Een fabriek die 'vonnissen uitpoept'

Rechters klagen over geldgebrek, Den Haag klaagt over het gebrek aan efficiëntie van de rechtbanken. Wie heeft gelijk? Portret van een rechtbank aan de Maas.

ROTTERDAM, 2 AUG. In de nieuwe rechtbank van Rotterdam hangen brandblussers van het merk Ajax. Een bode vond dat dat eigenlijk niet kon. Hij deed zijn beklag bij de hoogste manager van het gerecht, F. Jaggie. 'Als je er nou eens gewoon een stickertje van Feyenoord opplakt', suggereerde die. De bode: 'Vinden de rechters dat wel goed?' Jaggie: 'Gewoon plakken!' “Hij heeft het niet gedurfd”, zegt Jaggie. Het ontzag voor de rechters zit er bij het overige rechtbankpersoneel goed in.

De Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak vroeg het afgelopen weekeinde honderd miljoen gulden extra aan minister Sorgdrager (Justitie) om de rechtspraak draaiende te houden. Al jaren klagen de rechters over geldgebrek. Den Haag werpt doorgaans tegen dat zij de rechtspraak efficiënter moeten organiseren. De Dienst Prisma van Justitie velde vorig jaar een hard oordeel over enkele rechtbanken, waaronder die van Rotterdam. De kritiek betrof leidinggevende rechters die zich niet interesseren voor management, demotivatie onder het ondersteunend personeel, gebrek aan goede planning, medewerkers die bang zijn om kritiek te uiten. Rapporten van de onafhankelijke onderzoeksbureaus Terpstra/Tukker en KPMG over de rechtbanken van Arnhem en Groningen bevestigen het beeld. Wie is verantwoordelijk voor de problemen? De rechters, de 'ondersteuning' of toch Den Haag? En wie heeft eigenlijk de macht?

In het gerechtsgebouw van Rotterdam werken 134 leden van de rechterlijke macht: 96 rechters en 38 officieren van justitie. Verder bevolken circa 470 ondersteunende ambtenaren de werkkamers aan de Nieuwe Maas: managers, gerechtssecretarissen, secretaressen, bodes, automatiseerders. “Zwartwit gesteld zijn wij de enigen die wat te zeggen hebben”, zegt een rechter over de machtsverdeling. Maar zonder geoliede ondersteuning kunnen rechters niets. Op een drukke dag telt de rol wel 1.300 zaken. “Eigenlijk is het gewoon een fabriek die vonnissen uitpoept”, zegt een manager.

De Rotterdamse rechtbank heeft problemen. Voor een deel komen die voor bij elke rechtbank. De strafsector is overbelast, vooral door de toename van het aantal tijdrovende 'megazaken'. Het aanbod van het openbaar ministerie overstijgt de capaciteit van de rechtbank met tientallen procenten. Als noodmaatregel worden veel zaken die eigenlijk door een meervoudige kamer (drie rechters) moeten worden behandeld, in Rotterdam doorgeschoven naar de politierechter.

Een hardnekkig tekort aan rechters maakte Rotterdam lange tijd extra kwetsbaar. Met moeite zijn onlangs acht vacatures weggewerkt. Rotterdam is onder rechters niet populair. “Het is hier wat minder charmant”, bevestigt een vice-president die afkomstig is van de rechtbank van Maastricht. “Daar ging je veel de kroeg in met elkaar. Hier niet.” Dat hij toch overstapte hield verband met de baan van zijn vrouw. Verplichte overplaatsing van rechters is ondenkbaar. De onafhankelijkheid van de rechterlijke macht is heilig. Rechters worden voor het leven benoemd door de koningin. Zij beslissen zelf waar ze wel of niet werken.

Eind jaren tachtig had het ministerie van Justitie na tal van klachten over achterstanden en vertraging genoeg van het gebrek aan organisatie bij de rechterlijke macht. De rechtspraak was een bodemloze put. Management moest er komen. De Directeur Gerechtelijke Ondersteuning (DGO) deed zijn intrede op de rechtbanken, een baas voor al het ondersteunend personeel. In 1992 kreeg hij zeggenschap over de personeels- en materiaalbudgetten, wat hem tegenover de rechters een sterke positie gaf. Formeel heeft hij over hen niets te zeggen, maar zij zijn wel voor elk potlood van hem afhankelijk.

'Productie' werd net als elders in de maatschappij bepalend voor de hoogte van het budget. 'Werklastmetingen' vormen sinds een jaar of drie de sleutel voor de verdeling van rijksgeld over de rechtbanken. Voordien ging dat anders. “Een president ging naar de secretaris-generaal. Je lunchte met hem. Je had een zielig verhaal. En je kwam terug met meer personeel, of niet”, aldus Jaggie, de DGO van Rotterdam.

