Middenklasse zoekt de stekker

Michael F. Brown: The channeling zone. American spirituality in an anxious age. Harvard University Press, 235 blz. ƒ 51,70

In de jaren zestig sprak de geest 'Seth' via het Amerikaanse New Age-medium Jane Roberts. Maar toen haar boeken bestsellers werden, begon Seth in de jaren zeventig opeens ook te spreken via allerlei andere suburbane Amerikaanse huisvrouwen. De juridische en theologische rechten op Seth's eeuwige wijsheden worden nog druk bevochten.

Zulke anekdotiek - te vinden in Michael Browns The Channeling Zone - voedt de scepsis omtrent 'channeling', het spreken via mediums dat in de New Age beweging een populair tijdverdrijf is geworden. Maar de antropoloog Brown, die onderzoek deed onder channeling-groepen, benadert zijn onderwerp niet cynisch en evenmin naïef. Af en toe worden zijn verslagen van séances langdradig, en de ondertitel van zijn boek is wat al te ambitieus, maar Brown maakt toch een aantal interessante opmerkingen over het verschijnsel die verder strekken dan alleen de branche van het geestesbezweren zelf.

Brown interpreteert 'channeling' als een tak van de psychologische self help industrie die in de VS inmiddels een forse omvang heeft bereikt met een geschatte jaaromzet van 10 tot 14 miljard dollar. Via 'channels' krijgen vooral welgestelde en blanke Amerikanen adviezen uit het geestenrijk over hun persoonlijke leven, de reputatie van de buurt en de koers van de kosmos. Het is een manier waarop de losgekoppelde middenklasse zich toch weer 'ingeplugd' kan voelen in wat er in de rest van het heelal gebeurt.

Ook al lijkt geesten oproepen misschien wat Europees, het is in de VS geen nieuw verschijnsel, merkt Brown op. Spiritisme beleefde daar een eerste bloeiperiode in de tweede helft van de vorige eeuw, evenals bij ons een tijd van snelle maatschappelijke veranderingen en levensbeschouwelijke nooddruft. Ook toen zocht vooral de geprivilegieerde klasse, bedreigd door een genivelleerde en 'wetenschappelijke' samenleving, het heil in het hogere.

Maar Brown wijst ook op de verschillen. De negentiende-eeuwse spiritisten dachten nog dat de, jonge en vitale, natuurwetenschappen (vooral door de ontdekking van het 'energie'-begrip) de oude spiritualiteit zou redden. In New Age-kringen ligt het honderd jaar later andersom: daar wordt verwacht dat spiritualiteit de hopeloos 'vervreemde' wetenschap zal redden. Een treffende illustratie van de verschoven machtsverhoudingen. Van veelbelovende nieuwkomer is de exacte wetenschap een gehate machthebber geworden.

De vroegere spiritisten bleven in hun praktijk ook wat dichter bij huis. Ze riepen geesten op van familieleden en Europese historische figuren (Julius Caesar en Shakespeare deden het erg goed) en nog geen bizarre Egyptische of kosmische godheden. Bovenal - en dat is Browns interessantste punt - waren ze nog niet vervuld van het anti-maatschappelijke ressentiment dat de huidige New Age-orakels kenmerkt. 'De neiging van channels om van het individuele naar het kosmische te springen, laat een gapend gat achter waar vroeger het sociale was', aldus Brown. Sociale kaders worden gezien als beknellend en oneigenlijk, net als de objectieve kaders van de wetenschap. Waarheid is persoonlijk en situationeel. De samenleving is per definitie verdacht: New Agers dromen van gemeenschap (Gemeinschaft) zonder maatschappij (Gesellschaft).

Brown herkent in dat New Age-gedachtengoed terecht een aantal wijdverspreide postmoderne ervaringen: ongeloof in objectieve waarheid, ontgoocheling met de maatschappij en een hang naar vele interessante levens, al zijn die ook geleefd in een 'vorig leven'. Dit alles dan wel weer gekoppeld aan een typisch modern en troostrijk vooruitgangsgeloof, omdat de kosmos het beste met ons voor heeft. Want daar gaat het uiteindelijk om: troost. Zoals Brown zegt: 'Channeling is een spiritueel houvast in een tijd die, meer dan welke andere in de geschiedenis ook, de voortdurende verbetering van de eigen persoonlijkheid propageert.' Het is geen wonder dat veel mensen die betere persoonlijkheid niet in déze wereld kunnen vinden.