Ex-rechter en aartsconservatief Robert Bork: 'Amerika is in de ban van rapzangers, feministen en pseudo-geleerden'

De VS is 'een samen- leving in verval', net als 'een groot deel van de wereld'. De wrok van ex-rechter Robert Bork zit diep. Tien jaar geleden wildepresident Reagan hem tot hoogste rechter benoemen, maar de media lieten de 'oermisantroop' struikelen. In zijn onlangs verschenen boek gaat Bork tekeer tegen de 'generatie van zestig', liberals en de feminisering van de maatschappij. 'Geen wonder dat de Democraten aan de macht zijn, dat was altijd al de mammie-partij.'

Vroeger was ik uiterst radicaal. Een socialist. Ik wilde het systeem vernietigen. Gelukkig was ik de enige, een outsider. Mijn klasgenoten waren absoluut niet geïnteresseerd in extreme ideeën. Heel anders dan de baby-boomers die na ons kwamen. Zij staken elkaar aan met het revolutionaire virus. Ik zocht na de middelbare school bewust discipline, eerst bij de marine, later op een uiterst intellectuele universiteit, de University of Chicago. De geboortegolvers wilden geen tucht, ze wilden vrijheid. Een essentieel verschil.''

De prominente conservatieve intellectueel, oud-rechter en hoogleraar Robert Bork (70), is geobsedeerd door de 'generatie van zestig'. In zijn boek Slouching Towards Gomorrah (1996), de afgelopen winter een bestseller in de VS (250.000 exemplaren verkocht; zojuist verschenen als pocket) geeft hij haar de schuld van de neergang van de Westerse cultuur, die hij meent waar te nemen. De moderne liberals, zoals hij de baby-boomers consequent noemt, waren volgens hem in principe niet radicaler dan voorgaande generaties. Maar omdat ze met zo velen waren, overspoelden ze de universiteiten. Hoogleraren wisten niet wat te beginnen met deze 'horde barbaren' en gaven zich snel gewonnen. De gevolgen lieten zich volgens Bork raden: eerst veroverden ze de universiteiten, in de jaren zeventig en tachtig begonnen ze vervolgens aan een lange mars naar het centrum van de macht. Die hebben ze in de personen van Bill en Hillary Clinton nu gegrepen. In de tussentijd hebben ze niets van hun oude idealisme verloren; ze willen nog steeds de maatschappij veranderen.

Clintons Amerika is een land in de ban van rapzangers en feministen, aldus Bork, van pseudo-geleerden die hun multiculturele boodschap in slecht geschreven artikelen en boeken verkondigen, en - een teken aan de wand - een land waar vrijwel niemand meer weet wie Shakespeare was, laat staan wat hij heeft geschreven.

Slouching towards Gomorrah heeft in de VS het nodige stof doen opwaaien. De toon van het boek is zo schril, de rot is volgens Bork zo diep doorgedrongen in de VS - “een samenleving in verval” - dat zelfs conservatieve geestverwanten zich afvroegen of de schrijver niet te ver is doorgeslagen in zijn pessimisme. Een alternatief voor de vloedgolf van self-help boeken die het paradijs op aarde beloven mag dan welkom zijn, een driehonderd pagina's lange geseling van volk en zeden was misschien wat veel van het goede. Het leek er waarachtig op dat Bork zich niet langer thuisvoelde in de VS.

Zeker zo controversieel was de oplossing die Bork aandroeg voor de problemen. Hij wil de beslissingen van het Hooggerechtshof, het hoogste Amerikaanse rechtscollege, voortaan laten toetsen door het Congres. Een meerderheid in het Huis van Afgevaardigden en de Senaat zouden arresten van het Hof nietig mogen verklaren.

