Turkije vreest islamitische ondernemers

Voorstanders van de Westerse oriëntatie van Turkije bezien bezorgd de opmars van islamitische ondernemers die met hun winsten religieuze organisaties steunen.

KONYA, 1 AUG. 'Anatolische tijgers' worden ze genoemd. De nieuwe, snel groeiende, groep van ondernemers in het Turkse binnenland die zowel aansluiting zoeken bij de globale economie als hun islamitische identiteit wensen uit te dragen. Ze vormen een steeds grotere concurrentie voor de gevestigde ondernemers in Turkije, die merendeels vanuit Istanbul en omgeving opereren. De Turkse legerstaf, de traditionele beschermer van het wereldlijke karakter en de Westerse oriëntatie van Turkije, spreekt met afschuw over islamitische ondernemers, die met hun groeiende winsten religieuze organisaties ondersteunen, islamitische scholen opzetten en de omvangrijke islamitische media financieren. Heimelijk wordt er zo aan gewerkt het seculiere Turkije omver te werpen. Müsiad, de organisatie van islamitisch georienteerde ondernemers in Turkije, heeft inmiddels 3.000 leden, veelal in de industriesteden in Centraal- en Zuidoost-Turkije, met een gezamenlijke omzet van 2,8 miljard dollar.

Zeker 100 ondernemingen ondersteunen de invoering van de shariat, het islamitische recht, volgens informatie van de rechterlijke macht, academici en de militairen. Het vermogen van de zes grootste bedrijven in deze rij wordt door hen op meer dan 700 miljoen dollar geschat, gevolgd door vijf ondernemingen met een bezit van tussen de 140 en 350 miljoen dollar.

Konya, in Centraal-Anatolie, is het Vaticaan van van Turkije: het centrum van de politieke islam. Vanuit deze stad, met inmiddels meer dan een miljoen inwoners, begon de leider van de religieus-fundamentalistische Welvaartspartij, Necmettin Erbakan, in 1969 zijn politieke carriere. Vorig jaar keerde hij er zegevierend terug. Niet alleen als voorman van wat inmiddels de grootste partij is in Turkije, maar eveneens als premier van een regering van zijn Welvaartspartij met de conservatieve Partij van het Juiste Pad (DYP). Ruim zeventig jaar na de oprichting van de seculiere Turkse republiek waren de religieus-fundamentalisten er opnieuw in geslaagd om hun stempel op de nationale politiek te drukken.

Midden juni heeft Erbakan, na een regeerperiode van ruim elf maanden, op instigatie van het Turkse leger het veld moeten ruimen. Het land wordt weer geleid door een seculiere regering. Toch heerst er allerminst een grafstemming in Konya, waar de Welvaartspartij bij de laatste verkiezingen 41,8 procent van de stemmen behaalde, bijna twee keer zoveel als het nationale gemiddelde. De faam van de stad beperkt zich al lang niet meer tot die van het centrum van de politieke islam. Konya staat tevens model voor het opkomende islamitische ondernemersschap en de industriele groei. 'We hebben inmiddels 20.000 leden', zegt Hüseyin Üzülmez, voorzitter van de Kamer van Koophandel, trots. 'Daarnaast telt Konya nog eens 75.000 middenstanders.'

Konya is een relatief rijke stad, met nauwelijks werkloosheid. Er zijn geen verarmde buitenwijken; er is volop industrie en er wordt overal gebouwd. De prijs van brood is het laagste in heel Turkije. Ook het openbaar vervoer en leidingwater kosten er minder dan in de rest van het land. De holding die de economie van Konya in belangrijke mate domineert, is de eind 1988 opgerichtte Kombassan-groep. Het was met name dit snel groeiende islamitische concern dat de legerstaf afschilderde als gevaar voor het seculiere, wereldlijke Turkije.

Pagina 15: Kombassan schuwt bankredieten en rentes

Directeur Hasim Bayram, een voormalige onderwijzers met sterke nationalistische en islamitische sympathien, is er in ruim ruim acht jaar tijd in geslaagd om een conglomoraat op te zetten van ruim 30 ondernemingen met 23.000 werknemers. Het concern opereert in tal van sectoren van de papier- en verpakkingsindustrie, bouwmaterialen, textiel, de schoenen- en leerbranche, de transportsector en toeristenmarkt tot hypermarkten en de produktie van autobanden. Met vestigingen in de provincies Konya, Karaman, Mersin, Mugla en Istanbul, maar ook in Kazachstan, Duitsland en Bosnië. En het sponsert ondermeer Konya Kombassan Spor, een van de beste basketbalteams in Turkije. “Ons streven is om in het jaar 2000 in elke Turkse provincie een vestiging te hebben, met in totaal 100.000 werknemers”, benadrukt onder-directeur Hasim Sahin

