EEN TWEELING MET EEN STEEPLE-HART

Casper en Simon Vroemen zijn een eeneiige tweeling. Ze lopen beiden de 3.000 meter steeplechase en maken evenveel trainingsuren. Maar de één heeft zich wel voor de WK atletiek in Athene geplaatst en de ander niet. Casper: 'Het is makkelijk om het op talent af te schuiven, maar daar geloof ik niet in.'

Toen het seizoen begon, scheelden hun persoonlijke records amper twee seconden. Maar inmiddels heeft Simon Vroemen op de 3.000 meter steeplechase liefst zestien seconden harder gelopen dan zijn tweelingbroer Casper. “Dat verschil is irreëel”, stelt WK-ganger Simon vast.

“Er wordt me nu steeds gevraagd of mijn broer harder traint”, vertelt Casper. “Dat is niet zo. We trainen hetzelfde.” Maar wat is dan de oorzaak van dit opzienbarende verschil? Casper: “Er zijn geen aanwijsbare oorzaken. Het is makkelijk om het op talent af te schuiven, maar daar geloof ik niet in. Er zijn altijd factoren in het leven die bij ons verschillen. We leven ook al tien jaar gescheiden.”

Op het eerste gezicht lijken ze dan wel erg op elkaar, wat betreft bouw en loopstijl zijn er toch aanzienlijke verschillen. Simon schrijft ook met zijn rechterhand, Casper met links en hij is ook twee centimeter langer. Hij is de oudste van de twee, drie kwartier om precies te zijn. “Als men mij vraagt of ik een jongere broer heb, zeg ik altijd ja.” Hij voelde zich heel vroeger op straat weleens verplicht om de oudere broer te spelen. “Maar later ben je allebei mans genoeg om voor jezelf op te komen.”

Ze hebben dezelfde karakters, vinden ze. De Vroemens noemen zichzelf nuchtere types, “die altijd hun kansen inschatten”. “Simon heeft een grotere mond”, zegt Casper lachend. Simon ontkent dat niet. “Maar we zijn allebei geen bluffers, denk ik.” Hun trainer, Ronald Klomp, ziet wel verschil. “Simon is meer een killer, Casper is zachtaardiger van karakter.” Het zou een verklaring kunnen zijn voor het verschil in presteren.

Ook in Apeldoorn loopt een talentvolle atletiek-tweeling rond, Astrid en Thelma Joziasse. Volgens hun trainer Ton Eikenboom stijgt de mindere van de twee pas boven zichzelf uit als haar zus ziek of geblesseerd is. Casper: “Mijn beste tijd op de 1.500 meter, 3.41, liep ik in een wedstrijd waaraan Simon niet meedeed.” Hij heeft niet het gevoel dat hij minder presteert als zijn broer er bij is. “Maar misschien gebeurt dat onbewust wel.” Klomp: “Het speelt zeker mee. In welke mate is alleen moeilijk te zeggen.”

Wat dat betreft was de wedstrijd in Hechtel van vorig jaar opmerkelijk. Casper won toen op de 3.000 meter steeple van zijn broer en liep een persoonlijk record. “Eerst liep ik voor hem, maar toen ging hij me zó voorbij”, herinnert Simon zich die avond in België. “Ik denk dat hij dat twee jaar geleden niet zou hebben gedaan. Dan had hij waarschijnlijk gedacht: 'Ik zit vlak achter Simon, het is mooi zo.' Het gaat om het geloof in eigen kunnen.”

De 28-jarige Casper en Simon Vroemen wilden vroeger niet per se op elkaar lijken. Liever helemaal niet eigenlijk. Ze kregen door hun ouders ook nooit dezelfde kleren aangetrokken. “Zelfs niet met carnaval.” Toch deden en doen ze vaak dezelfde dingen omdat ze dezelfde interesses hebben. Casper: “Ik doe wat ik wil doen en ga niet iets anders doen wegens mijn broer. Maar het is altijd wel vanzelfsprekend geweest dat we hetzelfde gingen doen. We vonden het dan allebei gewoon leuk. Ik denk dat dat met tweelingen meestal zo gaat.”

