'Met stalen nagels moet de Kamer zich bemoeien'

Sommige TweedeKamerleden lopen een stage in het zomerreces. Ron Meijer van Senioren 2000 ging naar een Fins staalbedrijf in Axel. “We hebben het in Den Haag veel te weinig over wat ondernemers echt beweegt.”

AXEL, 1 AUG. “Nou, zeg het maar: wat kan ik als Tweede-Kamerlid voor jou doen?” Kamerlid Meijer van Senioren 2000 houdt niet van omhaal van woorden. Na enig nadenken heeft zijn gesprekspartner, productiemanager Marc van 't Westeinde van het Finse bedrijf Outokumpu, het antwoord: “Ik wil vooral beter begrijpen hoe bepaalde zaken in Den Haag lopen. Ik ken de politiek niet anders dan te moeilijk, te traag en te lastig.” Meijer heeft het begrepen: “Je bedoelt dat je een aanspreekpunt in de Tweede Kamer zoekt?” Van 't Westeinde knikt: “Ik denk dat we elkaar minimaal vier keer per jaar moeten ontmoeten.”

Meijer bracht een dag door bij Outokompu in Zeeuws Vlaanderen. Het bedrijf verwerkt roestvrijstaal tot verhandelbare platen en rollen en verkoopt die daarna in Europa, het Verre Oosten en Amerika. Meijer heeft zich aangemeld voor 'Transfers Ondernemers en Politici' (TOP), een project van VNO-NCW waarin een ondernemer voor de duur van een jaar wordt gekoppeld aan een parlementariër. Het eendaagse bezoek was de eerste kennismaking.

Staal, daarover hoeft niemand Meijer wat te vertellen. “Ik heb hier eigenlijk niets geleerd. Maar het was heerlijk om weer terug in het staal te zijn”, zegt hij aan het einde van zijn bezoek. Het 68-jarige Kamerlid heeft zijn kapitaal in het staal vergaard. Begin jaren zeventig werkte hij “bij ons bij de Hoogovens”, zoals hij in de loop van de dag een paar keer onderstreept. Daarna richtte hij een eigen staalbedrijf op, dat hij verkocht aan de Amerikanen met het plan om op 46-jarige leeftijd te gaan rentenieren.

Daar is het nooit van gekomen, want Meijer werd voor de ene na de andere klus in de zorgsector gevraagd. Zo was hij was directeur van een door hem op te zetten ouderenzorgcentrum. Later gaf hij nieuwe impulsen aan de sociale woningbouw in Nieuwegein. Hij schreef in 1994 mee aan het verkiezingsprogramma van het Algemeen Ouderen Verbond (AOV).

Als beloning daarvoor werd hij op de zevende plaats van de kieslijst gezet. Het AOV (waarvan Senioren 2000 zich later afscheidde) haalde zes zetels. “Toen werd één van de zes op zijn oude dag verliefd op een vrouw en bedankte hij voor het Kamerlidmaatschap”, vertelt de immer lachende jonkheer, die daardoor op 3 september vorig jaar in de Tweede-Kamerbankjes kon plaatsnemen als enige volksvertegenwoordiger met blauw bloed.

Meijer had liever stage gelopen bij Endemol, “want ik kijk nooit televisie”. Maar dat lukte niet en dus schreef hij zich via het TOP-project in voor een staalbedrijf, “om te kijken wat er in die twintig jaar allemaal is veranderd”.

Waar Meijer liever naar Endemol was gegaan, had productiemanager Van 't Westeinde als eerste keus minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) opgegeven. “Want die gaat per slot over de infrastructuur. De ontwikkeling van havengebieden en dergelijke. En háár had ik willen laten zien welke potenties Zeeuws Vlaanderen heeft met industrieterreinen aan diep vaarwater”, zegt Van 't Westeinde.

Het was mede die infrastructuur die de Finnen er ruim vijf jaar geleden toe bracht zich op de Axelse Vlakte te vestigen. De naam kan de werkelijkheid doorstaan: de Finnen die overal langs de Europese kust hebben gezocht, vonden het gebied even ruimtelijk als thuis. Voeg dat bij de havens van Terneuzen en Vlissingen, de spoorlijn, de snelwegen, de luchthaven Zaventem bij Brussel - en niets stond de bouw van een vestiging van Outokumpu nog in de weg. De naam is Fins voor 'mysterieuze heuvel', een heuvel waar men rond 1910 iets mysterieus zag blinken. Het bleek kopererts. Bijna negentig jaar later is Outokumpu een staalmultinational met ruim 13.000 werknemers.

Regelmatig verwijzend naar zijn carrière bij Hoogovens - waar hij als krullenjongen begon - loopt Meijer als een kind in een speelgoedwinkel door de produktiehal. “Eigenlijk is er al die tijd nauwelijks iets veranderd, alleen werken er nu veel minder mensen.” Enkele stappen verder vallen opnieuw de woorden 'bij ons bij Hoogovens'. “Daar werkt nu ook nog maar de helft van de mensen van toen ik er werkte.”

Terwijl Meijer door de hal wandelt, kijken de werknemers de boomlange man met het achterover staande haar half lachend na. “Het is geloof ik een Kamerlid”, zegt de een. “Van Meijer heet-ie” zegt de ander, “zo te zien van het CDA.” Kan het Kamerlid voor Outokumpu iets doen in Den Haag? “Nou, hij zou de flexibiliteit van arbeid eens aan de orde kunnen stellen”, peinst een leidinggevende werknemer.

Ook Van 't Westeinde zit de geringe flexibiliteit van Nederlandse arbeid dwars, zo maakt hij Meijer duidelijk. Omdat er steeds meer wordt geautomatiseerd en er minder mensen op de werkvloer nodig zijn, groeit de behoefte aan hoogopgeleid technisch personeel bóven de werkvloer in de controlekamers. “En daar is bijna niet meer aan te komen”, verzucht de produktiemanager. “Klopt”, zegt Meijer, “daar hebben we het in de Kamer ook over gehad.” 'En?', lijkt het gezicht van Van 't Westeinde te vragen, maar Meijer ziet het niet.

Wanneer de manager en de parlementariër een tegenafspraak in Den Haag in hun agenda's hebben gezet, zegt Van 't Westeinde dat veel meer politici hetzelfde als Meijer zouden moeten doen, “om ze gevoel over het bedrijfsleven bij te brengen”. “Precies”, zegt Meijer, “we hebben het in Den Haag veel te weinig over wat ondernemers echt beweegt. Bijvoorbeeld, waarom gebruikt de één een koperen spijker en de ander een stalen nagel. Met dat soort dingen houden we ons in de Kamer veel te weinig bezig.”