Wie het hoofdkantoor van de Kombassan-groep - de vijfde verdieping van een kantorencomlex in het hart van Konya - wil betreden, moet net als in een moskee zijn schoenen bij de deur uittrekken. De burelen van de directie zijn slechts op plastic slippers te bereiken. Het zijn eenvoudige vertrekken, met weinig meubilair. Ook het pak van onder-directeur Sahin, eveneens een voormalige onderwijzer, lijkt niet ontworpen en vervaardigd door een Italiaans modehuis. Sahin spreekt over het belang van industriële ontwikkeling en de noodzaak het welzijn van de Turkse bevolking op te vijzelen. En de verwerpelijke tendens in Turkije om in de financiële sector te investeren, in plaats van fabrieken op te zetten en arbeidsplaatsen te creëeren. “Het is deze formule, de liefde voor het volk, die Kombassan in korte tijd groot heeft gemaakt”, meent Mehmet Yüksel, hoofd van de hyper-moderne drukkerij van Kombassan, gevestigd op het tweede industrieterrein buiten de stad. Yuksel woonde 15 jaar in Zaandam, had er een eigen drukkerij en werd enkele jaren geleden door Kombassan aangezocht om bij hun te komen werken.

Het concern wordt door experts aangemerkt als het beste voorbeeld in Turkije van een islamitische onderneming. Het is opgezet en de groei wordt gefinancierd met geld van kleine investeerders in Turkije en het spaargeld van Turkse families in West-Europa. Kombassan heeft naar verluidt inmiddels 30.000 aandeelhouders, die minimaal een aandeel (1.100 D-mark) bezitten. Niemand bezit meer dan 0,1 procent van het totale aandelenpakket. Experts schatten de banktegoeden en het goud in de vorm van sieraden van de 3 miljoen Turken die in het buitenland wonen op rond de 400 miljard dollar. Voor Turkije zelf wordt een bedrag van 100 miljard dollar genoemd. Het merendeel van de Turkse beleggers in Kombassan woont in Duitsland. Yuksel schat hun aantal in Nederland op tussen de 3.000 en 4.000. Een belangrijk deel van hen behoort tot Milli Görüs (nationaal gezicht), een radikale-islamitische organisatie die veelal in West-Europa opereert en die verbonden is met de Welvaartspartij in Turkije. “Het vertrouwen van de beleggers in Kombassan”, aldus onder-directeur Sahin, “wordt groter naarmate het bedrijf groeit. In het begin moesten we hen met woorden, plannen en ideeën overtuigen. Nu is het succes van onze onderneming voor iedereen zichtbaar.” Drukker Yuksel legt een hand op zijn hart om aan te geven waar het vertrouwen van de beleggers eveneens op is gestoeld: “Op ons gemeenschappelijke geloof, de islam.”

Kombassan schuwt overheidssteun, bankkredieten en rentes, allemaal zaken die door een goede moslims als 'haram' -verboden- worden beschouwd. Het bedrijf keerde vorig jaar aan de beleggers naar verluidt een winst van 18,18 procent uit. Het geld wordt vaak per koerier aan hen persoonlijk overhandigd. Een hoge functionaris van Kombassan werd eerder dit jaar op het vliegveld van Ankara aangehouden met 1,5 miljoen Duitse marken op zak. Dat onderstreepte de indruk in seculiere kringen in Turkije dat de islamitische onderneming met zwart geld werkt. In maart van dit jaar was de Raad van Toezicht op de Kapitaalmarkt al een onderzoek gestart, omdat er sterke aanwijzigingen waren dat Kombassan zich inderdaad niet aan de wet hield. Een bedrijf met meer dan 100 aandeelhouders moet toestemming aanvragen bij de Raad van Toezicht op de Kapitaalmarkt, wat Kombassan pas midden vorig jaar deed. De Raad liet in juni beslag leggen op de toegoeden van het islamitische concern, 489 miljoen Duitse marken. En er werden advertenties in Turkse kranten in Europa geplaatst om de landgenoten ervan te weerhouden nog langer aandelen van de Kombassan-groep te kopen. Maar de Raad van Toezicht op de Kapitaalmarkt en Kombassan zijn inmiddels tot overeenstemming gekomen. “De populaire Turkse media voeren een hetze tegen Kombassan”, aldus de voorzitter van de Kamer van Koophandel in Konya. “Als er daadwerkelijk met zwart geld wordt gewerkt dan hadden ze de vertegenwoordiger van Kombassan die op het vliegveld werd aangehouden wel berecht, in plaats van hem al na enkele uren weer vrij te laten.”

Maar de achterdocht is niet helemaal onterecht. Net als directeur Bayram wil ook onderdirecteur Sahin in een gesprek in zijn kantoor maar weinig financiële informatie kwijt. “Gaat u maar in onze bedrijven kijken”, luidt zijn advies. De omzet van de islamitische onderneming werd eind 1996 op 600 miljoen dollar geschat. Kombassan-directeur Bayram kondigde toen aan dat hij in de komende vier jaar 1 miljard dollar wil investeren. Het Turkse weekblad Aktüel Para schat zijn persoonlijke bezit op 830 miljoen dollar, waardoor hij tot de rijkste ondernemers van Turkije behoort. De werknemers en aandeelhouders spreken Bayram nog steeds aan met 'hoca' (meester). In hun ogen is hij ondanks zijn succes een eenvoudige man gebleven die geen misbruik maakt van zijn machtspositie, die hard werkt, niet corrupt is en die een onbaatzuchtige liefde voor zijn land aan de dag legt.