Grondstof in laboratorium getest; Vos bv wist van onzuivere glycerine

ROTTERDAM, 2 AUG. Het bedrijf Vos bv in Alphen aan den Rijn wist dat de medische grondstof die het in 1995 aan Haïti leverde en die daar de dood van ten minste zestig kinderen veroorzaakte, niet zuiver was.

Uit onderzoek van deze krant is gebleken dat het Alphense bedrijf vóór de levering een monster van de bewuste partij glycerine in een laboratorium heeft laten onderzoeken. Ofschoon uit het testresultaat bleek dat de glycerine ongeschikt was voor medische toepassing werd de grondstof toch met een farmaceutische kwalificatie via een Duitse firma doorverkocht.

Chemicaliënhandel Vos bv heeft vorig jaar na vragen over zijn betrokkenheid aan het Nederlandse ministerie van Volksgezondheid en aan de Amerikaanse Food and Drugs Administration (FDA), toezichthoudend overheidsorgaan voor voedings- en genotmiddelen en medicijnen, verteld dat de glycerine niet in een laboratorium was getest. De glycerine blijkt eind februari 1995, rond het tijdstip van de verscheping vanuit Amsterdam naar Haïti, te zijn onderzocht door SGS Laboratory Services in Dordrecht. Volgens een medewerker van SGS voert het bedrijf “al jaren” laboratoriumonderzoeken uit voor Vos bv.

Uit het testrapport, waarover deze krant beschikt, blijkt dat de glycerine slechts een zuiverheid van 53,9 procent had. Volgens internationale farmaceutische eisen moet de glycerine een zuiverheid van ten minste 95 procent hebben. Vos bv beplakte de vaten glycerine met etiketten met de kwalificatie 'GLYCERINE 98 PCT USP'. De aanduiding 'USP' (United States Pharmacopia) is een internationaal erkende kwalificatie voor verwerking in de farmaceutische industrie. Vos bv weigert nog steeds op de affaire in te gaan. De affaire kwam vorig jaar juli aan het rollen, nadat in Haïti in korte tijd tientallen kinderen waren omgekomen na het innemen van een paracetamolsiroop tegen koorts, keel- en hoofdpijn.

Deze siroop, waarvan de door Vos bv geleverde glycerine een belangrijk bestanddeel vormde, was geproduceerd door het Haïtiaanse farmaceutische bedrijf Pharval.

Na de dood van ten minste zestig kinderen riep de Haïtiaanse overheid de hulp in van de Amerikaanse Food and Drugs Administration om een onderzoek in te stellen naar de herkomst van de glycerine. FDA-medewerkers bezochten hiervoor verschillende landen, waaronder ook Nederland. Uit het FDA-rapport, dat al eerder naar buiten kwam, bleek onder meer dat de glycerine was vermengd met het antivriesmiddel diethyleenglycol. In hoge dosis is de stof dodelijk voor kinderen.

Het PvdA-Kamerlid J. Verspaget drong bij minister Borst (Volksgezondheid) eerder dit jaar in schriftelijke vragen aan op een justitieel onderzoek. Maar de bewindsvrouw zag hiervoor geen reden, omdat er “geen redelijk vermoeden” van schuld was. Een woordvoerder van het ministerie zei gisteren pas te willen reageren na publicatie van de nieuwe informatie in deze krant.