Op de middelbare school werden ze - op verzoek - vaak in verschillende klassen gezet, maar kwamen ze uiteindelijk toch weer bij elkaar omdat ze hetzelfde vakkenpakket kozen. Simon: “Daarna wilden we verder studeren. We bezochten samen vele open dagen, maar toen we definitief moesten gaan kiezen, hebben we er bewust niet meer over gesproken. Onafhankelijk van elkaar hebben we de formulieren ingevuld. Toen bleek dat we dezelfde studie hadden gekozen, moleculaire wetenschappen in Wageningen.”

Inmiddels staan ze vlak voor de afronding van hun doctoraal. Ze zijn assistenten in opleiding. Casper, die in Wageningen woont en werkt, onderzoekt de embryonale ontwikkeling bij planten, Simon, gestationeerd in Utrecht, bestudeert de energie-huishouding bij sprinkhanen. Dezelfde volgorde die op de atletiekbaan bestaat, is er ook bij hun studie. Simon hoopt nog dit jaar klaar te zijn, Casper volgt in het voorjaar van 1998.

Ze kozen ook voor dezelfde sporten, eerst hockey en zwemmen en later, na de verhuizing van Schipluiden naar Breda, atletiek. Ze konden vooral goed lopen, dus gingen ze ook lopen. De 1.500 meter leek hun onderdeel te worden. Totdat ze tijdens een avond stappen door oud-atleet Hans Koeleman - sinds jaar en dag nationaal recordhouder op de steeplechase - voor een wedstrijdje in Utrecht op diens nummer werden uitgenodigd. Simon: “Hij zei dat we niet onder de negen minuten zouden lopen. We hebben er een krat bier op gezet. Hans heeft een echt steeple-hart. Hij is altijd enthousiast en heeft het vuur op ons overgebracht.”

Het speelde zich af ten tijde van de EK atletiek van 1994 in Helsinki. Ze keken eerst op tv nog even naar beelden uit Finland en gingen toen zelf naar de baan. Daar verliep hun eerste steeple-race heel behoorlijk. Hun tijden van 8.36 en 8.43 waren meteen goed voor de zesde en zevende plaats op de eeuwige ranglijst in Nederland. “Iedereen was overdonderd. Die winter hebben we toen besloten om steeple te gaan lopen. Het zou zonde zijn geweest om onze mogelijkheden op dat nummer niet uit te buiten.”

Het springen over de horden viel aanvankelijk niet mee. “Casper deed het al meteen heel redelijk, bij mij ging het bar slecht”, herinnert Simon zich. Inmiddels gaat volgens Ronald Klomp, die vorig jaar de training van de tweeling overnam van Hans MacLean, Simon soepeler over de horden dan zijn broer. “Simon heeft tot nu toe meer profijt gehad van de technische trainingen dan Casper.” Dat is waarschijnlijk ook een reden waarom de één momenteel zo veel harder loopt dan de ander. “Als Casper zich technisch verbetert, zal hij Simon mogelijk meer gaan benaderen in tijd.”

In 1995 - hun eerste volledige jaar op de steeplechase - werden ze bij de NK in Bergen op Zoom meteen eerste en tweede. “We liepen samen op kop en riepen af en toe iets naar elkaar. Zo van 'Even doortrekken nu. Ja, nu zijn we los!' Het gaf een lekker gevoel.” Nóg mooier vonden ze dat ze eerder dat seizoen bij de nationale indoorkampioenschappen allebei een gouden medaille wonnen, Casper op de 1.500, Simon op de 3.000 meter. “Die wedstrijden waren vlak achter elkaar. Zo hadden we binnen tien minuten twee titels op zak!”

