Ook CDA bereid tot concessies aan Gümüs

DEN HAAG, 1 AUG. Ook het CDA ziet nu mogelijkheden het gezin-Gümüs in Nederland te houden. Als laatste van de vier grote Tweede-Kamerfracties wijkt het CDA af van zijn oorspronkelijke opvatting dat de Turkse kleermaker Gümüs en zijn familie het land uit moeten, omdat zij illegaal in Nederland verblijven en niet voldoen aan uitzonderingsregelingen.

Daarmee is de kans zeer groot geworden dat het gezin-Gümüs in Nederland mag blijven. Op welke gronden dat precies gebeurt moet een Kamerdebat uitwijzen, dat na het zomerreces aan de kwestie wordt gewijd.

De CDA-fractie ontving de afgelopen dagen veel telefoontjes van verontruste leden die vonden dat Gümüs en zijn familie in Nederland moeten blijven. Ook de Amsterdamse raadsfractie van het CDA liet de Tweede-Kamerfractie weten het standpunt niet te delen. Daarop creëerde het CDA-Kamerlid A. Bijleveld gisteren een opening door te verwijzen naar een vonnis van de Haagse rechtbank. Die stond twintig illegaal in Nederland verblijvende Oost-Europese prostituees toe hier te blijven zolang zij kunnen aantonen als zelfstandig ondernemer te werken. “Het is dan wel erg wrang voor Gümüs het land uit te moeten, terwijl hij ook zelfstandig ondernemer is”, aldus Bijleveld. “In het Kamerdebat moet staatssecretaris Schmitz maar eens uitleggen waarom die vergelijking niet op gaat.”

De Haagse rechtbank kwam tot haar toestemming op basis van enkele associatieverdragen met Polen, Tsjechië en Slowakije. Tot nog toe heeft Gümüs zonder succes een beroep gedaan op een regeling die het mogelijk maakt hier te blijven wanneer dat een economisch belang van Nederland dient.

Bijleveld is het niet eens met PvdA-fractievoorzitter Wallage, die zich gisteravond in het televisie-programma Het Reces voorstander toonde van versoepeling van de wettelijke regels rond verblijfsvergunningen. De zaak-Gümüs toont volgens Wallage aan dat een soepeler toepassing onder voorwaarden op zijn plaats is bij mensen “die op een fatsoenlijke wijze de kost verdienen”. Volgens Bijleveld “moet de regeling dan wel heel erg versoepeld worden, want Gümüs komt niet eens in buurt van de bepalingen die het mogelijk maken te blijven.”