Kamermuziekfestival met veel Pettersson; Van Keulen haalt Kremer en Repin naar Delft

Vanavond start het Delft Chamber Music Festival. Initiatiefneemster Isabelle van Keulen verwezenlijkt hiermee haar droom van 'een eigenzinnig festival op wereldniveau, met een Hollandse ondertoon'.

Delft Chamber Music Festival. Stedelijk Museum Het Prinsenhof, Sint Agathaplein 1. Vanaf za. 2 aug. 20u15 t/m zo 10 aug. Res. ma. t/m vr. 8-20u. za. 8-14u. 070-3202500.

In de nieuwe Van der Mandele-zaal van het Prinsenhofmuseum in Delft organiseert violiste Isabelle van Keulen de komende tien dagen een kamermuziekfestival, waaraan onder anderen wordt meegedaan door de violisten Gidon Kremer en Vadim Repin, de pianisten Enrico Pace, Oleg Maisenberg en Imogen Cooper en de hoornist Jacob Slagter.

Naast twee wereldpremières van werken van Sytze Smit en Vladimir Mendelssohn is er veel aandacht voor Schubert en Strawinsky. Een derde pijler is de bijna vergeten Allan Pettersson. Het werk van deze Zweedse componist wordt, ondanks de pleidooien van dirigent Gert Albrecht, nauwelijks uitgevoerd. Pettersson, die in 1980 overleed, wordt wel omschreven als een laat-romanticus en schatplichtig aan Mahler. Maar hij was eerder een eenling met een uitzonderlijk pessimistische inslag. Typerend voor hem is zijn uitspraak “Als ik werk, dan vergeet ik Pettersson, want daar heb ik nu wel genoeg van.”

Twee jaar geleden trad Van Keulen op met zijn eerste vioolconcert. Daar was ze zo door geraakt dat ze nu Petterssons kamermuziek bijna in zijn geheel in de programmering heeft opgenomen. Onder andere worden zijn zeven sonates voor twee violen, twee elegieën voor viool en piano, een fuga voor houtblazers en het genoemde vioolconcert gespeeld.

Strawinsky's kamermuziek is ruim vertegenwoordigd, vaak met arrangementen uit orkestrale werken of balletmuziek. Het programma vermeldt onder meer twee uitvoeringen van Histoire du Soldat, een in zijn eenvoud zeer interessant werk dat Strawinsky oorspronkelijk schreef als theaterstuk voor zeven instrumenten, drie acteurs en een danseres op een tekst van C.F. Ramuz. Tijdens het festival worden de gelijknamige concertsuite uit 1918 en vijf arrangementen voor viool, piano en klarinet uit 1919 uitgevoerd.

Op 7 en 8 augustus beleeft het Delft Chamber Music Festival twee wereldprimeurs. Op verzoek van Van Keulen componeerde altviolist Vladimir Mandelssohn een stuk voor blazers, twee piano's en strijkkwintet, getiteld 2 Caprices nr. 3 of Isabelles Hide-away. Zelf omschrijft Mendelssohn het stuk als een “eerlijk stuk dat geïsoleerd durft te zijn en in geen enkele stroming past.” De eerste helft van de titel verwijst naar 3 caprices van Paganini, maar dan zonder de eerste twee. Het belooft volgens Mendelssohn dan ook een 'woordspel zonder logica te worden en geen intellectueel, opgeblazen gedoe'. “Het stelt niks voor,” zegt hij bescheiden.

Net zo weinig aanmatigend is Sytze Smit over zijn nieuwe stuk Songs and Games. Een aantal jaren terug beloofde hij Van Keulen al een compositie voor viool en slagwerk. Het is nu pas af omdat Smit het 'niet overtuigend genoeg' vond. “Ik was op zoek naar muziek met een grotere intrinsieke noodzaak. Ik vond werk van andere hedendaagse componisten vaak spannender, speelser. Dat nodigt niet uit tot verder componeren.” In Songs and Games lijkt hij die speelsheid alsnog te hebben gevonden. Over de titel zegt hij: “Songs slaat op het gebruik van de viool, op een lyrische benadering. Het is uiteindelijk een zanginstrument. Ik laat Isabelle spelletjes spelen met de slagwerkers, ze heeft de ruimte gekregen om ze te manipuleren.”

Zo bescheiden als ze over zichzelf zijn, zo lovend zijn Smit en Mendelssohn over de ambitieuze opzet van het festival. Smit: “Het stoelt voor een deel op liefde en voor een deel op nieuwsgierigheid.” En Vladimir Mendelssohn vindt het “een enorme kans voor Nederland. Er is veel aan de hand. Een goede, zeer gevarieerde programmering zonder concessies, en het niveau van de vertolkers is uitzonderlijk hoog.”

Die variatie blijkt inderdaad uit het programmablad, dat werken vermeldt van die andere Mendelssohn, Beethoven, Xenakis, Enescu, Kantscheli en Petterssons leermeester Honegger. Overigens wordt Kantscheli's stuk voor viool en piano ten onrechte aangekondigd als Nederlandse première. Kremer en Maisenberg voerden dit werk eerder dit seizoen al uit in het Amsterdamse Concertgebouw. De komende dagen zal blijken of Nederland met dit festival inderdaad 'een buitengewoon fraai sieraad' rijker is, zoals de organisatie het formuleert.