Hollands Dagboek; Isabelle van Keulen

Sinds violiste Isabelle van Keulen (30) in 1984 het televisieconcours 'Young Musician of the Year' won, is zij een veelgevraagd soliste bij orkesten over de hele wereld. Morgen opent het eerste International Chamber Music Festival in Delft, waarvan zij artistiek directeur is. Van Keulen woont in Amsterdam met de katten Pommetje, Jaap en Annelies en ze bespeelt een Stradivarius uit 1732.

Donderdag 24 juli

Van bergen word ik altijd enigszins triest en angstig. Ze lijken te groot en oncontroleerbaar. Je moet maar gissen wat er achter ligt. Zeker als de avond valt, heb ik het gevoel dat ze zich massief over me heen buigen en me zouden kunnen verpletteren.

Ik wil meer ruimte. Misschien hou ik daarom wel zo van de Hollandse vlaktes. Lekker overzichtelijk en ze reiken tot de horizon.

Als ik tijdens de repetitie van het tweede strijkkwartet van Sjostakowitsj (met Gidon Kremer, Ula Zebriunaite en Thomas Demenga in het kader van de Gstaader Musiksommer) uit de ramen kijk is het uitzicht net een kitscherige ansichtkaart. De dreiging van gisteravond is verdwenen. Zo is het nog wel draaglijk.

Vanochtend bereikte me het droeve nieuws dat een dierbare vriend en collega Oleg Maisenberg afgelopen zaterdag een zware frontale botsing heeft gehad en met allerhande botbreuken de komende zes weken op zijn rug in het ziekenhuis moet blijven liggen. Onvoorstelbaar is zoiets, vooral omdat ik twee weken geleden in Lockenhaus nog wodka's met hem zat te drinken. Godzijdank zijn de vooruitzichten wel dat hij weer zal kunnen spelen, maar zeker niet voor december.

Gidon is op 't moment in opperbeste stemming; alle zes uren van onze repetitie was hij goed geluimd en open, klaar voor een grap of welgemeende kritiek. Merkwaardig hoe de eerste twee Sjostakowitsj-kwartetten van elkaar verschillen; het eerste frivool, op het banale af, en het tweede al zoveel meer lijdend en schril, met alle charmes van die zoete, Russische wrangheid. Gidon is een meester in dit repertoire, hij vertelt met elke noot een wereld, en het geheel van noten is het complete verhaal, het verhaal van Sjostakowitsj (of van de muziek?). Die manier van spelen kruipt me elke keer weer onder de huid, het lijkt of hij met die klanken heel dicht bij een essentie komt. Een waarom. Oneindig boeiend en inspirerend.

De kaasfondue die ik 's avonds met cellist Thomas Demenga op een overdekt terras oppeuzelde (tot grote ontzetting van de kelner: Zwitsers eten 's zomers nóóit kaasfondue!) terwijl het in alle hevigheid onweerde, was zeer aards daarentegen. Romig, vet, met dat ongeëvenaarde Zwitserse brood en toe een heerlijke Vieille Prune-Schnaps. Morgen eindelijk kans op wat uitslapen, als althans mijn lichaam dit buitenkansje zomaar accepteert.

Vrijdag

Nee dus. Op de een of andere manier ben ik om 6.30u. wakker en lig - eigenlijk zeer tegen mijn gewoonte - te malen. Hoe dat nu moet, op zaterdag 2 augustus, als Gidon en Oleg het openingsconcert van het Delft Chamber Music Festival zouden spelen. De programma's zijn al gedrukt, we hebben alles in het werk gesteld om het zo nauwkeurig en correct mogelijk te verzorgen; met wie Gidon nu wil komen; wìl hij nog wel komen... Genoeg zaken om de slaap niet meer te kunnen vatten en uiteindelijk dan ook maar op te staan.

Vlak voor aanvang van de repetitie kan Gidon me gelukkig geruststellen: Vadim Sacharov zal in plaats van Oleg spelen, Kantscheli blijft op het programma staan, de twee geplande Schuberts zullen door twee andere vervangen worden, maar - en hij kijkt daar schuldig bij - hij moet nu zoveel extra repeteren en organiseren dat hij dolgraag van het Pettersson-duo afwil. Begrijpelijk, niet leuk en dus moet ik nu in allerijl proberen zijn partij bij een andere violist te slijten. Mihaela Martin wil niet. Hopelijk lukt het me nog. Daarentegen stelt hij voor een of ander duo van een zekere Bakshi met me te spelen, met de suggestieve titel 'Hij en zij ofwel de liefde voor Sjostakowitsj'.

“Ach, à propos, können wir das nicht schon mal heute Abend hier in Gstaad spielen?”