Een drastische oplossing, beaamt Bork, maar noodzakelijk omdat het Hof zich dictatoriale macht zou hebben toegeëigend en zijn 'nihilistische ideeën' over de bevolking verspreidt. De beschuldiging dat zijn oplossing niet democratisch zou zijn, wees Bork onlangs van de hand in een brief aan het progressieve tijdschrift New Republic. De presidenten Roosevelt en Thomas Jefferson hadden ook weinig op met het Hooggerechtshof en hadden hardop nagedacht over een verandering in samenstelling en bevoegdheden ervan.

Ironisch genoeg stond Bork tien jaar geleden, in de zomer van 1987, op het punt zelf toe te treden tot het gewijde rechtscollege. President Reagan had hem genomineerd als hoogste rechter. Hoewel niemand zijn intellectuele kwaliteiten in twijfel trok, werd Bork door de Senaat afgewezen wegens zijn vermeende extreem-conservatieve ideeën. Liberals als senator Edward Kennedy en pressiegroepen als de National Organization for Women onderstreepten dat Bork, indien hij zou worden benoemd, met zijn stem de balans van het uit negen rechters bestaande hoogste rechtscollege ten nadele zou doen doorslaan van het recht op abortus - vier rechters zouden voor het behoud daarvan zijn, vier tegen. Ook de media hadden in 1987 hun oordeel snel gevormd: Bork, met zijn uiterlijk dat het midden houdt tussen een oud-testamentische profeet en een boskabouter, leende zich bij uitstek voor de karikatuur van een kwaadaardige trol. Zo werd hij door de pers veranderd in een oermisantroop.

Benoemd werd hij dus niet, maar sinds de nominatiestrijd is het werkwoord to bork aan het Amerikaanse vocabulaire toegevoegd. Het betekent karaktermoord op iemand plegen, met name door de media.

De drager van het eponiem heeft zich sinds 1987 verschanst op de tiende verdieping van het American Enterprise Institute, een conservatieve denktank in Washington. Gedurende het vraaggesprek ligt hij als een pasja voor me. Dat wil zeggen: de rugleuning van zijn stoel is zo ver naar achteren geschoven, dat zijn hoofd op dezelfde hoogte is beland als zijn imposante buik. Als om te onderstrepen dat hij tegen de stroom van de tijd inroeit, steekt hij tijdens het gesprek de ene sigaret met de andere aan. De as laat hij achteloos op zijn overhemd dwarrelen.

U schrijft in Slouching Towards Gomorrah dat de VS een land in verval is. Dat is voor een Nederlander, een Europeaan, moeilijk te begrijpen. Amerika is de enige overgebleven wereldmacht, met een onstuimig groeiende economie. Er is nauwelijks werkloosheid. Gaat het niet juist heel goed?

“In economisch opzicht gaat het misschien redelijk goed. En wellicht ook op het gebied van de natuurwetenschappen. Maar dat is niet het belangrijkst. Doorslaggevend is hoe we het in cultureel opzicht doen. En dan is er geen andere conclusie mogelijk: we leven in een destructieve en hedonistische tijd. Neem onze filmindustrie. Films vormen een belangrijk exportproduct van de VS. Maar daarmee zijn ze nog niet goed in kwalitatief opzicht, ook al worden ze in Europa en Azië gewaardeerd. Misschien moeten we het omdraaien: het feit dat die films in Europa en Azië een groot publiek trekken, betekent dat niet alleen Amerika, maar een groot deel van de wereld in verval is.”

Maar er zijn in Amerika toch tekenen van een ethisch reveil? President Clinton heeft zich uitgesproken voor een beperkt uitgaansverbod voor jongeren, hij wil dat alle scholieren weer een uniform gaan dragen, hij heeft de jeugd opgeroepen aan seksuele onthouding te doen. En het Hooggerechtshof heeft onlangs beslist dat misdadigers die een gevaar kunnen vormen voor de maatschappij, in sommige gevallen langer mogen worden vastgehouden, ook al zit hun gevangenisstraf er op.

Als de naam van Bill Clinton valt, kan Bork zijn minachting niet bedwingen. “Hij doet maar wat. Niet omdat hij er zelf in gelooft, want hij gelooft nergens in, of alleen in zichzelf. En dat straalt er vanaf. Er gaat van zijn zogenaamde voorstellen, zijn ideeën, geen enkele overtuigingskracht uit.

