Achim Freyers nieuwe productie van 'Die Zauberflöte' is een spectaculaire circusvoorstelling; Vijf Mozartopera's tijdens Festspiele

De Mozartverering in Salzburg gaat ver. Er is niet alleen Mozartbier, maar zelfs Mozartbabykleding verkrijgbaar in de geboortestad van de componist. Muziek is er ook. Op het programma van de Festspiele staan dit jaar maar liefst vijf Mozartopera's.

SALZBURG, 2 AUG. Salzburg, waar Mozart in 1756 werd geboren, is en blijft dé Mozartstad. Mozart is hier niet te ontlopen. Mozarts geboortehuis in de drukke Getreidegasse is een door velen bezocht museum. Overal ziet men Mozart afgebeeld, in het Mozarteum zelfs als Apollo - naakt, al is hij bepruikt en het kruis nog net als bij toeval bedekt met een lint. De etalages liggen vol met miljoenen mierzoete Mozartkugeln, Mozartlikeur, Mozartbier, Mozartwijn en Mozartbabykleertjes.

Vanzelfsprekend is die Salzburgse Mozartverering niet. Mozart, in zijn vaderstad niet op zijn waarde geschat, ontvluchtte Salzburg in 1781 op zijn vijfentwintigste. Hij was ontslagen als hoforganist van aartsbisschop Colloredo. De woedende prelaat verwijderde de weerspannige Mozart met een schop onder de kont uit zijn Salzburgse Residenz. De Mozart die wij kennen van zijn symfonieën, concerten en opera's is vooral de Mozart uit Wenen, waar hij de laatste tien jaar van zijn leven woonde.

Toch leeft Salzburg van Mozart. Het tuinhuisje waarin Mozart kort voor zijn dood in Wenen delen van Die Zauberflöte schreef, staat nu in de tuin van het Salzburgse Mozarteum. Mozarts muziek weerklinkt elke dag in Salzburg en op het programma van de Salzburger Festspiele staan dit jaar vijf Mozartopera's: Mitridate, re di Ponto; Lucio Silla; La clemenza di Tito; Die Entführung aus dem Serail en Die Zauberflöte. Van de oriëntaalse Die Entführung worden zelfs twee nieuwe ensceneringen gepresenteerd, de ene - een gedigitaliseerde multimedia-versie - nog opzienbarender dan de andere, een geactualiseerde bewerking, aangevuld met Arabische muziek.

Op de sinds dit jaar overdekte binnenplaats van de Residenz - aartsbisschop Colloredo kon niet voor de eeuwigheid van Mozart afkomen - wordt Die Entführung aus dem Serail, Mozarts eerste Weense opera, uitgevoerd in de regie van François Abou Salem. Deze regisseur, toneelspeler en schrijver studeerde aan een jezuïetenschool in Beiroet en werkte bij het Théâtre du Soleil in Parijs. Tijdens de Intifada-opstand begon hij in Jeruzalem een café-theater waar hij stukken van Tsjechov en Brecht uitvoerde. Nu werkt hij overal in Europa, van Basel tot Edinburgh, en voor het Smithsonian Institute in Washington maakte hij een film over Jeruzalem.

Abou Salem, een man tussen twee culturen, lijkt de ideale regisseur voor een Arabische versie van Die Entfúhrung, een opera die gaat over de relatie tussen het christelijke Westen en het islamitische Oosten. De Spanjaard Belmonte probeert zijn geliefde Konstanze te ontvoeren uit de harem van de oosterse heerser Bassa Selim, de vijand van zijn vader. Bassa Selim is verliefd op Konstanze, maar dwingt haar niet tot beantwoording van die liefde. En tenslotte geeft hij haar en de inmiddels gevangen genomen Belmonte genadiglijk de vrijheid. De altijd als onvermurwbaar geziene islamitische wereld geeft zo de vaak als edelmoedig beschouwde christelijke wereld les in vergevingsgezindheid.

Weinig opera's hebben een zo duidelijk actuele inhoud: vrijheid, vrede, verdraagzaamheid en gelijke rechten voor vrouwen. Abou Salem past de moraliserende strekking ervan met grote vanzelfsprekendheid toe op de huidige conflicten in het Midden-Oosten. Daartoe is een bewerking van de opera gemaakt ter voorkoming van wringende situaties, zoals die in dit soort gevallen vaak optreden bij producties van Peter Sellars.

Abou Salem past de opera niet letterlijk toe op het Israëlisch-Palestijnse conflict. Bassa Selim, gespeeld door de Palestijnse acteur Akram Tillawi, is zeker geen Yasser Arafat. De enscenering gaat ook over het voormalige Joegoslavië, Cyprus en Algerije. De teksten zijn soms aangepast - ze gaan nu meer uitgesproken over oorlog en vrede - en er worden onvertaalde teksten uitgesproken in het Arabisch om te benadrukken dat we elkaar wel horen, maar niet verstaan. Ook is er Arabische muziek ingevoegd, gespeeld door vijf Arabische musici, terzijde op een tapijtje. Onder hen is Kudsi Erguner, de beroemde Turkse bespeler van de ney-fluit. Dirigent Marc Minkowski en het Mozarteum Orkest komen tot een zo groot mogelijk contrast tussen de westerse barokpassages en de oriëntaals delen.

Het exotisch vormgegeven serail is omgeven door prikkeldraad, we zien een VN-soldaat, bewakers lopen rond met stenguns. Belmonte in spijkerbroek en battle-jack heeft om hoofdbewaker Osmin gunstig te stemmen een doos Mozartkugeln en sigaretten bij zich. Osmin geeft Belmonte als dank een vuurtje. Als hij later Blondchen probeert te verleiden, bespuit zij hem met een anti-belagersspray.

