'Ik ga mezelf helemaal wegcijferen'

“Twee spa en een koffie. En vlug wat!”, klinkt het op de dwingende Wim T. Schippers-toon uitgesproken bevel. “Een tosti ham-kaas?”, repliceert de ober ogenblikkelijk.

Niet alleen in zijn Amsterdamse stamcafé kent men de verbale spelletjes van Schippers, ook voor de tv-kijker behoren ze al dertig jaar tot het vaste repertoire. Als presentator van de komende vijf afleveringen van Zomergasten heeft Schippers zich voorgenomen niet aan die verwachting te voldoen en vooral de gast tot zijn recht te laten komen.

Zomergasten is één van de schaarse Nederlandse televisie-tradities. Een hele avond, vier uur lang, licht een gast zijn keuze uit het tv-verleden toe. Peter van Ingen presenteerde het acht maal. Vorig jaar deed Freek de Jonge het, en deze tiende keer is het de beurt aan Wim T. Schippers. Zijn gasten voor de zondagavonden zijn muzikante Candy Dulfer, schrijver K. Schippers, schrijver Arnon Grunberg, wetenschapsfilosoof Jaap van Heerden en iemand die wat flauw door de VPRO wordt aangekondigd als 'mystery-gast'.

“Ik weet absoluut niet hoe het zal gaan. Ik ga niet interviewen. Dat is niet mijn aanpak. Peter van Ingen had soms iets van een interviewer. Die ging ook psychologiseren. En Freek de Jonge maakte er een soort performance van waarbij hij gelijkwaardig was aan de gasten. Ik ga mezelf helemaal wegcijferen. Zo'n gast maakt het programma. K. Schippers heeft een heel overzicht, daar kan ik gewoon bij in slaap vallen. (Lachend) Neee eeh, ik bedoel daar kan ik even bij weggaan.”

Drie jaar geleden ging er iets mis tussen Schippers en de VPRO. De toenmalige directeur Roelof Kiers zette een punt achter de serie We zijn weer thuis, terwijl Schippers nog door had willen gaan. Dat zelfs Pierre Bokma daarin een rol ambieerde, kon Kiers niet vermurwen. Na de dood van Kiers kwam Schippers terug in de onverwachte rol van presentator van de Wetenschapsquiz. Inmiddels is er ook sprake van een vervolg op de tv-serie.

Toen de VPRO hem vroeg voor Zomergasten, wilde hij eerst niet. “Ik zei ik kan het niet. Het wordt een ramp. Maar Hans Maarten (van den Brink, hoofdredacteur televisie bij de VPRO, red.) wou het zo graag, die zei: 'je krijgt een prima redactie en je hoeft er helemaal niet veel aan te doen'. Maar zo werk ik niet. Ik heb de gasten uitgebreid bestudeerd, hun werk gelezen, afgeluisterd.”

Eén van de aantrekkelijkheden van het programma is volgens Schippers dat het altijd leuk is om over televisie te praten. “Het is niet alleen maar dat je een leuke herinnering hebt en het daarom laat zien, mensen willen er ook iets mee aantonen. K. Schippers gaat daar heel ver in. Die toont dingen omdat iets op een bepaalde manier in beeld is gebracht, een bepaalde gedachtengang, die kennelijk naarvoren springt uit een detail. Bij Candy is het wat anders soms, die vindt het belangwekkend dat mensen iets zien.”

Candy Dulfer toont zondagavond veel muziekfragmenten, maar gaat vooral diep in op de Bijlmerramp en de Tweede Wereldoorlog. “Ik heb helemaal niet het idee dat ze dat doet om niet door te gaan voor een dom blond saxofonistje. Ze vindt het een hiaat in haar leven dat ze daar zo weinig van wist. Maar het kan me ook geen bal schelen. De mensen denken toch wat ze willen. Ze werkt er natuurlijk ook aan mee door zich helemaal op te doffen. Maar dat hoort nu eenmaal bij het spel, met van die glamourfoto's op de hoezen. Ze moet daar zelf enorm om lachen.”

Met haar keuze loopt ze het gevaar Thom Hoffman achterna te gaan die er vorig jaar een loodzware en moralistische avond van maakte. “Ik heb er geen bezwaar tegen als mensen zich op die manier willen profileren. Dat zie je namelijk tóch meteen, dat is het leuke van televisie. Bij radio kun je je fantasie nog laten werken. Maar televisie is zo onthullend, een blik kan genoeg zeggen.”

Arnon Grunberg laat in Zomergasten vooral fragmenten uit films zien. De formule van het programma laat dat wel toe, vindt Schippers. “Televisie is voor een heel groot gedeelte ook een huisbioscoop geworden. Bovendien kijkt Grunberg nauwelijks televisie of waren de fragmenten die hij gekozen had, te duur of mochten niet vertoond worden. Ook daarom is zo'n avond niet een portret van de gast naar aanleiding van de gekozen fragmenten.”

De gesprekken tijdens Zomergasten zijn live en het is de bedoeling dat al het geselecteerde materiaal aan bod komt. Dat zal van Schippers zelfdiscipline vergen. “Het hoeft niet erg te zijn als een fragment niet doorgaat, maar ik heb wel, net als bij de radio, dat het leuk is om precies tegen de piep aan te praten. Je wilt dat kunnen. Met Ronflonflon praatte ik daar vaak expres doorheen.”

In dat radioprogramma, waarvan deze weken in de vrijdagnacht herhalingen worden uitgezonden, liet Schippers zich kennen als ongeduldig interviewer. “Maar dat is toch een gek, die Jacques Plafond.”

Wim T. Schippers deed mee aan de keuze van de gasten en hij hoefde met niemand te werken die hij niet zag zitten. Ook over de aankleding van het programma mocht hij zijn zegje doen. “Ik heb het decor een beetje laten bijschilderen, het leken wel drollen, als ik niet de ontwerper beledig. Het moest een rotsformatie voorstellen. Verder heb ik een andere tafel besteld en wilde ik geen luie stoelen, ik wilde actieve stoelen. Het zegt namelijk ook iets als iemand rechtop zit of wil hangen, dat is lichaamstaal, dat gaat verloren als je in een luie stoel zit.”

Hoe de gesprekken tijdens Zomergasten zullen verlopen, wil hij van het moment laten afhangen. “Het kan ineens aangrijpend en diepzinnig worden maar het kan ook bij een luchtig gesprekje blijven. Dat heb je toch met gesprekken, en dit is dan een beetje gearrangeerd, maar ik kom Jaap van Heerden ook wel eens tegen in Scheltema en dan praten we wat. Zo is het nu ook.”

Zomergasten is voor velen het moment in het televisiejaar waarop de afstandsbediening met rust gelaten wordt, om net als vroeger de hele VPRO-zondagavond te ondergaan. Om er de volgende ochtend een mening over te hebben. “Nou word ik ineens wel heel erg zenuwachtig. Ik weet niet waar ik allemaal aan moet voldoen. Daarom kan ik niet zeggen wat het wordt, of het goed wordt of niet. Niet uit bangigheid, ik kan wel wat aan, ik heb ook poep opgestuurd gekregen, maar ik ga niet scherp ondervragen, dat doe je met een politicus in Buitenhof. Hier niet, dit is een programma van die mensen waarbij ik fungeer als prikkelende praatpaal. Hm, dat is ook wel weer een raar beeld.”