Reken effecten voor het milieu in de prijzen door; Integrale prijzen vergroten de keuzevrijheid

Veel negatieve effecten voor het milieu komen niet in de prijzen tot uitdrukking. Leo Dietz stelt voor hier snel een eind aan te maken.

Het milieu heeft dit jaar de twijfelachtige eer een zilveren jubileum te vieren. Precies een kwart eeuw geleden verscheen het eerste rapport aan de Club van Rome. Sindsdien is er veel gebeurd, maar ook veel niet. De kern van het rapport is nog altijd actueel. We zijn nog steeds bezig onvervangbare natuurlijke bronnen in sneltreinvaart uit te putten en onze omgeving op grote schaal te vervuilen.

Wat velen zich niet schijnen te realiseren, is dat dit ook een aanslag betekent op onze economie. De natuur is een onmisbare productiefactor. Goed milieubeleid dient dus ook een economisch belang. Het is verbazingwekkend dat het meest effectieve instrument hiervoor nauwelijks wordt gebruikt: het prijsmechanisme. In onze samenleving is geld een dominante regulerende factor. Producenten en consumenten laten zich in belangrijke mate leiden door prijzen van goederen en diensten. Vaak vormen deze echter geen goede afspiegeling van de werkelijke kosten. Vooral milieuvervuilende producten zijn meestal te goedkoop omdat allerlei externe effecten niet in de prijs zijn meegenomen. Het gaat hier om kosten die niet onmiddellijk zichtbaar. Denk aan de milieuvervuiling door de bio-industrie of de geluidsschermen langs autosnelwegen. Ook subsidies verstoren een reële prijsvorming. Het grote bezwaar van zulke onvolledige prijzen is dat er geen adequate keuzes meer (kunnen) worden gemaakt. Men kiest iets wat goedkoop lijkt, terwijl die keuze voor de samenleving misschien wel het duurst is.

Dit kan verholpen worden door zogeheten integrale prijzen. Prijzen waarin alle kosten zijn verwerkt die we als maatschappij maken voor de productie en consumptie van dat product. Deze zullen leiden tot ingrijpende veranderingen. Als individu hebben we meer te kiezen, we gaan duurzamer leven en onze welvaart stijgt omdat we onze schaarse middelen beter kunnen inzetten.

Voor bedrijven betekenen integrale prijzen dat ze op eenvoudige wijze worden gestimuleerd om duurzamer te produceren. Dat wordt namelijk goedkoper. En ook consumenten zullen zich 'vanzelf' duurzamer gaan gedragen. Producten die slecht zijn voor het milieu zijn duur en worden minder gekocht en voor milieusparende producten geldt het omgekeerde. De consument blijft zijn eigen vrijheid houden omdat er minder regels, moraliserende verhalen, voorlichtingscampagnes en ingewikkelde afwegingen nodig zijn.

Natuurlijk zijn er ook nadelen verbonden aan integrale prijzen. Onze producten, productieprocessen en consumptie moeten ingrijpend aangepast worden. Dit zal ingaan tegen gevestigde belangen. Hierbij dient echter te worden bedacht dat dit slechts tijdelijk pijn doet en geweldige innovaties kan uitlokken, waardoor we een sprong voorwaarts kunnen maken. Bovendien moet niet worden vergeten dat onze economie in beweging is. Er komen steeds nieuwe economische activiteiten bij, terwijl andere verdwijnen.

Een voorbeeld. Uit een oogpunt van duurzaamheid is het van groot belang dat het autoverkeer wordt teruggedrongen. Ondanks alle vooruitgang blijft de auto een vervoermiddel dat schaarse grondstoffen gebruikt, de lucht vervuilt, geluidsoverlast veroorzaakt en veel schaarse ruimte inneemt. Autorijden wordt algemeen als duur ervaren. Toch betaalt de automobilist in feite maar een deel van de werkelijke (maatschappelijke) kosten. De rest wordt betaald door anderen. Denk aan de kosten van congestie, politie-inzet en luchtverontreiniging. Zo betalen degenen die geen auto bezitten mee aan het autorijden. En wie weinig rijden betalen mee voor de veelrijders. Zo'n automobilist kan echter geen reële afweging maken. Hij krijgt slechts een deel van de kosten in rekening gebracht. Daar komt dan nog bij dat de meeste kosten niet variabel zijn. Belasting, verzekering en afschrijving worden nauwelijks of niet beïnvloed door de hoeveelheid kilometers die je rijdt. Voeg daarbij het gemak van een auto en de geringe kwaliteit van het openbaar vervoer, en het is duidelijk waarom Nederland dichtslibt.

Als alle kosten bij de automobilist in rekening worden gebracht, bijvoorbeeld door de benzineprijs op 5 gulden per liter te brengen, zullen de meeste automobilisten zich wezenloos schrikken. Toch worden die kosten ook nu gemaakt. Het nieuwe systeem zal dan ook leiden tot een algemene belastingverlaging. Wie een gemiddeld aantal kilometers rijdt, zal er noch op vooruit noch op achteruit gaat. Wie meer dan gemiddeld rijdt, gaat er op achteruit en wie minder rijdt heeft voordeel. Maar er verandert natuurlijk veel meer. Vóór iedere autorit volgt voortaan een echte afweging: ga ik met de auto, neem ik de fiets of het openbaar vervoer of ga ik misschien wel helemaal niet? Er is weinig fantasie voor nodig om in zien dat dit een aanmerkelijke verlichting betekent van het fileprobleem, zonder ingewikkelde regelgeving en kostbare systemen voor rekeningrijden.

De tegenwerping zal zijn dat Nederland dit niet in zijn eentje kan doen. Zoiets zou minimaal in Europees verband moeten gebeuren. Dat verdient natuurlijk ook de voorkeur. Maar dat argument wordt te gemakkelijk gebruikt als een alibi om gevestigde belangen te beschermen. Wanneer andere landen nog niet zo ver zijn, hoeven wij niet lijdzaam af te afwachten. Bovendien wordt in andere landen precies hetzelfde argument gebruikt. Op zijn minst kan Nederland zich in Europees verband sterk maken voor zo'n beleid. Daarnaast kunnen we beginnen met voortvarend werk te maken van een vergroening van ons belastingstelsel. Milieusparende activiteiten worden toch ook gestimuleerd?

Invoering van integrale prijzen zou het Nederlandse bedrijfsleven een geweldige innovatie-impuls geven waardoor het een voorsprong krijgt op collega's in andere landen. Doordat we met de Deltawerken innovatief waren, kunnen Nederlandse bedrijven hun kennis nu over de hele wereld te gelde maken. Zou het geen idee zijn om zo ook de externe autokosten vast meteen in rekening te brengen, zoals nu al gebeurt met gas, water en licht, via een verzegelde kilometerteller in combinatie met een voorschot en jaarlijkse afrekening bij de APK?