Hoogleraar VS: akkoord tabak ligt zwaar onder vuur

BOSTON, 2 AUG. “Het tabaksakkoord is op dit moment op sterven na dood en er zal heel wat voor nodig zijn om het nieuw leven in te blazen.” Dat zegt Richard Daynard, tabaksactivist en hoogleraar recht over het ontwerpakkoord tussen de Amerikaanse tabaksindustrie en enkele tientallen officieren van justitie van de deelstaten.

Daynard ziet op dit moment zoveel verzet dat hij zich afvraagt of er nog wel een akkoord mogelijk is. Zelf verwerpt hij een akkoord op principiële gronden. “Het is onaanvaardbaar dat we de civiele rechtspraak in de VS zouden laten aantasten ten behoeve van één industrie. Dit is notabene de industrie die zich altijd het meest heeft misdragen. Ze zijn zo slecht dat we ze een uitzonderingsbehandeling geven!”

Het akkoord dat enkele weken geleden is overeengekomen zou de basis moeten vormen voor een wet die de tabaksindustrie voor vijfentwintig jaar vrijstelt van rechtsvervolging in ruil voor betaling van enkele honderden miljarden dollars. Ook moet de industrie actief meewerken aan het terugdringen van roken onder jongeren en moet ze geheimgehouden onderzoek naar de effecten van nicotine vrijgeven.

Het ontwerpakkoord, dat in juni tot stand kwam, ligt op dit moment zwaar onder vuur. Van de tabaksindustrie worden meer concessies gevraagd en een hoger boetebedrag. Het Witte Huis stelt zich kritisch op en wil de tabaksindustrie op de knieën dwingen, zonder de sector om zeep te helpen. Voor het oog van het publiek wil Clinton als duidelijke overwinnaar uit de strijd naar voren komen en niet als degene die zich heeft laten ringeloren.

Richard Daynard (54) is hoogleraar aan de Northeastern University School of Law in Boston en houdt zich al twaalf jaar vrijwel alleen bezig met de juridische aspecten van tabak. Daynard staat aan het hoofd van het door hem opgerichte Tobacco Products Liability Project op zijn universiteit.

In het begin werd er vreemd tegen Daynard en zijn collega's aangekeken. Wat zouden ze kunnen uitrichten tegen de machtige tabaksindustrie met zijn legers van advocaten en een van de grootste politieke lobby's in Washington? Inmiddels is het project van Daynard betrokken bij praktisch alle grote processen, bv. van staten die hun ziektekosten voor het verplegen van tabaksslachtoffers terugeisen van de industrie, diverse groepsprocessen en op dit moment werkt Daynard met pensioenfondsen die als aandeelhouders de tabaksbedrijven kunnen vervolgen wegens misleiding. Als immers kan worden aangetoond dat tabaksbedrijven intern al jaren erkennen dat nicotine verslavend is - iets dat ze publiekelijk nog steeds ontkennen - hebben ze al die tijd gelogen.

De tabaksindustrie heeft in enkele tientallen jaren van processen door rokers en nabestaanden tot vorig jaar nooit een rechtszaak verloren. In augustus 1996 echter won Grady Carter, bij wie longkanker was geconstateerd, driekwart miljoen dollar van Brown & Williamson. De aanklager in die zaak wist voor het eerst gebruik te maken van interne documenten van het bedrijf die aantoonden dat binnen Brown & Williamson al lang werd aangenomen dat nicotine verslavend was terwijl het bedrijf dit naar buiten toe bleef ontkennen. De jury oordeelde dan ook dat het tabaksbedrijf aansprakelijk kon worden gesteld voor de schade die Grady Carter had ondervonden.

Cruciaal in de zaak was dat de jury de misleiding door het bedrijf zwaarder liet wegen dan de persoonlijke verantwoordelijkheid die de roker heeft. In toenemende mate wordt de tabaksindustrie nu aangesproken op haar verantwoordelijkheid. Enkele tientallen staten bereiden processen voor tegen de industrie om hun ziektekosten, gemaakt voor het verplegen van tabakspatienten, terug te eisen. Andere processen lopen ook verder zodat de industrie eieren voor zijn geld koos en bereid was te onderhandelen. Dat is in het geheim gebeurd en betrekkelijk snel lag er een akkoord. Het verzet ertegen neemt nog steeds toe. Deze week was er op Harvard University een conferentie over de ethisch-juridische aspecten om een industriesector geheel vrij te stellen van rechtsvervolging. Ook over andere aspecten heeft felle discussie plaats. De politiek houdt zich nog zeer afzijdig omdat zij bang is de vingers te branden.

Als het ontwerpakkoord in de huidige vorm wordt aanvaard zal de prijs van een pakje sigaretten in de VS met ongeveer vijftig cent tot een dollar stijgen. Een deel van de 45 miljoen Amerikaanse rokers zal stoppen omdat ze het te duur vinden. Verder zal volgens Daynard de toezichthoudende instantie, de Food & Drug Administration (FDA), niet kunnen eisen dat sigaretten minder nicotine moeten bevatten en ziet de FDA zijn bevoegdheid om tabak te reguleren ingeperkt worden. Het vervolgen van tabaksbedrijven wordt duurder, moeilijker en er komt een plafond van 5 miljard dollar per jaar op wat de industrie in geval van een veroordeeling moet betalen.

“De industrie moet nu volgens het akkoord vijftien miljard dollar per jaar betalen in de komende vijfentwintig jaar maar ze kunnen zich dertig miljard veroorloven”, zegt Daynard. “Ze gaan dus niet failliet, de werkgelegenheid en de dividenden voor de aandeelhouders blijven behouden en de bedrijven hoeven niet naar Zwitserland te verhuizen en een andere naam aan te nemen. Het is een aantrekkelijke regeling.”