“Het Hooggerechtshof heeft dit jaar een aantal verrassend goede uitspraken gedaan, niet alleen wat betreft het langer opsluiten van sex-offenders, maar ook door het recht op euthanasie, of beter: de hulp van een arts bij stervensbegeleiding te ontkennen. Bij die laatste beslissing diende Nederland overigens als afschrikwekkend voorbeeld. Rehnquist (de opperrechter die het arrest schreef: MdG) wees op het gevaar van het hellend vlak: nu hulp bij stervensbegeleiding, morgen euthanasie, dan het doden van zwaar zieke patiënten tegen hun uitdrukkelijke wens in, alleen omdat de maatschappij er voordeel bij heeft van ze af te zijn.

“Maar ook over het Hooggerechtshof maak ik mij geen enkele illusie. Volgens het Hof is gekreun een vorm van grondwettelijk beschermd taalgebruik. That sums it up. Het Hof opereert al sinds de Tweede Wereldoorlog links van het midden en is veel progressiever in zijn arresten dan de gemiddelde Amerikaan. Vandaar dat ik in mijn boek voorstel om de beslissingen van het Hof voor te leggen aan de Senaat en het Huis van Afgevaardigden.

“Ja, ik voel mij verwant met de rechters Scalia en Clarence Thomas, maar zij vormen een minderheid. Rehnquist is mij te aarzelend, te wispelturig. Hij is geen principiële conservatief. De anderen zijn overtuigde liberals, en in de meerderheid. Dat bleek bijvoorbeeld vorig jaar. Toen besloot het Hof dat vrouwen mogen worden toegelaten tot het Virginia Military Institute, een militaire academie die al meer dan honderd jaar mannen voorbereidt op het voeren van oorlog. Daarmee werd door de beslissing van een niet-democratisch gekozen orgaan een van de oudste, meest prestigieuze instituten van het land vernietigd, want daar komt het toelaten van vrouwen in een militair instituut op neer. Een klinkende overwinning voor radicale feministen.”

U noemt feministen in uw boek de succesvolle erfgenamen van Nieuw Links, die er op uit zouden zijn het maatschappelijk leven te ontwrichten.

“Dat zijn ze zeker, althans radicale feministen. Ze zien het gezin als een kunstmatige eenheid die ze willen vernietigen. Maar ze beperken zich niet tot gezinnen. Geen instituut is in hun ogen heilig. Door hun eis van gelijkheid zijn ze nu zo ver dat van mannelijke soldaten niet langer wordt verlangd dat ze met zware wapens moeten rennen. Vrouwen zijn daar fysiek niet toe in staat, mannen hoeven het daarom ook niet meer, omdat ze anders zouden worden benadeeld. Zo wordt de meetlat van de eisen waaraan een soldaat moet voldoen steeds lager gelegd.

“Nu willen vrouwen ook als infanterist aan het front strijden. Terwijl in het Israelische leger is gebleken dat dat niet werkt, omdat mannelijke soldaten zich aan het front meer zorgen maken om de bescherming van vrouwelijke militairen, dan dat ze oog hadden voor de vijand. Zo verliest een leger zijn fighting spirit en zijn moreel.

“In feite is in Amerika sprake van een feminizing van de maatschappij. Geen wonder dat de Democraten aan de macht zijn. Dat is van oudsher de mammie-partij. De Republikeinen, dat was altijd de pappie-partij. Was - maar nu niet meer. Tijdens de Republikeinse conventie van vorig jaar in San Diego bleek dat zij zich net als de Democraten richten op het gevoel, op het kweken van sympathie. Dat verklaart ook de hoeveelheid gehandicapten die beide partijen aan het woord lieten. We zeiden hier in het Enterprise Institute tijdens de conventies tegen elkaar: buitenlanders die er naar kijken, zullen denken dat de helft van de Amerikanen zich in een rolstoel voortbeweegt. Als je maar op de een of andere manier lijdt, dan zit het wel goed. Het ergste was de rede die vice-president Al Gore hield over zijn aan kanker gestorven zus. Hij gaf de tabaksfabrikanten daarvan de schuld, later bleek dat hij ook na haar dood nog geld van ze had aangenomen voor zijn campagne. Hij is een verschrikkelijke hypocriet.

