Zeldzame graasdieren; Lakenvelders zijn luxe-koeien

Zonder koeien zouden de Nederlandse weiden er maar saai bij liggen. De koe hóórt gewoon bij het landschap. Het is dan ook een mooie kleurencombinatie: een flinke lap groen gras met hier en daar wat gezellige zwart-witte beesten erin. Overigens zijn lang niet alle koeien zwart-wit gevlekt.

Koeien zijn verkrijgbaar in de meest uiteenlopende soorten, maten en kleuren. De meest voorkomenden worden 'zwartbont-vee' genoemd. Hebben ze roestbruine vlekken op hun vacht dan noemen we ze 'roodbont'. Dan zijn er nog zogenaamde blaarkoppen, zwarte koeien met witte koppen en grote zwarte kringen rond hun ogen; alsof ze per ongeluk met de mascara zijn uitgeschoten. Verder bestaan er nog wat bijzondere soorten. De mooiste daarvan is ongetwijfeld de Lakenvelder koe. Wat de Rolls Royce is onder auto's, dat is de Lakenvelder onder de Nederlandse koeien. En dat terwijl zo'n Lakenvelder er eigenlijk heel eenvoudig uitziet: zwart van voren, zwart van achteren, en hagelwit in het midden. Alsof je een zwarte koe een wit laken om z'n middel hebt geknoopt. Er bestaan ook rode lakenvelders, maar die hebben verder precies dezelfde tekening op hun vacht. In al z'n eenvoud is het een prachtig beest.

Lakenvelders worden al eeuwenlang gefokt vanwege hun mooie uiterlijk. Vroeger werden ze ook wel park-koeien genoemd, omdat ze als prima donna's mochten grazen in de parken rond dure landhuizen. Je zou ze luxe-koeien kunnen noemen, want Lakenvelders hebben niet meer vlees dan gewone koeien en geven zelfs iets minder melk. De boeren die ze houden worden er dan ook niet rijk van.

Twintig jaar geleden waren er nog maar 500 Lakenvelders over. Het ras dreigde uit te sterven, want als er niet zoveel dieren meer zijn, wordt het steeds moeilijker om zo'n soort in stand te houden. Om te voorkomen dat de Lakenvelder uit het landschap zou verdwijnen stak een groepje Nederlandse boeren in 1979 de koppen bij elkaar. Ze richtten een vereniging op en begonnen Lakenvelders uit te wisselen. Niet alleen binnen Nederland, maar ook met België en zelfs met Amerika. Een paar boeren die in de negentiende eeuw naar de Verenigde Staten waren geëmigreerd hadden hun Lakenvelders meegenomen en waren daar doorgegaan met fokken.

Door de inspanningen van de vereniging van fokkers gaat het weer een stuk beter met de Lakenvelder. Momenteel lopen er zo'n 900 exemplaren tevreden te grazen in de Nederlandse weiden. Langs de IJssel bij Brummen kun je zelfs een kudde van zo'n zestig Lakenvelders bewonderen. Voor alle boeren die veel tijd, geld en liefde in het fokken van Lakenvelders hebben gestopt is er goed nieuws. Er komt geld uit een subsidiepotje van de EEG beschikbaar voor mensen die zich inzetten voor het behoud van zogeheten 'zeldzame graasdieren'. Daarmee bedoelen ze bijzondere paarden-, geiten-, koeien- en schapenrassen. De Lakenvelder is dus niet het enige dier dat profiteert van deze regeling. Ook voor het Mergellandschaap, de Nederlandse landgeit en het Groninger paard breken betere tijden aan.