 miljoen gulden) en de jaarlijkse 600 miljoen voor herstructureringen.

Grote overnames van Amerikaanse giganten als Heinz (ketchup) of Campbell (soep) zijn niet te verwachten. “Lijkt me zeer onwaarschijnlijk”, zegt analist David Kerstens van ABN Amro Hoare Govett. “Je koopt een cash-cow met omzet en winst. Dat is misschien gunstig voor de winst per aandeel, maar niet voor het rendement op geïnvesteerd vermogen.”

Kerstens verwacht overnames van kleine tot middelgrote ondernemingen tot maximaal 2 miljard gulden per stuk. Voornamelijk in de opkomende groeimarkten als Centraal-Europa, Latijns-Amerika en Azië. Analist Gerard Rijk van ING Barings noemt drie sectoren waarin acquisities zich zullen concentreren. Voeding in de Verenigde Staten, voeding en consumentenproducten in de 'opkomende markten' en persoonlijke verzorging.

Ook in cosmetica ligt ruimte voor vergroting van het aandeel in een sterk verbrokkelde markt. Het Franse L'Oréal is marktleider met een aandeel van ongeveer 15 procent, Unilever heeft zo'n tien procent. Rijk: “Met name bij de prestigieuze cosmetica-merken is er nog een groot aantal kleine merken dat leeft van oude bestsellers.”

Unilever heeft zichzelf twee jaar de tijd gegeven om het geld te besteden. “De reorganisaties liggen op koers. Unilever is nu, gezien de hoge beurskoersen, op een gunstig moment aan het verkopen. Maar ze moeten wel wat doen met de cash.”

De uitweg die in Engeland en de Verenigde Staten beschikbaar is, het inkopen van eigen aandelen, kan Unilever niet toepassen. Het verschil tussen de nominale waarde van het aandeel (5 gulden) en de koers (meer dan 467,40 gulden) is in Nederland belast. Minister Zalm van Financiën zei vorige week in deze krant dat hij de regels wil aanpassen. Kerstens: “Daar zou de Nederlandse voedings- en dranken-industrie veel baat bij hebben.”