“I feel your pain. Daarmee heeft Clinton perfect uitgedrukt waar het in deze tijd om gaat. De uitdrukking betekent niet dat hij zich zo geweldig inleeft in andermans problemen, wel dat hij zich moreel superieur waant aan anderen die blijkbaar niet gevoelig genoeg zijn om de pijn van een medemens op te vangen. De bevolking vindt het overigens prachtig. Niemand denkt het nog zelf te kunnen rooien, en hier is een president die zegt ieders pijn te voelen. Iedereen wil sympathie en Clinton verstrekt die in grote hoeveelheden.”

Hoe kan het culturele nihilisme, zoals u het noemt, een halt worden toegeroepen?

“Misschien is daarvoor een religieuze opleving nodig. Gedurende het grootste deel van onze geschiedenis speelde godsdienst een belangrijke rol in het maatschappelijk leven. Nu nog wel, maar hoofdzakelijk in formeel opzicht. Er is bijna niemand meer die consequenties trekt uit zijn of haar geloof. Boetedoening en zondebesef zijn vrijwel verdwenen, ook uit de katholieke kerk. Desondanks meen ik dat religie als enige in staat is het morele vacuüm en de chaos te vullen, en dat zeg ik zonder zelf gelovig te zijn. Het is in elk geval beter dan de oplossing die moderne liberals in de jaren zestig aandroegen: zij zochten hun heil in aan de ene kant het eindeloos te plooien en te perfectioneren individu en aan de andere kant in een nieuwe manier van politiek bedrijven, die diepere zin aan hun leven zou kunnen geven. Het logisch gevolg daarvan is de nonsens die Hillary Clinton zo nu en dan spuit, over 'een betekenisvolle politiek'. Quasi-religieus gezwam.

“Ik heb het in mijn boek over een 'wilsdaad', die de samenleving weer op het rechte pad kan brengen. Dat is door veel mensen bespot. Maar niemand heeft begrepen wat ik er precies mee bedoelde. Als maar genoeg mensen de wil hebben om de cultuur een andere wending te geven, een ethisch reveil te bewerkstelligen, dan lukt het misschien. Mijn verstand zegt me dat de situatie hopeloos is, maar indien een groep gelijkgezinden bereid is energie te stoppen in een ommekeer, is die misschien mogelijk. Persoonlijk zou ik er heel wat voor over hebben als we terug konden naar de cultuur van de jaren vijftig. Toen hadden de mensen nog normbesef, er was een grens aan wat individuen meenden zich te kunnen veroorloven. Los van de verderfelijke rassenscheiding die we hadden, was het toen zo slecht nog niet.”

Bork had herhaaldelijk te kennen gegeven niet meer op zijn nominatie en de hoorzittingen in 1987 te willen terugkomen. Hij had er een boek over geschreven, The Tempting of America (1990), waarin hij alles had gezegd wat hij kwijt wilde. Maar op de vraag naar de betekenis van het Reagan-tijdperk, weidt hij toch uitvoerig uit over de betekenis van de hoorzittingen. Vreemd is dat niet. Indien Bork was benoemd tot het Hooggerechtshof, was dat misschien niet het einde van legale abortus in de VS geweest - in tegenstelling tot wat Kennedy beweerde, was het niet duidelijk of Bork bereid was deze drastische stap te nemen. Maar het staat vast dat het Hooggerechtshof, krachtiger dan nu, de afgelopen jaren zou hebben geprobeerd een eind te maken aan zaken als positieve discriminatie en rechten voor minderheden. Wellicht had de zogenoemde Reagan-revolutie dan via de rechtbank meer inhoud gekregen.