Nu houd ik wel van uitdagingen maar dit lijkt me toch wat al te gewaagd. We besluiten het eerst eens door te spelen (!). Moeilijk, wel grappig en zèlfs wel haalbaar. Zeker als ik de aanwijzing krijg, direct van de componist overgebracht, dat ik slechts word geacht de contouren te spelen.

Iedereen speelt de generale repetitie wat lauwwarm, het regent pijpenstelen, we zijn allen moe en gespannen voor het concert vanavond en alle instrumenten piepen van het natte weer. Maar het (voor concerten verplichte) middagslaapje doet wonderen, evenals het daarvoor genomen hete Sel Relax bad.

Ons vers ingestudeerde duo gaat eigenlijk heel redelijk, het publiek is zowaar enthousiast en we studeren in de pauze nog wat op beide Sjostakowitsjen. De spanning tijdens het concert zorgt voor dat extra schepje er bovenop en maakt dat met name het tweede kwartet ook voor ons uitvoerenden een heel intense belevenis wordt.

Na afloop omhels ik mijn goede vriendin en celliste van mijn eigen kwartet, Imke Frank, die uit Bazel is gekomen om me op te halen; we willen morgen vroeg met de trein naar Amsterdam. We rijden pas om 23.00u. uit Gstaad weg, omdat we toch nog even wat wilden eten, en worden dan van het meer dan één uur kronkelen op een bochtige bergweg zó groen en geel, dat alleen het rijden met open ramen nog helpt. Aangezien het nog steeds regent zijn we binnen de kortste keren zeiknat. Maar beter dat, dan in de auto kotsen. Als we uiteindelijk om 01.15 uur in Bazel aankomen, zijn we zo fris dat we op haar balkon nog een heerlijke fles champagne drinken. Pas om 03.00 uur doe ik het licht uit.

Zaterdag

Waarom slaap ik toch zo kort als ik zo moe ben? Nou hoefde ik weliswaar vandaag niet veel anders dan in een trein zitten, dropjes eten en een boekje lezen, maar ik voel me ontzettend moe. Soms is het beter om maar druk bezig te blijven, dan plotseling een dag niks te doen. Daar word ik altijd extra lamlendig van.

Al op de stoep hoor ik het welkomstcomité door de brievenbus en als ik de klep optil, kijken twee schele oogjes me smachtend aan. Wat is hij blij, Pommetje (en J. en A.) als er weer wat meer leven in huis is. Met gekrulde staarten plakken ze om mijn benen heen en spinnen hun longetjes uit hun wollige lijfjes. Wat is dàt heerlijk thuiskomen!

Uit de fax is een hele sliert informatie gerold, onder andere de laatste stand inzake de kaartverkoop voor het festival. Die is de afgelopen week weer enorm gestegen. Het bericht maakt me ontzettend opgewonden; natuurlijk is het zweet me wel eens uitgebroken bij het idee dat er geen kip op af zou komen en we voor lege zalen zouden moeten spelen. Want het is toch wel heel fascinerend dat een plan dat drie jaar geleden is begonnen te ontstaan, ineens tot leven blijkt te komen en je het gaat delen met een heleboel mensen: het publiek, de musici, de organisatie, de vrijwilligers.

Zondag

Zondagen kunnen zeer productief zijn, of uiterst saai en eindeloos. Deze was gelukkig het eerste. Buiten heerste een prachtige, serene rust, windstil, alle buren hadden de gordijnen nog dicht en ik zat in bad en las Voskuils Bij nader inzien uit. Nu moet ik echt tot september wachten tot deel vier van Het Bureau uitkomt, waar ik verslaafd aan ben geraakt. Ik vind het normaal gesproken altijd verschrikkelijk als een boek uit is, maar bij deze reeks is er gelukkig steeds het vooruitzicht op een volgend deel. Tot ook ooit deel zeven aan zijn eind komt.

Na deze rustige start van de dag is er genoeg inspiratie om aan de slag te gaan. Eerst de administratieve kant van het festival bijwerken, door Olegs afzegging en Vadims komst moet er een nieuwe naambadge gemaakt worden, het repetitieschema moet bijgewerkt worden, er moeten wat extra maaltijdbonnen in enveloppen gestopt worden en bovendien moet ik nog de liedteksten voor de zes liederen van Allan Pettersson 200 x dubbelzijdig kopiëren. Pas dan kan ik muzikaal aan de slag en studeer vier heerlijke uren in alle rust. Af en toe komt er eentje een kopje geven en wat liefde afdwingen, maar dat geeft alleen maar meerwaarde.

