Stoere woorden van een gevoelige jongen

Ato Boldon liep dit seizoen met 9,89 seconden de snelste tijd op de 100 meter. De 23-jarige sprinter uit Trinidad is daarmee de zesde atleet in de geschiedenis die onder de 9,90 bleef. Zijn voorgangers waren allemaal een stuk ouder dan Boldon toen ze tot hun topprestaties kwamen.

ATHENE, 1 AUG. Ato Boldon vindt het huidige wereldrecord op de 100 meter, 9,84 seconden van de Canadees Donovan Bailey, niet bepaald scherp. Dat moet spoedig te verbeteren zijn, stelt hij. De onbescheiden Boldon heeft dit seizoen zijn zinnen gezet op én het wereldrecord én de wereldtitel. “Het zou het mooiste zijn als dat in één race lukt”, zegt hij.

Dat moet dan zondagavond in Athene gebeuren. Dan staat de WK-finale op de 100 meter op het programma. Het moet gezegd dat Boldon gezien de resultaten in het voorseizoen een goede kans op goud heeft. Hij liep in mei niet alleen een imponerende 9,89, maar hij toonde zich de afgelopen maanden bovendien constanter dan olympisch- en wereldkampioen Bailey, de Namibiër Frankie Fredericks en de nieuwe jonge Amerikaanse kampioen Maurice Green, een trainingsmaatje van Boldon.

Boldon heeft later in de week in Athene nog een ijzer in het vuur. Ook op de 200 meter staat de beste jaarprestatie achter zijn naam (19,77). En aangezien wereldrecordhouder Michael Johnson heeft besloten bij de WK alleen de 400 meter te lopen, liggen de kansen ook hier goed. Een spectaculaire dubbel voor Boldon behoort tot de mogelijkheden.

Maar al eerder waren de verwachtingen hooggespannen. Daarom vielen de bronzen medailles van Boldon bij de laatste WK en de Olympische Spelen van Atlanta wat tegen. Het waren steeds invloeden van buiten die hem van zijn stuk brachten. Bij de WK van 1995 in Göteborg zei Boldon tijdens de 100-meterfinale te zijn geschrokken van het geschreeuw van Bailey naast hem. Een jaar later in Atlanta had hij last van de protesterende veteraan Linford Christie die wegens twee valse starts werd gediskwalificeerd. Na de finish barstte de aangeslagen Boldon in tranen uit.

Zijn concurrenten moesten lachen om zo veel gevoeligheid. Toen Boldon al in het begin van dit seizoen snelle tijden liep, reageerde Bailey vol cynisme met de opmerking dat hij blij was voor Mister Boldon. Hij hoopte dat zijn jonge collega ook zo hard zou kunnen “als het echt telde”. Boldon zelf zegt te zijn veranderd. Hij heeft na de Spelen niet alleen aan de verbetering van zijn laatste dertig meter op de sprint gewerkt, maar ook aan zijn concentratie. “Voor mij is er geen verschil tussen een WK- of olympische finale en een andere wedstrijd. Ik wil altijd winnen. En het maakt me dan niet uit waar, wanneer en tegen wie dat is”, zegt Boldon.

Nu moet hij zijn stoere woorden in de praktijk gaan brengen. Boldon vindt zichzelf geen bluffer. Hij verwijst naar een van zijn oude sporthelden, de bokser Muhammad Ali. “Hij praatte niet alleen veel om het publiek te overtuigen, maar ook zichzelf. Voor mij geldt hetzelfde.”

De extroverte Boldon is duidelijk een pupil van trainer John Smith. De voormalige wereldrecordhouder op de 400 meter spoort zijn atleten aan geen geheim te maken van hun ambities. “Kampioenen zijn altijd op zoek naar het onbekende”, zegt de kleurrijke Smith. “Ze willen altijd meer, altijd sneller. Daarom worden ze vaak niet begrepen door gewone mensen. Toch mag ze dat er niet van weerhouden zich uit te spreken. Er werd gezegd dat Vincent van Gogh gek was, dat Martin Luther King gek was, dat Gandhi gek was. Van alle groten op aarde werd beweerd dat ze krankzinnig waren. Maar ze waren de rest van de wereld ver vooruit. Pas later kwam de waardering.”

Ato Boldon is nog geen kampioen, maar hij gaat er volgens Smith wel één worden. Zijn bronzen medailles zorgden in Trinidad al voor veel enthousiasme. Ato Boldon is een held in zijn vaderland. Na de Olympische Spelen werden liefst zes Calypso-hits uitgebracht over zijn successen. Boldon wordt naast koffie, olie, rum en suiker als een exportprodukt van zijn land gezien, maar de atleet zelf woont al jaren niet meer 'thuis'. In 1988, op 14-jarige leeftijd, verhuisde hij met zijn Jamaïcaanse moeder naar de Verenigde Staten.

Het is het verhaal van de meeste atletieksterren uit exotische oorden. Zij hebben een belangrijk deel van hun sportopleiding aan Amerikaanse universiteiten genoten. Boldon werd als sprinter ontdekt tijdens het voetballen. Hij kwam met een sportbeurs op de universiteit van Los Angeles (UCLA) terecht en trof daar John Smith. Op 18-jarige leeftijd deed Boldon al mee aan de Spelen van 1992 in Barcelona. Mede door de naweeën van een virusziekte kwam hij daar niet door de series heen.

Boldon raakte in die ene race in Barcelona wel zeer geïmponeerd door een van zijn opponenten, de latere olympisch kampioen Linford Christie. “Met dat lichaam en die persoonlijkheid moest ik wel naar hem kijken”, aldus Boldon. De concurrentie moest in het vervolg ook op hem, Ato Boldon, gaan letten, vond hij. Hij ging zich verdiepen in de techniek en instelling van andere topatleten. Kennis geeft macht, weet hij inmiddels. Later in '92 werd Boldon in Seoul zowel op 100 als 200 meter wereldkampioen bij de junioren. Hij was daarmee de eerste die de dubbel won sinds Carl Lewis.

Boldon boekte vervolgens ook als senior snel progressie. Elk jaar scherpte hij zijn tijden flink aan. Hij is met zijn 23 jaar de jongste atleet die de 100 meter onder de 9,90 liep. Zijn vijf voorgangers - Bailey, Burrell, Christie, Fredericks en Lewis - waren allen een stuk ouder. Zo was Bailey 29 jaar toen hij vorig jaar het wereldrecord op 9,84 bracht en liep Lewis in 1991 in Tokio als 30-jarige zijn persoonlijk record van 9,86.

Jongeman Boldon heeft dus nog wat jaren te gaan. De sprinter uit Trinidad is echter ongedurig. Boldon vindt het ook de hoogste tijd in Athene “van kleur te veranderen”. Zoals hij het vanochtend formuleerde: “Waar kun je je goudverzameling beter beginnen dan in Athene, de bakermat van de atletiek?”