Opera over de verdorven macht

Als gitarist/zanger van de 'alternatieve rockgroep' The Dead Motherfuckers brengt Klaas ten Holt, een 'avondverpestend programma'. Ondertussen werkt hij aan zijn tweede opera, 'Tamerlan'.

De Tamerlansuite wordt op 14 december uitgevoerd in Vredenburg tijdens de Nederlandse Muziekdagen in Utrecht. Binnenkort verschijnt de eerste cd van The Dead Motherfuckers, 'Coming Out'. De bekroonde filmmuziek bij Zwarte Sneeuw is bij de NCRV op cd uitgebracht onder nummer DTM 631100-2.

AMSTERDAM, 1 AUG. Ruim drie jaar werk zit er in, het manuscript heeft inmiddels de omvang van een Statenbijbel, maar binnenkort zal componist Klaas ten Holt de laatste noten van zijn tweede opera neerschrijven. Hoewel hij nog geen podium voor zijn magnus opus heeft gevonden, is hij vastberaden. “Deze opera gaat zéker”.

Tamerlan is een oosters koningsdrama en vertelt het verhaal van Timur Lenk, een Mongoolse agressor uit de veertiende eeuw. In zijn overmoed, zo wil de overlevering, gebruikte hij de verslagen Turkse keizer Bayaset eens als voetenbankje. “Tamerlan staat voor maximaal geweld, blinde ambitie en gebrek aan verantwoordelijkheid. Mijn opera gaat over eigenlijk alle verdorvenheden van mannen met macht”.

Als het aan Ten Holt had gelegen zou hij ononderbroken aan zijn opera hebben geschreven, maar zonder opdrachtgever of subsidie is dat volgens hem onmogelijk. Op dit moment verdient hij zijn brood dan ook vooral met filmmuziek. Voor zijn muziek bij de televisieserie Zwarte Sneeuw van Maarten Treurniet kreeg hij vorige maand in Bonn de Internationaler Preis für Film- und Medienmusik van de Deutschen Phonoakademie. De succesvolle samenwerking met Treurniet ten spijt zijn Ten Holts ervaringen met regisseurs niet altijd positief.

“Op de een of andere manier denken regisseurs altijd dat er muziek bij hun film moet. Het moet van de producent, of er wordt niet over nagedacht. Ik heb wel eens meegemaakt dat een regisseur zei: 'deze shots zijn eigenlijk mislukt, maar ze moeten er toch in. Dus ga ze maar een beetje redden'. En bij een kinderserie van 25 minuten vroegen ze mij voor 22 minuten. Dat is absurd. Die regisseur heb ik toen naar een film van Buñuel gestuurd. Die heeft namelijk nooit muziek. De man kwam terug met het verhaal dat hij de muziek zo mooi vond”.

Beginnende componisten zijn niet vaak in de gelegenheid om hun orkestmuziek in hun volle omvang te horen. Daarom verwerkte Ten Holt delen uit zijn nieuwe opera in de bekroonde muziek bij Zwarte Sneeuw. “Dat was heel handig. Ik kon zo wat dingen uitproberen. Het is belangrijk om je voorstellingsvermogen te ontwikkelen, en dat kan alleen als je gespeeld wordt”.

Zijn werk als filmcomponist wisselt hij af met optredens van de Amsterdamse popgroep The Dead Motherfuckers. De in 1995 opgerichte driemansformatie, met Bibian Harmsen op bas en Bart van Helsdingen op drums, is, zoals de wat robuuste naam wellicht doet vermoeden, geen heavy metal-groep. “Popmuziek is voor mij gewoon I love you”. Binnenkort verschijnt hun eerste CD Coming Out, met eigen nummers in, zegt Ten Holt, 'een samenraapsel van stijlen'. “Die naam geeft nogal eens moeilijkheden. Vorig jaar zaten we in de finale van de Battle of the Bands-popprijs. Een dag voor ons optreden belde een Amerikaans jurylid op. Als we onze naam niet veranderden zou ze ons in geen geval laten winnen. Ze vond het beledigend voor moeders”.

Klaas ten Holt studeerde compositie bij Daan Manneken aan het Amsterdamse Sweelinck Conservatorium en voltooide zijn opleiding in 1995 bij Theo Loevendie in Den Haag. Zeven jaar geleden maakte hij zijn operadebuut. Hij voer toen met het operaschip de Azart langs Duitse en Nederlandse havenplaatsen. Op het dek van het schip vond de uitvoering van zijn eerste opera plaats. Where the cross was made, gebaseerd op een eenakter van Eugene O'Neill, was een samenwerking met librettist en regisseur Carel Alphenaar.

“Ik beschouw The Cross niet als een jeugdzonde, maar Carel en ik hadden allebei het idee dat we meer in huis hadden”. Alphenaar bewerkte vervolgens een zeventiende-eeuws toneelstuk van Johan Serwouters tot operalibretto.

Het componeren van een opera is volgens Ten Holt vooral “de plot zo goed mogelijk muzikaal te omlijsten. Daarbij moet je grove middelen niet schuwen. Ja, alles mag. Als ik zou denken: 'hier moet opeens een hard-rock band', dan zal ik het niet nalaten. Het moet alleen wel werken, het is theatermuziek.”. Klaas ten Holt vindt dat hij bij elk stuk een nieuwe techniek moet ontwikkelen die op dat stuk past. Maar hij pretendeert niet de muziek te willen vernieuwen. “Ik weiger verantwoordelijkheid te nemen voor de operageschiedenis”.

Voor Tamerlan vond Ten Holt een techniek uit die gebruik maakt van boventonen. “Bij elke noot die je speelt klinken die mee. Ze maken voor een groot deel de klankkleur van een instrument uit.” De componist slaat een akkoord aan op zijn piano en fluit de boventonen mee. “Die tonen vormen een cluster in het hoge register. Sommige daarvan haal ik er uit en belicht die extra. Ik ben zo in staat de klankkleur van het orkest te manipuleren. Het is alsof je naar een kleurenspectrum kijkt door een steeds wisselend raster, een kaleidoscoop.

“Ik probeer uit te vinden wat mijn taal is, wat mijn klanken zijn”, legt hij uit. “Wat kunst interessant maakt is het persoonlijke, als het iets heeft dat een persoonlijkheid doet vermoeden. Op zichzelf is dat niet van deze tijd. Wél van deze tijd is dat alles naast elkaar bestaat. Veel componisten maken van hun techniek hun credo. Maar als iemand zegt: 'ik maak minimal music', dan betekent dat voor mij niks. Wat hij binnen een bepaald idioom doet, wél”.

De opera Tamerlan is nog steeds niet af, maar Ten Holt is er van overtuigd dat hij wordt uitgevoerd. Hij mikt op het Amsterdamse Muziektheater en stuurde het libretto en delen van de partituur naar intendant Pierre Audi. “Daar heb ik nog geen reactie op gekregen. Voor de Nederlandse Muziekdagen in december heb ik een suite uit Tamerlan gedestilleerd. Stel je voor dat het succes heeft, dan heb ik misschien een betere introductie bij de Nederlandse Opera”.

Na Allessandro Scarlatti's Il Gran Tamerlano (1704) en Händels Tamburlaine (1724) moet Tamerlan opnieuw de operapodia onveilig maken. De enorm hoge kosten van een operaproductie en het relatief kleine afzetgebied van een Nederlandstalige opera neemt hij voor lief. “Het is voor een beginnend componist hoe dan ook onverstandig om zo'n groot werk te schrijven. Maar ik wil bewijzen dat zo'n opera nog mogelijk is.”.