Want de tweeling voelt zich het best als het ze beiden goed gaat. En daar schort het de laatste tijd nog weleens aan. Toen Simon drie weken geleden op Papendal de WK-limiet haalde, viel Casper in dezelfde wedstrijd uit. Het ging niet meer. Simon: “Ik was natuurlijk hartstikke blij, maar toen ik hoorde dat Casper was uitgevallen, was dat wel even een domper. 'Kan ik wel echt blij zijn', vraag je jezelf dan af. In de week daarna was ik nog steeds vol van mijn prestatie, maar dan hou je je een beetje in omdat het met hem niet zo lekker gaat.” Casper: “Ik was heel blij voor Simon, maar ik baalde van mezelf. En dat gevoel overheerste.”

Dat Simon wel naar de WK in Athene gaat en Casper niet, was ook weer niet zo'n deceptie omdat ze voor het seizoen nergens op hadden gerekend. “En twee verrassingen zou iets te veel van het goede zijn geweest”, stelt Simon vast. Hij kende dit seizoen een stormachtige opmars en is het nationale record van Koeleman (8.18,02) inmiddels tot op een ruime seconde genaderd. Casper staat daarentegen nog steeds op zijn 8.35.

Casper: “Als Simon zo hard kan lopen, moet ook ik sneller kunnen. Natuurlijk denk ik er over na waarom dat nog niet is gelukt. Maar ik blijf niet malen. Dat zou niet goed zijn. Ik was vroeger sneller dan hij, ik was toen ook iets sterker. Later liep hij meestal weer wat betere tijden. Misschien haal ik die 8.19 van hem ook wel nooit. Maar dat zien we dan wel. Voorlopig wil ik gewoon voor mezelf goed lopen.”

Hij had gehoopt vorige maand in de Nacht van Hechtel zijn tijd te verbeteren, maar de avond ervoor raakte hij geblesseerd en moest hij afzeggen. “Er zit gewoon meer voor me in, veel meer. Ik moet nu al een stuk onder de 8.30 kunnen lopen. Als dat niet lukt, is het een mislukt seizoen.”

Casper is er niet in Athene om zijn broer bij te staan. “Het is niet mijn hobby om toe te kijken als ik zelf niet meeloop. En voor de prestatie van Simon maakt het helemaal niets uit of ik er ben of niet.” Bovendien zijn Ronald Klomp en trainingsgenoot Marcel Laros, die ook meeloopt, wel mee naar Griekenland. Dan hoeft Simon in ieder geval niet alleen om vier uur 's ochtends op te staan om zich voor te bereiden op zijn race. “Ronald en Marcel zijn nu honderd keer belangrijker voor Simon dan ik”, zegt Casper, die zich morgenochtend vroeg wel ruim op tijd voor de televisie nestelt om de serie van zijn broer te bekijken. “Hij weet dat ik kijk.”

Casper en Simon Vroemen zijn erg op elkaar gesteld, ze beschouwen elkaar als hun beste vriend, maar ze kunnen best zonder elkaar. Ze hebben ook geen curieuze verhalen over, bijvoorbeeld, de pijn die de één voelt als de ander zich met een hamer op zijn duim slaat. “Ik weiger te geloven dat zo'n vorm van contact bestaat”, zegt de nuchtere Casper. Toch maken ze op dat gebied weleens een grappig voorval mee. “Het komt voor dat we naar de training komen, hij stapt uit zijn auto, ik stap uit mijn auto en dan blijkt dat we dezelfde kleren aanhebben. En die hebben we dan soms een half jaar niet gedragen.”

Trainer Ronald Klomp vindt dat trouwens niet zo vreemd. “Ze hebben dezelfde sponsor, die geeft ze ook dezelfde kleding”, lacht de trainer. Wat Klomp wel opmerkelijk vindt, is dat de twee atleten vaak last hebben van dezelfde blessures. “Daar zit een soort patroon in. Als de één een blessure heeft, krijgt de ander die later ook.”

Casper heeft Simon donderdag voor vertrek naar Athene veel succes gewenst. Volgend jaar willen de tweelingbroers graag samen op reis. “Het EK is voor ons beiden een reëel doel, denken we.”