Victor Hugo in een uitbundige bewerking

Els Pelgrom: De klokkenluider van de Notre-Dame, naar Victor Hugo. Met illustraties van Goele Dewanckel. Uitgeverij Averbode, 112 blz. Vanaf 11 jaar, ƒ 22,50

Op tien maart 1997 plaatste het Franse dagblad Liberation een brief van vijf ontstelde achter-achterkleinkinderen van Victor Hugo. Zij waren verbolgen over de commerciële uitbuiting van het werk van hun beroemde familielid door Walt Disney. Op de filmposter van zijn De klokkenluider van de Notre-Dame kwam Hugo's naam niet eens voor.

De Vlaamse uitgeverij Averbode besloot vanuit eenzelfde verontwaardiging het échte verhaal van Hugo voor kinderen toegankelijk te maken. Zonder een Quasimodo die er eigenlijk toch heel schattig uitziet met zijn grote glanzende ogen, zonder een aangepast, goed einde, maar met behoud van gruwelijkheid en geweld.

In haar nawoord zet bewerkster Els Pelgrom uiteen hoe jong Hugo was toen hij het boek schreef (negenentwintig), en hoe jong zijn figuren eigenlijk zijn. Zigeunerin Esmeralda is pas zestien, Quasimodo twintig: 'Maar in die tijd kreeg een kind geen tijd om kind te zijn. Heel gauw al moesten kinderen leven als volwassenen. Het ging er niet bepaald zachtzinnig aan toe!' Voor wie dit nawoord bedoeld is, is onduidelijk. De beoogde elfjarige lezers vinden zestien en twintig waarschijnlijk stokoud.

Pelgrom betoogt verder hoe kinderen in de vorige eeuw alleen in sprookjesboeken 'griezelige zaken' tegenkwamen. 'Alle grote avonturenromans waren voor volwassenen bestemd. [...]) Nu mogen kinderen zo lang kind blijven dat ze wel eens de behoefte zullen hebben aan iets pittigs.'

Er is op het ogenblik inderdaad een hausse aan griezelverhalen voor kinderen. Van Pelgroms bewerking van De klokkenluider van de Notre-Dame zal het dan ook niet zozeer de gruwelijkheid zijn die kinderen afschrikt (al is het allemaal wel wat geloofwaardiger dan in het doorsnee griezelboek), als wel de onbekendheid met veel van de erin voorkomende omstandigheden en gebeurtenissen.

Pelgrom heeft de oorspronkelijke 650 pagina's van Hugo teruggebracht tot een boek waarin kinderen de grote lijn van het verhaal wel zullen kunnen volgen. Maar de details, die de reikwijdte van het boek bepalen, zullen hen ontgaan.

Hoe luidt de bultenaar van de Notre-Dame de klokken voor 'het angelus en de vespers', en hoe gewichtig is dat? Waarom wordt er 'Zottenfeest' gevierd? Wat impliceert Esmeralda's gelijkenis met een 'novice in een klooster'? Hoe erg is het voor een aartsdiaken om 'zinloos was het leven, en zinloos was het geloof in God' te denken? Of om verliefd te worden? Hoe dacht de schrijver Hugo, in 1831, over de Middeleeuwen waarin het boek speelt? Een verklarende woorden- en begrippenlijst ontbreekt, evenals biografische informatie over Hugo, wiens leven toch ook voor kinderen tot de verbeelding zal spreken.

De illustraties lichten niets toe. Goele Dewanckel maakte weerbarstige lino-snedes, met harde lijnen en schonkige figuren. Hoe de Notre-Dame er nou eigenlijk uitziet, met alle monsters en spuugbeesten die zo uitgebreid beschreven worden, wordt niet duidelijk. Dewanckel beeldde er hoogstens grof, schetsmatig details van af.

De composities maken een onevenwichtige indruk en de afbeeldingen stroken bovendien vaak niet met de informatie in de tekst. Esmeralda is met haar schelpvormige ogen bepaald geen schoonheid, haar geitje is net een gemene bok.

Quasimodo lijkt op een dwerg, terwijl hij heel groot is. Een uitzondering is zijn portret op pagina 43, waar Dewanckel ineens zowel zijn angstaanjagende lelijkheid als zijn aandoenlijke uitstraling getroffen heeft. Maar zijn skelet, dat aan het eind van het boek volgens de tekst Esmeralda's skelet 'stijf omkneld' houdt, zit op de laatste plaat keurig rechtop. Hij heeft haar losjes op schoot, als een piëta.

Wat deze bewerking van De klokkenluider van de Notre-Dame toch de moeite waard maakt is de dramatiek (Esmeralda's held kijkt onbewogen toe als ze bijna wordt opgehangen) en de af en toe zo uitbundige stijl. Quasimido is niet zomaar lelijk: hij heeft een neus als een piramide, een mond als een hoefijzer, een paar scheve tanden (waarvan één net een olifantsslagtand), en rode borstelige wenkbrauwen. Zijn ene oog wordt door een wrat dicht gedrukt. De bultenaar van de Notre-Dame is net een 'in stukken gebroken reus, die verkeerd in elkaar is gezet.'

    • Judith Eiselin