Een mens

“Dat gesprek wil ik graag”, zei Olsen, “maar niet nu.” “Hoezo Morten?” “Man, ik heb een halve week Engeland achter de rug en straks moet ik weer een week naar Spanje. Mijn vrouw is er ook nog.” “Laten we dan met ons drieën eten, Morten.” “Kan niet. Drie dagen thuis zijn drie dagen voor haar.”

Ik haakte in en ging in het plafond op zoek naar een ruimteschip en rose. Een voetbalcoach die bij zijn vrouw wil zijn - en daar complexloos voor uitkomt - burgemeesters doen het hem niet na. Dat dit nog bestond. Dat een tepel meer kon betekenen dan een penaltystip. Morten Olsen is culturele revolutie.

Ik dacht aan de vrouwen van voetballers die al jaren onbenoemd zijn. Aan de Cubaan Javier Sotomayor die nu in Athene zit en zijn vrouw - beeldschoon trouwens - in een veredeld krot in Havana heeft achtergelaten. Ik dacht aan Patrick Kluivert die wel een vader kan gebruiken. En ik dacht aan de vrouwen die ik niet meer had. “Mijn vrouw is er ook nog!” Vanavond zonder jou gegeten, lief: wat moet dat Morten pijn doen.

Natuurlijk zal deze Ajax-coach nooit meer roepen: wij zijn de besten. Hij zal bescheiden zeggen: we hebben goed gespeeld, en nu ga ik naar huis. Waar mijn duifje wacht, stil als de dood. De bliksem over het Museumplein is voor de anderen. Voor de kleurfascisten die de onsterfelijkheid van zacht water zijn vergeten. Of de klank van Mahler over een naakt lichaam.

Ik heb een vriend met een gezicht nog weidser en vrolijker dan de vleugels van een reiger. In dat gezicht wil ik altijd schaatsen. Het gelaat van Morten Olsen is een escalatie van kortsluitingen. Alsof hij in zijn leven van scheur naar scheur is gegaan. Maar sinds die stille overgave aan zijn vrouw zie ik nog alleen witte sneeuw dwarrelen. Ik wil wel thuiskomen in dat gezicht van Olsen. En dan een sigaret aansteken en een beetje huiveren voor de kou buiten hem.

Trendgoeroe Lidewij Edelkoort zei me laatst: “De ogen zijn moe, het verlangen zit nu in de vingers.” Ook aan haar moest ik denken bij de loslippige aubade van Morten aan mevrouw Olsen. Er moet weer iets te voelen zijn, al is het maar bevroren nekhaar. Daar zou Louis van Gaal nooit op zijn gekomen. Voor hem bestaan geen nekharen, alleen nummers. Zal de gelouterde Olsen Ajax in de ziel raken? Zal hij de club weer dichter bij doperwten dan bij Somalische hoeren brengen? Ik heb er alle vertrouwen in. Ajax leert weer gieren. En beminnen. En huilen. De lichtbaken van Kok en Willem-Alexander nadert onder het bewind van Olsen het circuit van beschaving.

Het zal Feyenoord niet gebeuren. Deze club van havenarbeiders en pruimtabak is nu met een eigen geurtje op de markt gekomen. Volgens ingewijden is de geurlijn mannelijk, sportief en een tikje opwindend. Zeg maar exact het geurtje waar Rinus Israel van zou hebben moeten kokhalzen. Volgens de reclameslogan is de exclusieve geurlijn een voltreffer: Feyenoord draag je altijd bij je. Rinus zou gezegd hebben: jawel, tussen de tenen.

Zou de NV Eredivisie ook een vrouw hebben? Zouden de geronten van dit wrakkige geraamte überhaupt nog weten dat er leven is buiten beleggersbelangen. Buiten wijven en penose.

In tegenstelling tot zijn gewicht- en bijna gewrichtloze compaan Sören Lerby gaan de gedachten van Morten Olsen niet op de krukken van het grove geld en de snelle roem. Morten weert deze apen van de dood uit zijn leven. Dat deed hij reeds als voetballer in België. Waar hij op het veld tegelijkertijd roos en beest was. Een man met meer voeten in de aarde dan dromen. Die grootse nonchalance van een agrariër.

Nog steeds wil ik Ajax graag met 9-0 van Heerenveen zien verliezen. De aanwezigheid van Olsen heeft van de Arena nog geen wei voor papavergekken gemaakt. De tempel blijft zich wentelen in de potsierlijkheid van staal en gebaar. In een bestaan dat nooit door verdriet kan bereikt worden.

Mij zullen ze ook morgen in de Arena niet zien. Maar dat gesprek met Olsen wil ik graag. Al was het maar om in hem de weerschijn te zoeken van een gesplitste liefde: voetbal en vrouw. En als hij het mij niet kwalijk neemt zal ik hem gelijk kapittelen: Kiki Musampa gooi je niet te grabbel in een Frans braakland. Zo'n jongen wil, na de kadaverdiscipline van Van Gaal, ook wel eens aan de hand van een liefdevolle vader de nacht in. Dat Morten dat niet wist.