De sfeervolle en soms geestige voorstelling is onderhoudend gedetailleerd. De vocale cast is als geheel niet opzienbarend. Het mooiste zingen komt van Christine Schäfer die als Konstanze veel indruk maakt met de aria Martern aller arten.

Met de uitdieping van het thema van voortdurende onderlinge aantrekking en afstoting is deze Entführung eerder een pleidooi voor vreedzame coëxistentie dan voor gelijkschakeling van morele principes. De achterblijvende Arabische vrouwen in de harem is immers geen vrijheid gegund en blijven daar opgesloten. De voorstelling, door het publiek hartelijk ontvangen, wordt in de Residenz nog begeleid door twee tentoonstellingen over oriëntaalse invloeden in de westerse schilderkunst.

In de Stadtkino, een theater in een voormalige bioscoop, wordt Die Entführung in een digitale versie uitgevoerd. Het toneel staat vol met de pc's en tv's, die ons tegenwoordig gevangen houden. Konstanze is in de doolhof van Internet verdwenen en Belmonte spoort haar op met een zoekprogramma: “Ist dies der home page des Bassa Selim?” Op alle mogelijke manieren wordt gebruik gemaakt van de hedendaagse techniek. Osmin heeft op zijn scherm een beeld van Blondchen, dat hij kan electronisch kan vervormen en zelfs van de kleren ontdoen.

De muzikale uitvoering is in stijl: de dirigent op een tv, de instrumentale muziek via de synthesizer en de zangstemmen versterkt, bij Konstanze zelfs tot sirenegehuil. Uiteindelijk heeft Belmonte succes, het scherm laat Konstanze vrij. De boodschap is dat ook de computer een menselijk gevoel kan hebben, die is immers door mensen geproduceerd en geprogrammeerd.

Die Zauberflöte wordt in de nieuwe productie van de schilder, ontwerper en regisseur Achim Freyer een spectaculaire circusvoorstelling door clowns en pierrots, even speels, ontwapenend en vertederend als destijds de Amsterdamse Rossiniproducties van Dario Fo. Ook de Amsterdamse Zauberflöte met de decors van Karel Appel komt in de herinnering: de schilder Freyer brengt hier hommages aan Dali, De Chirico, Oskar Schlemmer en Niki de Saint-Phalle, wier cirkelvormige borsten hier de Drei Damen sieren.

Die Zauberflöte wordt gespeeld in de voormalige paardenrijschool, die is veranderd in een tent. De piste is een doolhof, daarboven hangt een cirkelvormige sterrenhemel, het rijk van de Koningin van de Nacht, hier een goochelaarster. De hele vormgeving is gebaseerd op ronde vormen: wielen, zonnen, stralen, cirkels, zodat alles met alles samenhangt. De handeling wordt gespeeld met alle verbazingwekkende middelen van het circus. Zo vindt de vuurproef plaats op een brandende evenwichtsbalk, waarover Tamino (Michael Schade) en Pamina (Sylvia McNair) elkaar tegemoet gaan. Ook lopen zij over water.

Na afloop spleet het publiek in heftige boe-schreeuwers en enthousiaste bravo-roepers. Ook over het wat bleek klinkende aandeel van de Wiener onder leiding van Christoph von Dohnányi was veel onenigheid. Wie de mystieke vrijmetselaarssymboliek van Mozart en zijn librettist Schikaneder echt serieus neemt en beschouwt als de allergrootste diepzinnigheid, zal niet dol-enthousiast worden over deze speelse ironisering daarvan. Maar een komisch zijlicht daarop moet men toch kunnen verdragen.

De nieuwe enscenering van Mitridate, re di Ponto door regisseur Jonathan Miller en ontwerper Peter Davison is het tegendeel van zo'n Zauberflöte. Het witte decor doet denken aan het werk van Karl-Ernst Herrmann, maar haalt niet dat niveau. Het stuk, door de veertienjarige Mozart geschreven voor Milaan, duurt ondanks coupures drie uur en drie kwartier, inclusief twee pauzes.

Het libretto van Cigna-Santi is fantastisch geconstrueerd vlechtwerk: een eindeloze reeks hoogst ongemakkelijke confrontaties, waarbij de koning, die net een oorlog heeft verloren, zijn twee zonen en twee vrouwen volkomen klem zitten. Alles wat zij doen of laten pakt verkeerd uit. Voor de zonen dreigt zelfs executie. Vlak voor het eind stort het verhaal in - het slot is na een tweede verloren oorlog alleen nog een brallerige nieuwe oorlogsverklaring aan Rome.

De intense en felle voorstelling, soms wat te luid begeleid door de Camerata Academica Salzburg onder leiding van Roger Norrington, is in alle opzichten extreem. Van de vijf mannenrollen worden er drie gezongen door sopranen (vroeger castraten), zodat er naast twee mannelijke zangers vijf sopranen op het podium staan, die vaak ijselijk hoog zingen. Fabelachtig werk wordt geleverd door Cyndia Sieden, Christiane Oelze en Heidi Grant Murphy naast Bruce Ford in de titelrol. Het opvallendst is de travestierol van Vessalina Kasarova als de slechte zoon Farnace. Haar uitbeelding daarvan is zó geniepig en weerzinwekkend, dat je haar/hem wel vanuit de zaal zou willen aanvliegen om hem/haar eens goed door elkaar te schudden.