Reünie

Het laatste nieuws uit het dodenrijk luidt dat er in oktober een nieuwe plaat van The Doors verschijnt. De betreurde voorzanger Jim Morrison, in 1971 overleden aan een hartaanval, blijkt aan een vriendin vier songs te hebben nagelaten die nooit eerder op de plaat werden gezet.

Met eigen pianobegeleiding zingt hij ze op een bandje, dat na de dood van die vriendin in handen is gekomen van Ray Manzarek, John Densmore en Robbie Krieger, de drie overgebleven leden van de allang opgeheven groep. Zij zullen nu, na jarenlange onderhandelingen met de erven, nieuwe instrumentaties toevoegen aan de stem van hun dode zanger. Hij zou er danig van opkijken, de tot veler verbeelding sprekende Jim Morrison: zelf stierf hij immers veel te vroeg om de introductie van de cd nog te hebben meegemaakt.

The Doors volgen - zo stond het deze week ook te lezen in alle berichten over het project - het voorbeeld van de drie overgebleven Beatles die zich anderhalf jaar geleden verenigden met de in 1981 vermoorde John Lennon. Diens zachtjes deinende Free as a bird, ooit op een amateurbandje opgenomen met stem en piano, werd door Paul McCartney, George Harrison en Ringo Starr verwerkt tot een harmonieus wegwerpliedje dat de gemiddelde Beatle-fan in ernstige gewetensnood bracht: moest hij gelukkig zijn omdat er nog een onbekend nummer was ontdekt, of moest hij vooral de kunstmatigheid betreuren van een reünie die nooit meer een echte reünie kon zijn?

Er waren trouwens al eerdere voorbeelden in dit genre. Zo zong Natalie Cole in de jaren tachtig mee met een opname die haar allang overleden vader Nat (King) Cole had gemaakt van het nummer Unforgettable, en op een dit voorjaar verschenen verzamel-cd van het werk van wijlen Willy Alberti prijkt een postuum duet met André Hazes.

Ogenschijnlijk lijkt er niet veel verschil te zijn tussen zo'n duet met een dode en de duetten-cd die Frank Sinatra een paar jaar geleden maakte met uiteenlopende meezangers als Julio Iglesias en Bono van U2. Ook in dat geval stonden de duettisten niet in dezelfde studio te zingen; de oude Sinatra voelde er weinig voor naar allerlei verschillende studio's af te reizen, terwijl lang niet alle gastvocalisten in de gelegenheid waren lijfelijk in de studio van Sinatra aanwezig te zijn. Het synthetische resultaat was er trouwens naar; nergens sprong vanzelfsprekend ook maar één vonk tussen de zangers over.

Maar goed, in dat geval waren beide partijen tenminste nog zelf in staat te bepalen aan welke onderneming ze hun medewerking wilden verlenen. En dat is niet het geval als de levenden muziek gaan maken met de doden. Het ongemakkelijke gevoel dat ik daarbij krijg, heeft vooral dáármee te maken: misschien had John Lennon wel een meeslepende rock ballad in zijn hoofd toen hij tastend met het nummer bezig was, in plaats van de zoete meezinger die er onder leiding van Paul McCartney van is gemaakt. En misschien had Jim Morrison ook wel iets heel anders voor ogen dan wat The Doors nu met die vier nummers gaan doen.

Nee, zeggen de betrokkenen altijd, het gebeurt allemaal volstrekt in de geest van de overledene. Maar het kan geen toeval zijn, dat dat ook altijd precies hetzelfde is als wat de levenden willen.