Arubaanse politici verhogen hun salaris

WILLEMSTAD, 2 AUG. De ministers en parlementariërs van Aruba hebben zichzelf een salarisverhoging gegeven van 70 procent.

Aan de vooravond van het zomerreces van de Arubaanse Staten is het wetsvoorstel van het kabinet-Eman unaniem aanvaard om de salarissen en pensioenvoorzieningen van ministers en Statenleden te verhogen met terugwerkende kracht tot 1 januari 1996.

Maandag beginnen de gezamenlijke Arubaanse vakbonden met acties tegen deze salarisverhogingen. Wat de bonden in petto hebben, houden ze nog even voor zich. De werkgeversorganisaties hebben zich ook in sterke bewoordingen tegen de verhoging gekant. Een negatief oordeel over de verhoging van de Raad van Advies werd door de regering genegeerd.

De ministerssalarissen moesten omhoog, zo luidt het verweer van de regering, omdat die in geen verhouding meer stonden tot de inkomens van topambtenaren. Terwijl de ambtenarensalarissen vorig jaar met 14 procent werden verhoogd, zijn die van de bewindslieden dertien jaar lang gelijk gebleven. De werkgeversorganisatie ATIA heeft op zich geen moeite met een verbetering van de inkomens, maar vindt een verhoging van 70 procent wat al te gortig. Vakbondsleider A. Pontilius berekende dat premier H. Eman nu een maandinkomen heeft van bijna 22.000 Arubaanse guldens. De Arubaanse gulden is iets meer waard dan de Nederlandse gulden.

De vakbond SEPA koppelt de salariskwestie aan de strijd die de bond voert voor een loonsverhoging van vijf procent voor de ambtenaren. Minister E. Croes (Onderwijs) vindt deze eis absurd. “Het mag goed gaan met de financiën, maar wij moeten nu geen gekke dingen doen”, aldus de minister.