Fossielen uit het krijt plaatsen Roemenië in eilandenrijk

De ontwikkeling van flora en fauna op de Galapagos Eilanden heeft voorgoed zijn stempel gedrukt op onze ideeën over de evolutie. Een soortgelijke ontwikkeling heeft zich tijdens het Krijt (140 miljoen jaar geleden) voorgedaan in de buurt van Roemenië, waar de Tethys-oceaan destijds grote gebieden overstroomde en tal van eilandjes vormde.

Tot die conclusie komt een een team van Britse en Roemeense onderzoekers (Palaeogeography, Palaeoclimatology, Palaeoecology 130, p. 275) na een langdurig onderzoek aan een enorme berg beenderen in een Roemeense bauxietmijn.

De onderzochte laag bauxiet ontstond 17 tot 22 miljoen jaar geleden en zit ingeklemd tussen twee in zee gevormde pakketten. In de periode dat de laag bauxiet zich afzette heerste een warm klimaat. De kalkige bodem van de drooggevallen eilanden verweerde sterk, er ontstonden diepe spleten en putten. Daarin spoelde bauxiet, al dan niet nadat de zee de eilanden weer had overstroomd. In een van deze opvullingen, in een gebied van 35 bij 20 m en enkele meters dik, hebben de Britse en Roemeense paleontologen meer dan 10 ton aan beenderen gevonden. In 1995 verzamelden ze er voor het laatst materiaal.

Het blijkt dat de botten voor een deel zijn aangevreten (door vlees- en/of aas-eters), maar dat ze ook zijn beschadigd tijdens transport (door rivieren of zeestromen) naar hun uiteindelijke rustplaats. Daarnaast waren veel van de eerder opgedolven botten gebroken doordat bij de winning van de bauxiet explosieven werden gebruikt. Niettemin is er nu een goed overzicht tot stand gekomen van de vroegere eilandbewoners.

Het blijkt dat sommige groepen dinosauriërs die elders in het Vroeg-Krijt veelvuldig voorkwamen, geheel of vrijwel geheel ontbreken (bijvoorbeeld de theopode dinosauriërs). Vrijwel alle botten blijken afkomstig van ornithopode dinosauriërs, met een veel zeldzamere bijdrage (circa 100 holle botten) van pterosauriërs (een groep met vleugels, die op de vindplaats een spanwijdte vertoonden tot 3 m) en ankylosauriërs. Deze merkwaardige, arme samenstelling wijst op een geïsoleerde ligging. De dichtstbijzijnde kust van het vasteland (in het huidige Duitsland en in Rusland) moet destijds op honderden kilometers afstand hebben gelegen.

Net als op de Galapagos Eilanden leidde de isolatie tot overheersing van de best aangepaste soort(en). De soortenrijkdom blijkt gering: de grote hoeveelheid botten wordt vrijwel geheel toegeschreven aan slechts vier soorten lopende dinosauriërs. Verder kon het eiland kennelijk alleen worden bereikt via de lucht, getuige de vondst van twee of drie soorten pterosauriërs. Bij eerder onderzoek waren ook botfragmenten aangetroffen die voorlopig als afkomstig van drie soorten vogels werden beschouwd. Het nieuwe onderzoek heeft dat echter niet kunnen bevestigen. Zouden nieuwe vondsten dat echter alsnog doen, dan zou het gaan om de op een na oudste vondst van fossiele vogels, en om de vondst van de oudste 'vogelfauna'. Door het ingespoelde karakter van de botfragmenten is het overigens onmogelijk om vast te stellen of de vogels ook op het desbetreffende eiland hebben genesteld, of dat hun resten van veraf zijn aangevoerd, mogelijk van sterk uiteenlopende plaatsen.

    • A.J. van Loon