De nominatiestrijd blijkt bij Bork diepe wonden te hebben geslagen, die allesbehalve zijn geheeld. Zijn oordeel over de rol van Reagan daarin is verrassend. “Reagan was een veel betere president dan veel mensen denken, zeker dan de moderne liberals ooit zullen toegeven. Hij heeft de belastingen verlaagd, dat was goed. En hij heeft het leger weer opgebouwd, dat was goed. Slecht was dat hij de uitgaven niet in de hand heeft gehouden. Voor mij persoonlijk heeft hij zich helaas niet ingezet. Nadat hij mij had voorgedragen, heeft hij niets meer van zich laten horen. Letterlijk niets. Hij zat voortdurend op zijn ranch in Californië, terwijl linkse groeperingen de ene na de andere aanvalsgolf via de media verspreidden. Ik heb later van mensen in de regering vernomen dat Nancy Reagan haar echtgenoot op het hart had gedrukt, dat hij aan mijn benoemingsstrijd geen energie of politiek kapitaal mocht verspillen. Energie had hij nog maar weinig in zijn tweede termijn, hij was te oud, en met het verbod van Nancy was de kans op succes verkeken. Ik heb begrepen dat ze elke ochtend kleine kladjes schreef voor haar echtgenoot, die hij meenam naar het Oval Office - als hij al eens in Washington was. Hij werkte de opdrachten op die papiertjes één voor één af, en trok zich vervolgens terug in zijn privé-vertrek. Ik denk dat geen enkel kladje de boodschap bevatte: help Bork benoemd te krijgen in het Hooggerechtshof. Jammer.

“U moet zich bovendien realiseren: de Iran-Contrasaffaire had Reagan bijna gesloopt. Vlak daarna kwam mijn benoeming. Ik was nu aangewezen op Edwin Meese - de minister van Justitie - maar die was impopulair en zijn steun legde niet veel gewicht in de schaal. Wat Reagans politieke kapitaal betreft: mensen in zijn omgeving, en vooral Nancy, maakten hem wijs dat hij vooral niets moest ondernemen. Anders zou zijn goddamn place in history in gevaar komen. Het tegengestelde is natuurlijk het geval. Als je niets onderneemt, niets waagt, zal niemand je herinneren.

“Ik heb zelf ook een grote fout gemaakt. Ik was rechter en gedroeg me als zodanig. Ik vertrouwde op mijn juridische kennis. Het andere kamp - de pressiegroepen, de Democraten - had een uitgekiende strategie waarmee mijn benoeming moest worden verijdeld. Die hield onder meer in: verdraai mijn standpunten, verspreid ze via de media, en laat ze dag in dag uit horen, zo lang de hoorzittingen duren. Ik had zelf in de tegenaanval moeten gaan, maar dat realiseerde ik mij pas veel later, toen het allemaal voorbij was. Als de tegenpartij je in een pr-campagne van een dergelijke omvang zwart wil maken, moet je meteen terugslaan. Doe je dat niet, dan ben je bij voorbaat verslagen.

“Ik dacht voortdurend: je hebt dezelfde reputatie als Nino Scalia, er kan je niets overkomen. Scalia was immers zonder veel problemen door de hoorzittingen gezeild. Ook daar maakte ik een fout: Scalia is een Italiaans-Amerikaan, de eerste die de kans kreeg tot het Hooggerechtshof te worden benoemd. Hij heeft een etnische identiteit. Als hij het niet had gehaald, zouden alle Italiaans-Amerikanen in de VS woedend zijn geweest. Alleen daarom al haalde niemand het in zijn hoofd hem zijn plaats in het Hooggerechtshof te ontzeggen.

U moet het nu doen met een werkwoord dat uw naam draagt.

Hij lacht wrang. “Ja, dat is mijn ticket naar de onsterfelijkheid.”

    • Menno de Galan