Samen met de rechtbankpresidenten bewaken managers nu de productie, tot afschuw van veel rechters. “Aangestuurd worden door niet-rechters vinden rechters niet zo aardig”, zegt een rechter zuinig. Maar volgens rechtbankpresident J. Mendlik is een vorm van toezicht onvermijdelijk. “Als je geld vraagt, zul je op een of andere manier moeten kunnen aantonen dat je organisatie optimaal functioneert en rendeert.” Voortdurend is volgens Mendlik overleg noodzakelijk om de vrede tussen rechters en managers te bewaren. “Een banaal voorbeeldje. Onze losbladige wetboeken moeten regelmatig worden bijgevuld. De ondersteuning vindt dat de rechters dat maar zelf moeten doen want het zijn hun boeken. Wij vinden dat zonde van onze duurbetaalde uren. Het heeft nogal wat moeite gekost om dat te laten doordringen.” Soms 'wint' de ondersteuning. Jaggie: “Het was gebruikelijk dat de bodes tijdens de rechtszaak aanwezig waren in de zaal. Al die tijd deden ze niets. Als we daar niets aan hadden gedaan, zouden we nu zo'n zeven extra bodes nodig hebben. Dat is 40.000 gulden maal zeven. Toen is in goed overleg met de president besloten de bodes uit de rechtszaal te halen.”

De traditionele cultuur van de rechtbanken, waarin iedere rechter handelt naar eigen goeddunken, blijft achter bij de veranderingen. Zowel managers van de ondersteuning als leidinggevende rechters stuiten op het probleem dat rechters nauwelijks zijn te besturen. “Rechters die niet harder willen werken zijn niet te dwingen”, zegt Mendlik. “Ik kan rechters die niet goed functioneren volgens de wet alleen de nodige waarschuwingen geven. Iets meer formele zeggenschap over de indeling van mensen, hun takenpakket en wat er van hen verwacht wordt zou het wel makkelijker maken aan de managementtaak invulling te geven.”

Een strikt hiërarchische relatie tussen president en rechter keurt Mendlik af. “Dan zou een rechter zijn oren misschien gaan laten hangen naar de president. Dat kan doorwerken in de vorming van een rechterlijk oordeel.” Aan verplichte overplaatsingen, geregisseerd door Den Haag, moet hij al helemaal niet denken. “In Den Haag dienen nogal wat zaken tegen het bestuur. Het zou een slechte zaak zijn als ze dan kunnen zeggen: 'Die rechter is lastig, die plaatsen we over naar de provincie.”'

De kloof in de gerechten komt het scherpst tot uiting in de relatie tussen de rechters en hun meest naaste medewerkers, de gerechtssecretarissen. Waar de rechter altijd degene is die in een zaak de beslissing neemt, is de gerechtssecretaris steeds vaker degene die het vonnis 'concipieert', dat wil zeggen op schrift stelt. De delegatie van rechterlijke taken aan de secretarissen is zo toegenomen, dat het in een rapport van Dienst Prisma een 'stille reorganisatie' wordt genoemd. “Naarmate ze een zwaardere taak krijgen, hebben ze meer noten op hun zang”, zegt een manager over de gerechtssecretarissen. “Sommigen hebben de neiging te denken dat ze op de stoel van de rechter zitten. Dat is natuurlijk niet zo.”

Een rechter is lid van de rechterlijke macht, een gerechtssecretaris van de ondersteuning. Het brutosalaris van een rechter ligt rond de 10.000 gulden per maand, dat van een senior-gerechtssecretaris tegen de 6.000 gulden. Een rechter die geen zin heeft om naar de rechtbank te komen blijft thuis, een gerechtssecretaris wordt al berispt als hij een uur te laat komt. Maar hun dagelijkse werkzaamheden liggen niet zo vreselijk ver uit elkaar.

Onder de gerechtssecretarissen treedt demotivatie op, blijkt uit tal van onderzoeken. “Het is menselijk dat het vervelend wordt als je altijd aan het kortste eind trekt”, zegt gerechtssecretaris A. Scheper. “Stel dat jij in je motivering opneemt dat je het zwaar vindt wegen dat een verdachte zijn vrouw slaat, en een rechter vindt geweld in huiselijke kring helemaal niet zo ernstig. Dan gaat het er dus uit.”

De 'DGO-structuur' werkt niet, daar is iedereen het over eens. Rechters werken nauw samen met gerechtssecretarissen, maar kunnen hen niet aannemen of ontslaan. De verdeling van verantwoordelijkheden is onduidelijk.

Jaggie: “Een rechter kan zeggen: de afdeling gaat vreselijk slecht maar het ligt aan de ondersteuning. En andersom.” Bij de openbaar ministeries is inmiddels besloten dat de hoofdofficier zeggenschap krijgt over het beheer. Hij is rekenschap verschuldigd aan het ministerie van Justitie. Ook bij de rechtbanken gaat de koers in die richting, maar hier staat voorop dat de onafhankelijkheid van de rechter in tact moet blijven.

Over een voor iedereen aanvaardbare relatie tot het ministerie wordt nog nagedacht. Het enige dat vaststaat is dat de DGO het veld zal ruimen. “Je werkt aan de opheffing van je eigen functie”, zegt Jaggie (52). “Heel apart.”