Twee maanden geleden kocht ik per ongeluk een autoped. Ik was stellig van plan wat aan de conditie te doen en die step leek me nou een ludieke manier. Na twee verwoede pogingen bleek helaas dat het ding een miskoop was, althans voor mij, en het stond me sindsdien danig in de weg, pal achter mijn voordeur. En, alsof het nog niet allemaal erg genoeg is, toen ik vanmiddag met Imke wat dozen buiten was gaan brengen, hoorden we ineens een schrapend geluid en een klap. Wij stonden buiten en keken door de brievenbus. De step zat onwrikbaar als een schoor tussen voordeur en trap. Twintig minuten duurde het voor mijn te hulp geschoten buurman met een raamhaak het onding enigszins kon loswrikken, dóór de brievenbus! - en wij weer naar binnen konden om onze instrumenten te halen. We waren wat verlaat op de triorepetitie in Amstelveen, maar hadden wel een smakelijk verhaal! (Z.g.a.n., nw.pr.ƒ 500,-, vr.pr. ƒ 350, merk Willy, direct af te halen).

Maandag

Ik wacht al dagen, nee zelfs al bijna twee weken op een telefoontje van Vladi Mendelssohn, met wie we vijf maanden geleden voor vandaag een kwartetrepetitie hebben afgesproken. Ik maak me eigenlijk best wat zorgen, tot hij me om half één van Schiphol af opbelt en me vertelt dat hij net uit Boekarest geland is omdat zijn moeder tien dagen geleden is overleden. Wat een schok, die lieve, stille moeder, waar hij zo op leek en die in het begin nooit wat zei tot ze ineens begon te praten en bleek dat ze vloeiend vier talen sprak. Ik vraag of hij nu wel wil repeteren en ik begijp heel goed dat hij dat inderdaad wèl wil. Muziek is onder zulke omstandigheden de enige 'afleiding' waar je je zonder schuldgevoel aan kunt overgeven, het heeft zelfs een soort heilzame werking.

Ik heb een enorme bewondering voor hem als hij later tijdens de repetitie van Mendelssohns (Felix) op. 44 nr.2, zich geweldig engageert en zich er helemaal in stort. We besluiten wel morgen maar over te slaan, voor hem, om wat op toeren te komen en voor mij omdat ik met de vrijwilligers in Delft heb afgesproken om even langs alle locaties te lopen en alles voor het laatst (dubbel) te checken voordat ik donderdag definitief afzak naar mijn eerste echte eigen festival.

Dinsdag

Wat hebben we toch een ongehoord mooie locatie daar in museum Het Prinsenhof gevonden afgezien van de Nederlands-historische waarde (de zaal zit pal naast het kogelgat in de muur waar in 1584 Willem van Oranje werd vermoord) is ook de nieuwe glazen overkoepeling waar alle concerten zullen plaatsvinden een plaatje om te zien. Door het glas heen zie je de oude muren en kerken, het is dezelfde vermenging van oud en nieuw die ik bij het Concertgebouw altijd zo prachtig heb gevonden.

We lopen ook even de restaurants en de repetitieruimtes af, iedereen is ingelicht, verheugt zich, en ik krijg langzamerhand de gierende zenuwen. Ik moet echt zorgen dat ik nu nog een paar nachten goed slaap en dan, als ik eenmaal in Delft ben, me alleen nog op de muziek concentreer. Het valt me alleen ongelooflijk zwaar de verantwoordelijkheid van me af te zetten.

Meer tijd voor eten dan een snelle maar overheerlijke stop bij een McDrive zit er vandaag niet in, want van zeven tot tien wordt er nog bij mij thuis gestudeerd. Ik tuimel het bed in en ...

Woensdag

...slaap als een roos! Hèhè! Zelfs de zenuwen zijn wat gezakt. Nu ken ik dat wel, als er op een gegeven moment geen weg meer terug is, dus op de drempel van een podium, of op de stoep van de tandarts, daalt er een soort gelatenheid op me neer die erg rustgevend is. En het mooie is dat dan de zenuwen plaats maken voor een gevoel van kracht. Ik kan alles aan en verheug me zelfs daarop waar ik voorheen bang voor was. Er moet alleen vandaag nog wel enig werk verzet worden: afgezien van de banale dingen zoals stofzuigen, wasjes draaien, kattenbak verschonen en strijken, is er een kwartetrepetitie in Den Haag, wil nog iemand via mij een hotelkamer in Delft gereserveerd hebben, is iemand zijn muziek kwijt, moeten er nog twee pagina's van het nieuw geschreven stuk Songs and Games van Sytze Smit binnenrollen via de fax, moeten er koffers gepakt worden, en nog honderdduizend zaken meer. Gelukkig zal mijn liefste Fons ervoor zorgen dat er bij terugkeer uit Den Haag straks zijn (en mijn) favoriete maïssoep staat te pruttelen. En dan morgen op naar Delft!